'De lucht van de dood went nooit'

Laboranten maken lijkenlucht na voor wetenschap

Belgische laboranten hebben de dood in de pot gestopt om te onderzoeken wat de menselijke lijkenlucht onderscheidt van die van dieren. Zodat speurhonden niet meer in de war raken en straks misschien wel geurdrones een rampgebied in kunnen.

Mensenresten in een pot om de geur van een dode te simuleren. Beeld Adrie Mouthaan

Elien Rosier opent de deur van een kunststof kast in het laboratorium aan de Universiteit van Leuven. Aan de binnenkant staan tientallen glazen potten met zompig materiaal op de bodem. De inhoud van de prutjes is alleen van dichtbij te herkennen. In sommige bokalen zitten half vergane veren, andere bevatten stukjes rottende vacht of zwart uitgeslagen huid. Etiketten op het glas beschrijven de afkomst van de resten: 'vogel', 'kikker', 'rat', 'varken', 'ree'. Een plank verderop zijn de opschriften allemaal hetzelfde: 'mens'.

'Ik heb er geen moeite mee om met menselijk weefsel te werken', zegt Rosier terwijl ze een pot uit de kast pakt. 'Ik zie vooral wat dit de maatschappij kan opleveren. Door het ontbindingsproces in deze kast kunnen we vermiste personen straks hopelijk sneller opsporen en moordzaken eerder oplossen.'

De Leuvense doodsgeuronderzoekers, van links af: Eva Cuyper, Elien Rosier en Jan Tygat. Beeld Adrie Mouthaan

De ontbindende resten van mensen en dieren staan al een jaar in het laboratorium. De zware, muffe walm die uit de gaten in de potdeksels komt, ziet Rosier in de eerste plaats als een serie moleculen en chemische verbindingen. Ze heeft zich samen met haar collega's ten doel gesteld om de geur van de dood te ontleden. De grote vraag: in hoeverre is menselijke lijkenlucht te onderscheiden van de doodsgeur van dieren?

Zelfs speurhonden van de politie raken soms in de war bij zoektochten naar menselijke lichamen, vertelt Jan Tytgat, hoofd van het Leuvense laboratorium. 'Ze blijven dan staan bij begraven honden of katten, of andere dode dieren.' De Belgische politie gaf de aanzet tot het onderzoek naar doodsgeur. 'De afdeling met speurhonden wil dat we uitzoeken of de geur van dode mensen unieke kenmerken heeft. Als dat zo is, en we maken deze geurstoffen na, zouden lijkenhonden beter kunnen worden getraind om de geur van lijken te herkennen.'

Mysterie

Gek genoeg is er nauwelijks specifiek onderzoek gedaan naar de geur van menselijke doden. 'Het is nog een mysterie', zegt Tytgat. 'Ik vergelijk het aroma soms met rode wijn, iedereen ruikt er iets anders in.' Dat is niet zo vreemd. Wanneer een mens overlijdt, is dat voor de bacteriën in het lichaam het startsein voor een gigantische maaltijd, waarbij ze een wirwar van gassen en geurtjes uitstoten. Dat bacteriënbanket begint al enkele minuten na een overlijden. 'Enzymen die normaal gesproken binnen cellen stoffen afbreken, gaan dan celwanden en omliggende weefsels vernielen', aldus Tytgat. Bacteriën uit darm en maag kunnen dan op strooptocht door de rest van het lichaam. Ze doen zich tegoed aan stoffen uit omliggende organen. 'Eiwitten, vetten, suikers, water en mineralen, al onze bouwstenen worden verteerd.'

Veel van de geuren die daarbij ontstaan zijn niet uniek. Sommige kennen we zelfs uit de keuken. 'Neem bijvoorbeeld vetten', zegt Tytgat. 'Die zitten ook in een pakje boter, normaal gesproken een geurloos product. Maar als je het vier dagen buiten de koelkast laat staan, wordt het aangevreten door bacteriën en gaat het stinken. Dat geurtje is een klein onderdeel van de doodsgeur.'

Beeld Adrie Mouthaan

Dode dieren

De dierlijke resten die worden gebruikt bij de studie in Leuven vond Elien Rosier ook dicht bij huis. Het begon met een dode karper en een gestorven kuiken uit de tuin van haar ouders. De vis lag op zijn rug in de vijver. Het kuiken kwam uit het kippenhok en was gegrepen door een vogel, die hem uiteindelijk weer had laten vallen.

