'Als niet-drinker voel ik mij een beetje ontheemd'

Zonder champagne de jaarwisseling doorkomen

Zonder drank kan het niet gezellig zijn en een diner zonder wijn is ondenkbaar. Toch leeft Sander van Walsum zonder alcohol.

Als je in gezelschap altijd de enige bent die het bij die ene slok-uit-beleefdheid laat, voel je je toch geen deelgenoot van de stemmingswisseling die zich omstreeks half tien aan tafel voltrekt. Foto Andrea De Santis

Een geheelonthouder ben ik niet. Hoewel ik niet rook of drink, afgezien van het glas wijn waarvan ik bij etentjes een slok neem - om er vervolgens op toe te zien dat het glas niet wordt bijgevuld. Over de kwaliteit van de versmade drank kan ik niet oordelen. Een lompe Bulgaar legt dezelfde weg af als een Franse wijn waar de disgenoten heel lyrisch over zijn: zo snel mogelijk doorslikken en naspoelen met veel water. Witte wijn verdraag ik per saldo iets beter dan rode. Zeker als hij lekker schuimt en een beetje op frisdrank lijkt. Maar witte wijn met de afdronk van 7Up krijg je in een gezelschap dat zichzelf respecteert nog maar zelden voorgezet.

Vanavond zal er weer champagne worden gedronken. Ook vanavond zal ik daaraan nippen, wetend dat ik pas over een jaar weer hoef. En ook vanavond zal ik mij een kort moment afvragen wat daar toch aan is, aan champagne. Al die mensen die erdoor in een staat van verrukking worden gebracht, zullen toch echt niet doen alsof. Waarom zouden ze? Maar ik ervaar het als een bitter goedje. Net als Baileys, de 'fluweelzachte' likeur die ik als student weleens dronk met vrouwelijke eters, na er een flinke scheut room aan te hebben toegevoegd - een handeling die de Ierse producent jammerlijk had nagelaten.

Nee, drank in welke verschijningsvorm dan ook gaat er bij mij niet in. En ik ben daar absoluut niet blij mee. Nog afgezien van het feit dat mij altijd de rol van Bob toevalt, ofschoon autorijden geen liefhebberij van mij is. Als je in gezelschap altijd de enige bent die het bij die ene slok-uit-beleefdheid laat, voel je je toch geen deelgenoot van de stemmingswisseling die zich omstreeks half tien aan tafel voltrekt. Dus ga je werktuigelijk de borden stapelen, begin je met de afwas en zet je de thermostaat vast op de nachtstand - in de verwachting dat de disgenoten na de koffie en de likeur toch wel zo'n beetje zullen zijn uitgelachen.

Groen flesje

Aan compassie van drinkers ontbreekt het mij niet. Geregeld vragen ze mij hoe het zo gekomen is. Er trekt dan een uitdrukking van zorg over hun gezicht. Want er moet vroeger wel iets akeligs zijn gebeurd als je jezelf het genot van drank ontzegt. Ik zou ze graag ter wille zijn met woeste verhalen uit een grijs verleden, maar ik kom niet verder dan een paar kleine gebeurtenissen die hooguit rimpelingen in een per saldo zorgeloze jeugd hebben veroorzaakt. Zo bracht een lollige gast van mijn ouders mij op een zomerse dag in 1963 - of daaromtrent - in de waan dat het groene flesje dat hij me aanreikte appelsap bevatte. Sindsdien heb ik het niet zo op Heineken.

Iets schokkender was een voorval in de binnenlanden van het voormalige Joegoslavië, de 'avontuurlijke' vakantiebestemming van mijn ouders - liefhebbers van schrijver A. den Doolaard, wiens romans veelal op de Balkan zijn gesitueerd. In een horecagelegenheid boden mijn ouders en de andere aanwezigen - die in een film als houtvesters en stropers hadden kunnen figureren - elkaar drankjes aan die vermoedelijk met grote hoeveelheden water aangelengd hadden moeten worden. In het spel van loven en bieden delfden mijn ouders al snel het onderspit. Nadat zij zich aan de drukkende hartelijkheid van de woudbewoners hadden ontworsteld, viel mijn moeder achterover in het drassige gras toen mijn broer haar op de sterrenpracht boven haar attendeerde.

