Opinie

'De bewering dat god niet bestaat is wetenschappelijk gezien grote quatsch'

Het atheïsme, hoewel inderdaad geen godsdienst, deelt wel degelijk enkele essentiële kenmerken met religie. Dat betoogt historicus Mark de Vries.

Ayaan Hirsi Ali. Beeld EPA

Mijn wereldbeeld, althans wat betreft religie, komt in grote lijnen overeen met dat beschreven door Bart Schut in zijn stuk op Volkskrant.nl van vier augustus. Ik geloof niet in het bestaan van een god (of meerdere goden), ik identificeer mezelf met geen enkele religieuze stroming of sekte en ik heb een rotsvast vertrouwen in de wetenschap als de beste methodologie om zinvolle - en voor zover mogelijk zelfs waarachtige - kennis van de wereld om ons heen te verwerven. Toch beschouw ik mijzelf nadrukkelijk niet als atheïst, juist omdat het atheïsme, hoewel inderdaad geen godsdienst, wel degelijk enkele essentiële kenmerken deelt met religie.

Waarneming
Ten eerste baseren atheïsten zich niet, zoals Schut beweert, op 'kennis, wetenschap [en] feiten' als het gaat om hun ontkenning van het bestaan van een god, of van andere religieuze concepten als ziel, karma, en - misschien de meest fundamentele religieuze vraag van allemaal - dat wat ons na de dood te wachten staat. Dergelijke concepten onttrekken zich per definitie aan empirische waarneming en de wetenschap kan er dus geen zinnige uitspraken over doen. Het zijn de soort vragen waarvan Wittgenstein heeft laten zien dat er niet over gesproken kan worden en waarover wij, althans wetenschappelijk, dus dienen te zwijgen.

De bewering dat god niet bestaat is wetenschappelijk gezien even grote quatsch als de bewering dat het een oude man met een witte baard is, dat hij vier armen en een olifantenkop heeft, dat zij is geboren uit het hoofd van weer een andere god, of dat god niks anders is dan 'pure energie.'

Op religieuze vragen bestaan geen wetenschappelijke antwoorden. Wie wel zekerheid zoekt omtrent dit soort vragen, of dat nu bevestigend of ontkennend is, verlaat het terrein van de wetenschap en betreedt dat van geloof, of, zoals het in het Engels nauwkeuriger wordt uitgedrukt, faith. Dat is een persoonlijke keuze. Zelf kan ik goed leven zonder de zekerheid en troost die een dergelijke zekerheid biedt, maar de geschiedenis staat ook bol van mensen die juist in hun geloof een onuitputtelijk bron van kracht vinden om goed te doen in de wereld. Denk maar aan Martin Luther King of Mahatma Ghandi.

Veroordeling
Behalve abstracte epistemologische overeenkomsten, is er een heel concrete overeenkomst tussen godsdienstige en atheïsten, althans die van het 'militante' slag: intolerantie en daarmee samenhangende bekeringsdrang. Schut verwijt gelovigen onder meer dat zij '(ver)oordelende - altijd oordelende - joden en Arabieren' beschouwen als het 'hoogste voorbeeld van moraliteit en vroomheid.' Ondertussen, echter, druipt de veroordeling van religie en gelovigen van elke regel van zijn stuk. De grote pleitbezorgers van het militante atheïsme, zoals Richard Dawkins, Sam Harris, wijlen Christopher Hitchens en onze eigen Ayaan Hirsi Ali, stellen vrijwel alle godsdienstbeleving gelijk met haar meest bekrompen en fundamentalistische verschijningsvormen en bepleiten doodgemoedereerd voor beleidsmaatregelen die godsdienstigen ernstig zouden beknotten in hun vrijheid van religie en geweten.

Atheïsme behelst zodoende wel degelijk kenmerken van religie en veelal niet de aantrekkelijkste. Is er dan geen geschikter woord, vraagt Schut zich af, 'voor hen die echt geen religie hebben?' Dat is er zeker. Ik ben er zelf één: een agnost.

Mark de Vries is historicus.

 
Op religieuze vragen bestaan geen wetenschappelijke antwoorden.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.