Haar kennissenkring ging ook op zoek naar dode dieren voor haar onderzoek. Vriendinnen kwamen aanzetten met vogeltjes die tegen ramen waren gevlogen, een jager leverde haar de resten van een ree. Haar vader groef uiteindelijk zelfs een levensloze mol op van onder het gazon.

Het menselijke weefsel dat wordt gebruikt bij de studie, bereikte het lab uiteraard via de officiële weg. Het universitair ziekenhuis in Leuven leverde organisch materiaal van overledenen die hun lichaam ter beschikking stelden aan de wetenschap. Rosier creëerde een mengsel van de weefsels waarmee de ontbinding van een lichaam kan worden nagebootst: 50 gram lever, 50 gram spier, 30 gram hersenen, 60 gram long, 20 gram darm, 20 gram vet en 20 gram maag.

Beeld Adrie Mouthaan

Voor hondentrainers van de politie is dat materiaal iets om jaloers op te zijn. 'Lijkenhonden zouden we het liefste trainen met organisch materiaal van mensen', zegt Marc Rutzerveld, hoofd van de afdeling specialistische honden van de Landelijke Eenheid. 'Maar dat is in Europa bij wet verboden.'

Hondentrainers bij de politie moeten dus creatief zijn. 'We gebruiken bijvoorbeeld kleding van overledenen waar nog lijkvocht in zit.' Soms mogen de honden ook ruiken aan menselijke placenta's. 'Daarmee kun je de geur van menselijk orgaanweefsel goed simuleren. We krijgen de placenta's van ziekenhuizen. En uiteraard geven de vrouwen die bevallen daarvoor toestemming.'

In uitzonderlijke gevallen mogen Nederlandse lijkenhonden toch 'oefenen' met lijken. Twee trainers van Rutzervelds afdeling bezochten enkele jaren geleden met hun viervoeters de zogenoemde Body Farm in Knoxville, Texas. In dit afgesloten natuurgebied van 10.000 vierkante meter hebben wetenschappers ruim honderd menselijke lichamen gedeponeerd om experimenten mee uit te voeren. 'De twee honden die daar een training kregen, gingen met sprongen vooruit', zegt Rutzerveld. Hij is dan ook benieuwd naar de resultaten van het Belgische onderzoek. 'Onze honden presteren al goed. Maar het zou geweldig zijn als we menselijke lijkenlucht straks nog beter kunnen nabootsen dankzij de nieuwe studie.'

Nederlands lijkenveld

Ook in Nederland wordt onderzoek gedaan naar de ontbinding van lichamen. In Den Ham (Overijssel) zijn vier dode varkens uitgestald op een terrein van het Veterinair Kenniscentrum Oost Nederland. Aangezien de ontbindingsprocessen bij varkens lijken op die in het menselijk lichaam, kan het experiment belangrijke informatie opleveren voor forensisch onderzoek. 'We brengen de tijdsschaal van ontbinding in kaart in de seizoenen van het jaar', zegt hoofdonderzoeker Tristan Krap. 'Het idee is dat we uiteindelijk ook bij mensen aan de fase van ontbinding kunnen zien hoelang de overledene dood is.'

Voorlopige resultaten

De voorlopige resultaten zijn veelbelovend, zegt Elien Rosier in Leuven. Ze staat naast het apparaat waarmee ze de geurmoleculen uit de potjes met ontbindende resten analyseerde. Het lijkt een groot uitgevallen magnetron, maar het is een massaspectrometer, een soort weegschaal voor moleculaire deeltjes. In het apparaat worden geurmoleculen uit de 'doodspotjes' beschoten met elektronen, zodat ze uit elkaar vallen in kleinere deeltjes. Deze stofjes worden vervolgens 'gewogen'.

'Aan de massa van de deeltjes kunnen we zien wat voor chemische verbindingen het zijn', zegt Rosier. 'We kunnen dus precies bepalen uit welke stoffen een geur is opgebouwd.'

Zeker vijf stofjes in menselijke lijkenlucht lijken niet voor te komen in stank van dode dieren. Het gaat onder meer om zogenoemde esters, zeer specifieke fruitachtige geurstoffen met namen als 3-methylbutyraat en 2-methylbutyl. 'Sommige ontstaan vlak na de dood, andere iets later in het ontbindingsproces.' Rosier slaagde er zelfs al in om met kunstmatige versies van de unieke stoffen een vleugje menselijke doodsgeur na te maken. Om te testen of haar zelf gefrabriceerde luchtje echt naar overledenen rook, stelde ze met behulp van de Belgische politie enkele lijkenhonden bloot aan het het aroma. 'Ik was erbij toen de honden de geur voor het eerst roken', vertelt ze. 'Ze sloegen onmiddellijk aan, ze herkenden de walm. Dat suggereert dat we de specifiek menselijke doodsgeur echt op het spoor zijn.'