De volgende ochtend troffen we onze ouders aan bij een beekje, waar zij bezig waren de sporen van een doorwaakte nacht uit hun slaapzak te spoelen. Erg verheffend was het niet. Maar het voorval kan hooguit de afkeer verklaren van slivovitsj, de pruimenbrandewijn waarmee ze op de Balkan een vreugdeloos bestaan trotseren. Niet van alcoholhoudende dranken in het algemeen. En zeker niet van Franse wijnen. Evenmin kan ik het mijn ouders kwalijk nemen dat zij zich door een paar Serviërs hebben laten dronken voeren. Hooguit zou ik hun, met enige goede wil, kunnen verwijten dat ze mij geen wijn hebben leren drinken. Want de waardering voor alcohol is niet aangeboren, heb ik begrepen. Ze moet je worden bijgebracht. En dat hebben mijn ouders, die doorgaans toch doordrongen waren van de nurture-component in het menselijk gedrag, misschien onvoldoende onderkend.

Bulgaarse champagne

De eerste champagne die ik dronk, indringend roze van kleur, was van Bulgaarse origine - zo diep zat de liefde voor de Balkan bij mijn ouders. En de rode wijn die ik mocht serveren aan leeftijdgenoten die daar mentaal vaak nog niet op waren ingesteld, was verpakt in karton of in literflessen met een schroefdop en een wikkel met een goedlachse baretdrager. Stroeve, zurige goedjes die luisterden naar namen als vin du patron rouge of pinard en die, ter bescherming van het kristal, werden genuttigd in colaglazen of plastic bekertjes.

Mijn leeftijdgenoten waren doorgaans strenger opgevoed dan ikzelf en zagen elke alcoholhoudende drank als een verboden vrucht, ongeacht de smaak en ongeacht de verpakking. En verboden vruchten smaken per definitie zoet, getuige de massale dronkenschap waarin de matrasfuifjes in mijn ouderlijk huis resulteerden. De gangmakers deden daar op maandagochtend heel stoer over, maar ik dacht toch vooral aan het fonteintje in de wc dat door hun toedoen verstopt was geraakt en aan de zurige geur in huis die aan de feestvreugde herinnerde.

In de volgende levensfase, de studententijd, viel aan bier niet te ontkomen. Jus d'orange en Spa Rood dronk je alleen als je hoge koorts had of als je de volgende ochtend - de volgende middag telde niet - een tentamen had. Een belangrijk tentamen. Zonder de mogelijkheid van een herkansing. Dan kon je je zonder noemenswaardige problemen onttrekken aan het bierdictaat. Maar in de regel correspondeerde het aantal vingers dat je in de sociëteit opstak met het aantal biertjes - zeg nooit: pilsjes - dat je bestelde. De bierconsumptie was de graadmeter van de gezelligheid. Gezelligheidsverenigingen gingen - en gaan - prat op hun goede relaties met de grote bierbrouwers. De omvang van de koelinstallaties in hun kelder is maatgevend voor het prestige dat zij binnen de subcultuur genieten.

In die subcultuur was het bijna onmogelijk om nooit dronken te worden. Ikzelf bewaar daar slechte herinneringen aan - nog afgezien van mijn 'slechte dronk', die in ruzies en akelige misverstanden resulteerde. Nog vervelender was de nadorst, die door grote hoeveelheden halfvolle melk werd gelest. En de zeurende hoofdpijn natuurlijk. Als mijn eigen kamer het toneel was geweest van een bacchanaal, waarbij ooit mijn drie goudvissen het leven hebben gelaten, raakte ik de volgende middag bevangen door een manische schoonmaakwoede - een soort reinigingsrite of boetedoening. Daaraan ontkwamen zelfs mijn ramen niet. Nooit heb ik ze gelapt, behalve na die paar gevallen van dronkenschap.

