Campagne tegen roken

‘Dag klas, ik ben heel erg ziek door roken’

In een nieuwe campagne tegen roken worden (vooral vmbo-)brugklassers onder meer geconfronteerd met een longkankerpatiënt. Kan dat jongeren behoeden voor de sigaret? 

Anne Marie van Veen bezoekt een middelbare school in Amsterdam-Noord om leerlingen te wijzen op de gevaren van roken. Beeld Ivo van der Bent

Muisstil is het als Anne Marie van Veen het woord neemt. ‘Ik ben 46 jaar, moeder van vier kinderen. Ik ben hier om jullie te vertellen dat ik heel erg ziek ben.’

Ze oogt kwetsbaar in haar felrode kleding. Met schrale stem zegt ze dat ze de 50 waarschijnlijk niet zal halen en dat ze haar kinderen niet meer zal zien opgroeien. ‘Ik ben al blij dat ik hier nog zit.’

Van Veen is naar Vox-klassen, een middelbare school in Amsterdam-Noord, gekomen om leerlingen te wijzen op de risico’s van het roken. Met zichzelf als het beste argument om er nooit aan te beginnen. Tientallen brugklassers hangen aan haar lippen als ze haar medische lijdensweg schetst. Die begon vijf jaar geleden met de diagnose longkanker.

Longkankerpatiënten vertellen in de klas over de gevaren van roken. Tekst loopt verder onder de video

Het optreden van Van Veen maakt deel uit van een onderwijsprogramma voor jongeren die – gezien hun leeftijd – waarschijnlijk nog niet roken, maar wel blootstaan aan de verleiding van de sigaret. Van Veen deed eerder een vergeefse poging tabaksproducenten in Nederland te laten vervolgen wegens poging tot moord en mishandeling. Vandaag zet ze haar slinkende krachten in om scholieren te behoeden voor wat haar is overkomen.

‘Kinderen worden geconfronteerd met iets wat erg is vanuit de gedachte dat ze daardoor aangemoedigd zullen worden het juiste gedrag te kiezen’, zegt Carel Jansen, emeritus hoogleraar communicatie en informatie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Ik kan me voorstellen dat kinderen geëmotioneerd raken als iemand van vlees en bloed dit soort dingen vertelt.’ Het is niet de bedoeling om de leerlingen bang te maken, onderstreept een woordvoerster van de school.

Anne Marie van Veen was 15 toen ze haar eerste sigaret opstak. Die vond ze meteen ‘super lekker’. Belinda-menthol, met zo’n mooie blonde vrouw op het pakje. Vierentwintig jaar heeft ze gerookt, slechts onderbroken door drie zwangerschappen. Bij het vierde kind, haar jongste dochter, lukte stoppen niet meer. ‘Daar voel ik mij nog steeds erg schuldig over, terwijl ik weet dat het niet mijn schuld is dat ik gerookt heb.’

Het is de schuld van de tabaksindustrie, zegt ze. Die maakt mensen bewust verslaafd. ‘Toen ik rookte, hoorde ik natuurlijk ook verhalen over mensen die kanker kregen. Dan dacht ik: morgen ga ik stoppen, maar dat lukte niet. De verslaving is zo erg dat je niet kunt stoppen.’

Longkankerpatiënt Anne Marie van Veen praat met leerlingen. Beeld Ivo van der Bent

‘Frisse longen’ is een project van Vox-klassen in samenwerking met Sjaak Neefjes, hoogleraar chemische immunologie bij het LUMC in Leiden en verbonden aan onderzoeksinstituut Oncode, en Wanda de Kanter, longarts bij het Antoni van Leeuwenhoek en activist tegen de tabaksindustrie. De initiatiefnemers willen met hun voorlichting verder gaan dan jongeren alleen maar inpeperen dat roken zo gevaarlijk is.

De Kanter: ‘We willen de toekomst dichterbij halen door pubers, die gewoonlijk niet ver vooruit kijken, te laten zien dat je na 20, 30 jaar roken kunt doodgaan aan longkanker. Maar we laten ook zien dat je als kind doelwit bent van de tabaksindustrie. En we willen jongeren leren hoe je je kunt wapenen tegen de druk van een groep om te gaan roken.’