Doodsgeur als parfum

Niet alle geuren van ontbindende lichamen zijn onprettig. Dat ontdekten Britse onderzoekers van de Universiteit van Huddersfield onlangs bij een onderzoek naar de ontbinding van dode varkens. De wetenschappers brachten honderden chemische verbindingen in kaart die ontstaan bij het verteringsproces. Sommige van deze stoffen roken gek genoeg plezierig toen ze werden geïsoleerd. Butanol bijvoorbeeld. 'Deze stof ruikt naar bladeren en bosgrond', schrijft hoofdonderzoekster Anna Williams op de nieuwssite van de Universiteit van Huddersfield. Ook onprettige geurstoffen die vrijkomen bij het ontbindingsproces zijn in kleine hoeveelheden soms wél aangenaam, zoals indool. 'Deze stof heeft in hoge concentraties de geur van ontlasting', schrijft Williams. 'Maar in lagere concentraties zorgt het voor een aangename bloemachtige geur die zelfs wordt gebruikt in de parfumindustrie.'

Ironisch genoeg zullen speurhonden misschien ooit overbodig worden door de ontdekking. Volgens Jan Tytgat is het mogelijk om handzame apparaatjes te ontwikkelen die geurmoleculen opsporen. 'In theorie kunnen zulke instrumenten beter presteren dan honden', zegt hij. 'De apparaatjes zou je kunnen gebruiken bij het opsporen van overledenen na grote rampen zoals tsunami's of aardbevingen.'

Ook moordzaken kunnen misschien sneller worden opgespoord door de nieuwe kennis over lijkengeur. 'Je zou bijvoorbeeld geurmoleculen kunnen detecteren in een tuin waar iemand recentelijk met een lijk heeft gesleept, of in de kofferbak van een auto waarin een lichaam is vervoerd.'

De Nederlandse bioloog Jeroen Spitzen van de universiteit van Wageningen is onder de indruk van de Belgische ideeën over lijkopsporing. 'Het is aannemelijk dat menselijke doden unieke geurstoffen verspreiden', zegt hij. Malariamuggen herkennen levende mensen ook aan hun geur, zo weet hij. 'Wij hebben hier in Wageningen de geurstoffen in kaart gebracht waarmee malariamuggen ons onderscheiden van bijvoorbeeld koeien en varkens. Sommige van die moleculen zie ik nu ook staan in de Belgische studie.'

Beeld Adrie Mouthaan

Hij vraagt zich zelfs af of insecten een rol kunnen spelen bij het opsporen van menselijke lichamen. 'Muggen zoeken van nature naar mensen, omdat ze ons willen bijten. Ook sluipwespen hebben een goede neus en zouden kunnen worden getraind op menselijke geuren. Wie weet is het ooit mogelijk om getrainde insecten los te laten in een bos waar een lijk wordt gezocht, zodat politieagenten ze kunnen volgen.'

Het idee van vliegende speurneuzen spreekt Jan Tytgat wel aan. 'Dat zou geweldig zijn, insecten zijn wendbaarder en kunnen op meer plekken komen dan honden en mensen', zegt hij. Het probleem is alleen dat de meeste insecten snel dood gaan. 'Misschien zou je een op afstand bestuurbare drone moeten ontwikkelen met de eigenschappen van een insect.'

Voorlopig is dat sciencefiction, benadrukt hij. De volgende stap in het onderzoek naar de geur des doods vindt gewoon in het laboratorium plaats. Elien Rosier laat een pot zien waarin ze menselijke resten heeft vermengd met aarde. Ze test of de unieke eigenschappen van menselijke lijkengeur veranderen of verdwijnen als ze in aanraking komen met stoffen uit de omgeving, zoals de grondsoort. 'We moeten alles uitsluiten', zegt ze terwijl ze haar neus afwendt. Het weefsel is nog relatief vers en heeft dus een sterkere geur. 'Ik doe al ruim een jaar onderzoek, maar wennen doet de lucht van de dood nooit.'

Lichaam in ontbinding

Een mengesel om een lichaam in ontbinding na te bootsen:

50 gram lever
50 gram spier
30 gram hersenen
60 gram long
20 gram darm
20 gram vet
20 gram maag

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.