Geroutineerde drinkers

Mij ontging dus volkomen wat nu zo leuk aan was aan drinken, dronken worden, ruzie maken, nadorst en dingen doen die je je de volgende dag niet of slechts met diepe schaamte herinnerde. Maar het ontging mij niet dat nuchterheid bij geroutineerde drinkers op den duur vaak maar heel betrekkelijk was en dat hun romp gaandeweg de vorm aannam van een peer. Als de inname van drank al als onderdeel van levenskunst kon worden aangemerkt, was het in elk geval niet míjn levenskunst. En zo is het nog steeds.

Een beetje lastig is dat wel, bij tijd en wijle. Want in het spraakgebruik zijn drank en gezelligheid nauw met elkaar verweven, zo niet uitwisselbaar. Een diner zonder wijn is onbestaanbaar. Feestelijke gelegenheden gaan per definitie met mousserende dranken gepaard. Collega's die zich na het werk willen ontspannen, gaan 'een biertje drinken'. Zoals ze 's ochtends omwille van de gezelligheid koffie drinken. Het verschil tussen koffie en bier is overigens betrekkelijk. Want ooit gold koffie ook als een verboden vrucht waartegen jongeren in bescherming moesten worden genomen. Aan dat gegeven dankt de Kaffee Kantate van Johann Sebastian Bach in 1733 haar ontstaan:

'Trink nicht so viel Kaffee.
Nicht für Kinder ist der Türkentrank,
schwächt die Nerven,
macht dich blass und krank'

Deze vermaning, van vader Schlendrian aan dochter Liesgen, zou nu op licht alcoholische dranken betrekking kunnen hebben. En net als toen zou Liesgen zich er niets van aantrekken. Want vader drinkt zelf ook en zijn vermaning vergroot slechts de aantrekkelijkheid van gevaarlijke dranken.

Niet zielig

Tegen overmatige inname wordt gewaarschuwd. Reclame voor drank is aan banden gelegd. Tezelfdertijd drinkt 80 procent van de Nederlanders regelmatig - en veel, zij het matig in vergelijking met andere Europeanen: gemiddeld 7 liter pure alcohol per jaar. En de afgetekende meerderheid bepaalt de norm. Wie niet drinkt, wordt snel als spelbreker van gekoesterde rituelen aangemerkt en wordt vaker - op al dan niet speelse wijze - ter verantwoording geroepen dan degene die wel drinkt. Alcoholgebruik is de regel. Zeker in deze tijd van het jaar, die voor de gezelligste doorgaat.

Hieraan onttrek ik mij niet uit tegendraadsheid. Liever had ik wel van alcoholhoudende dranken gehouden. Gelukkig zijn de Aziatische bieren - minder bitter dan hun Nederlandse lookalikes - hier aan een bescheiden opmars begonnen. En Berliner Weisse is met een scheut limonadesiroop nog op te leuken tot een zoete lekkernij.

Of het met wijn, om maar te zwijgen over sterke drank, ooit nog zal lukken, waag ik te betwijfelen. En daaraan mis ik ongetwijfeld veel. Gezien al die florerende wijnclubjes. Vakanties die langs wijnboerderijen voeren. Restaurants die met een goede sommelier klanten aan zich binden.

In een land waar, zo lijkt het, geen pinard en andere goedkope slobberwijnen meer worden gedronken, voelt de niet-drinker zich weleens een beetje ontheemd. Ontheemd, niet zielig. Want hij moet het naar alle waarschijnlijkheid vooral zichzelf verwijten dat hij de godendrank niet heeft leren drinken.