Vmbo-jongeren roken vaker

Van de jongeren van 12 jaar heeft 4 procent ooit gerookt. Het aantal dagelijkse rokers in deze groep is verwaarloosbaar, zo blijkt uit cijfers van het RIVM. Onder 16-jarigen is het percentage kinderen dat ooit heeft gerookt opgelopen tot 31 en rookt 6 procent dagelijks. Onder leerlingen tussen 12 en 16 jaar van vmbo-t heeft 15 procent ooit gerookt en rookt 1,7 procent dagelijks. Bij leerlingen van vmbo-b heeft 29 procent ooit een sigaret opgestoken rookt 6,5 procent elke dag. Bij vwo-leerlingen gaat het om resp. 12 en 0,3 procent.

In Nederland overlijden jaarlijks bijna 20 duizend mensen aan de gevolgen van roken, voornamelijk door longkanker, hartinfarct, beroerte, longemfyseem, COPD, mond-, tong-, slokdarm-, maag- en blaaskanker. Rokers leven gemiddeld 5 tot 10 jaar korter dan niet-rokers. 

Naast ontmoetingen met longkankerpatiënten en een bezoek aan het Antoni van Leeuwenhoek bestaat het programma uit lessen over het functioneren van longen en over dna. Er komt een Instagram-account waarop de leerlingen kunnen volgen hoe het met Anne Marie van Veen gaat. In een later stadium volgen voorlichting over marketingstrategieën van de tabaksindustrie, het weerstaan van groepsdruk en over verslaving.

Om uitbreiding van hun preventieprogramma naar andere scholen en een onderzoek naar de effectiviteit ervan mogelijk te maken dienen Neefjes en De Kanter een verzoek voor financiële ondersteuning in bij KWF kankerbestrijding. Biedt hun aanpak meer kans op succes dan andere educatieve programma’s om jongeren van het roken af te houden?

Bij Vox-klassen zitten leerlingen met vmbo-, havo- en vwo-niveau bij elkaar.  Alle brugklassers doen mee aan het anti-rookproject, dat in opzet vooral is gericht op vmbo’ers. Die roken namelijk aanzienlijk meer dan vwo’ers. Uit cijfers van het RIVM blijkt dat het percentage leerlingen van 12 tot 16 jaar dat dagelijks rookt onder vmbo’ers (vmbo-t) zo'n vijf keer hoger ligt dan bij vwo’ers. Neefjes: ‘Samen met andere factoren draagt dit in belangrijke mate bij aan de kloof in levensverwachting tussen hoog- en laagopgeleiden. Dat kunnen we als maatschappij niet accepteren.’

Als Van Veen vraagt wie er wel eens heeft gerookt gaan twee vingers omhoog. Een jongen zegt dat hij ooit een trekje heeft genomen, de ander heeft één keer – met goedvinden van zijn vader - in een shishalounge aan de waterpijp gezeten. ‘Volgens mij hebben er meer gerookt’, zal een leerling zich later in het voorbijgaan laten ontvallen. Van Veen: De tabaksindustrie is op zoek naar nieuwe, jonge klanten. Dat zijn jullie. Ik rook niet meer en ga dood, dus er moet voor mij een nieuwe roker komen.’

Sjaak Neefjes, hoogleraar chemische immunologie bij het LUMC in Leiden, bezoekt een school in Amsterdam. Beeld Ivo van der Bent

Leerlingen verdringen zich om Van Veen te ondervragen over van alles: over haar kinderen, haar echtgenoot, over waterpijpen, lachgas en luchtvervuiling. Ze vertellen over rokende vaders, moeders en opa’s, blowende broers en overleden familieleden. Iedereen lijkt sigaretten smerig te vinden en ervan overtuigd dat ze heel slecht voor je zijn. Toch wijzen de statistieken uit dat de kans groot is dat een aantal van hen de komende jaren zal toegeven aan de verlokkingen van tabak.

Of de ontmoeting met Van Veen daar wat aan zal veranderen is niet te zeggen, maar haar relaas maakt in elk geval indruk. Roman (12) zegt dat hij schrok van haar stem, die is aangetast door de bestraling. Hij hoopt dat hij nooit een sigaret zal proberen. Cheyenne (12) vindt het knap dat de bezoekster zo openlijk over haar ziekte durft te praten. De kans dat ze zelf gaat roken is ‘heel erg klein’. Bloeme (12) vond het verhaal ‘heftig’, omdat ‘ze vier kinderen heeft en bijna doodgaat’. Ze wist niet dat je zo snel dood kon gaan van roken.

Neefjes: ‘We zetten niet iemand van 80 voor de klas die zijn hele leven heeft gepaft, maar iemand in de leeftijd van hun ouders. Dat raakt de kinderen.’

Mede onder invloed van overheidscampagnes en strenge beperkingen voor tabaksreclame is het aantal rokers de laatste jaren gedaald. Maar de daling stabiliseert, met name onder lageropgeleiden. Er waren tot nu toe geen programma’s speciaal voor vmbo’ers, zegt Neefjes. ‘Het weinige anti-rookbeleid van de overheid heeft een algemeen karakter en is gemiddeld genomen niet gericht op preventie maar op het stoppen en het afkicken van de nicotineverslaving.’

De Kanter: ‘We zijn niet zo naïef dat we zeggen zeker te weten dat onze aanpak werkt. Maar omdat veel andere projecten zijn mislukt willen we dit testen. Zie het als een uiting van wanhoop omdat het gevoel van urgentie bij de politiek ontbreekt.’ Het enige dat volgens haar echt goed werkt is het beperken van de verkooppunten voor tabak en een forse prijsverhoging. En daar zou de politiek voor moeten zorgen. 

Ze verwijt de tabaksindustrie zich met sluikreclame via sociale media en Netflix-series op jongeren te richten. ‘Ouders zien niet altijd wat hun kinderen doen, de tabaksindustrie ziet ze altijd. Daarom is het zo belangrijk dat ze beseffen dat ze als marketingobject worden gebruikt. In documenten van de tabaksindustrie worden kinderen letterlijk replacement smokers - vervangende rokers - genoemd. Er begint vrijwel geen kind meer na zijn 18e te roken.’

Twee dagen na het bezoek van Van Veen houdt Sjaak Neefjes voor dezelfde leerlingen een college over longen (‘De totale oppervlakte van je longblaasjes is zo groot als een voetbalveld’) en dna (‘Bij elk trekje van een sigaret komen er ergens in je dna 18 foutjes’). Nadat hij heeft voorgerekend hoeveel scooters je kunt kopen van het geld dat een beetje roker jaarlijks verkwist, haalt hij echte, in plastic gevatte, rokerslongen tevoorschijn. Een rafelige diepzwarte vorm, die weinig meer te maken heeft met het glimmende zachtroze orgaan dat het ooit moet zijn geweest. ‘Gatver’, klinkt het in de klas. ‘Kijk, dat witte spul hier, dat is kanker’, wijst Neefjes aan. ‘Deze patiënt had bepaald geen voetbalveld meer. Hooguit nog een strafschopgebied. Hij kan uiteindelijk zijn gestikt.’ Het doorgerookte orgaan lijkt eerder nieuwsgierigheid dan afschuw te wekken.  ‘Ik heb wel vaker enge dingen gezien’, zegt Cheyenne.

Carel Jansen reageert gematigd positief op het preventieproject. Wijzen op de risico's van roken kan volgens hem positief effect hebben als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. ‘We weten uit de literatuur dat het belangrijk is dat mensen niet alleen worden gewaarschuwd, maar dat ze ook geloven in het nut van de maatregelen die worden aanbevolen.  Als ze alleen het advies krijgen een bepaald telefoonnummer te bellen, dan zal dat weinig uithalen. Bij kinderen is het zaak dat ze leren hoe ze de druk kunnen weerstaan om te gaan roken.’

Beeld Ivo van der Bent

Hij vindt het een begrijpelijke keuze van De Kanter en Neefjes dat ze zich richten op jongeren die nog niet roken. ‘De kans dat je met confronterende boodschappen bij hen iets bereikt is groter dan bij rokers. Als je mensen die nog niet roken direct confronteert met de consequenties van het roken dan mag je een bijdrage verwachten aan het gewenste gedrag. De effecten van roken zijn veel ernstiger dan we zo’n dertig jaar geleden in de gaten hadden. Als je met relatief bescheiden instrumenten een bijdrage kunt leveren aan het ontmoedigen van rookgedrag, dan zie ik daar zeker het nut van in.’

Minder bijval komt er van Gerjo Kok, emeritus hoogleraar toegepaste psychologie aan de Universiteit van Maastricht. Volgens hem toont onderzoek aan dat het wijzen op gezondheidsrisico’s weinig uithaalt. Confrontaties met kankerpatiënten en het tonen van rokerslongen vindt hij ‘ergerlijke tijdverspilling’. ‘Het is een klassieke methode, net als de vieze plaatjes op de pakjes sigaretten. Er is onderzoek gedaan naar het confronteren van leerlingen met ex-verkeersslachtoffers. Dan zie je dat kinderen medelijden krijgen en het interessant vinden, maar dat het geen effect heeft op hun verkeersgedrag. Ze zeggen misschien wel dat ze zich beter gaan gedragen in het verkeer, maar dat is een intentieverandering die zich niet uit in het gedrag.’ 

Kok ziet alleen wat in het programma-onderdeel dat is gericht op het weerstaan van groepsdruk. ‘Kinderen gaan niet zomaar roken – in het begin vinden ze het meestal vies. Beginnen met roken gebeurt vrijwel altijd onder sociale druk, van vrienden, van een broer.  Jongeren doen wat anderen van hen verwachten dat ze doen of wat ze anderen zien doen. Ze willen erbij horen. Risico-inschatting heeft geen effect.’

Ook Marc Willemsen, wetenschappelijk directeur tabaksontmoediging bij het Trimbos Instituut, wijst op de grote invloed van de omgeving op de beslissing om te gaan roken. ‘Het is belangrijk dat voorlichting niet blijft steken in het wijzen op risico’s.  Het is belangrijk dat jongeren zich bewust worden van de sociale druk. En dat je ze aanspreekt voordat ze gaan experimenteren.’ Het Trimbos Instituut heeft dan ook preventieprogramma’s voor tabak, alcohol en drugs die vooral gericht zijn op het weerstaan van sociale druk. ‘Het gaat erom dat je kinderen leert nee te zeggen.’

In de klas veroorzaakt de in elkaar geknutselde rookmachine die Neefjes heeft meegebracht de nodige opwinding. Daarmee laat hij zien wat acht sigaretten, die tegelijk worden opgestookt met behulp van een stofzuiger, achterlaten in propjes watten. Leerlingen ontvluchten de rook door demonstratief proestend uit de ramen te gaan hangen. Het duurt even voordat de rust is hersteld en Neefjes kan samenvatten: roken is goor, duur en niet goed voor je dna.

‘Wij richten ons niet op minderjarigen’

Directeur Jan Hein Sträter van de Vereniging Nederlandse Sigaretten- en Kerftabakfabrikanten ontkent dat de tabaksindustrie zich richt op minderjarigen. ‘De industrie heeft zelf gepleit voor een verkoopverbod aan jongeren onder 18 jaar. Wij richten ons op de volwassen consument die geniet van tabak en zich bewust is van de risico’s.’ Hij spreekt met klem tegen dat in sigaretten heimelijk stoffen worden verwerkt om rokers verslaafd te maken. ‘De enige stof die verslavend werkt is nicotine en die zit van nature in tabak. Aan een sigaret worden stoffen toegevoegd die de smaak verbeteren, de brandbaarheid bevorderen en bederf tegengaan.’

Sluikreclame via sociale media en Netflix mag niet in Nederland en is er ook niet, zegt Sträter. Hoe dat is geregeld in andere landen, daar kan hij niets over zeggen. Dat tabaksfabrikanten erop uit zijn hun producten te verkopen kun je ze niet kwalijk nemen. ‘Ieder bedrijf bestaat bij de gratie van zijn afnemers. Of je nou koelkasten verkoopt of wc-papier. Maar wij duwen de mensen geen sigaret in de mond. Wij produceren sigaretten omdat er vraag naar is, als die er niet was zou er ook geen tabaksindustrie zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.