'Alleen de plaagdieren doden, dat is een utopie'

Vier alternatieven voor neonicotinoïden

Met elke studie die de schadelijkheid ervan aantoont, wordt de roep om harde maatregelen tegen neonicotinoïden luider. Maar wat zijn de mogelijkheden?

Een steenhommel in een koolzaadveld. Ook hommels blijken schade op te lopen door weggelekte neonicotinoïden. Beeld Jonathan Carruthers

Helemaal verbieden

Neonicotinoïden werden in de jaren negentig geïntroduceerd als wonder-insecticide voor de landbouw. Je dompelt zaadjes of bollen erin, het gif wordt opgenomen door het gewas en vervolgens sterven alleen de beestjes die daarvan snoepen.

Een precisiegif dus, dat veel pesticide uitspaart, sproeien overbodig maakt en bovendien onschadelijk is voor alles wat geen insect is: 'neonics' grijpen namelijk aan op zenuwcellen die alleen insecten hebben.

Goed: er zijn dus ook nadelen, blijkt inmiddels. Veel van het gif van de behandelde zaadjes lekt weg in het milieu en ook andere insecten en zelfs vogels lopen schade op. Je zou zeggen: weg ermee, we verzinnen wel wat anders. Biologische bestrijdingstrucs, bijvoorbeeld.

Zo simpel ligt het echter niet, zeggen de meeste experts. Nu al blijkt dat boeren die hun neonicotinoïden noodgedwongen schrapten door het EU-verbod op sommige toepassingen, terugvallen op ouderwetse pesticiden. Daarvan gebruiken ze meer en ook die komen in het milieu. Op sommige akkers keerden plaaginsecten terug die de boer tientallen jaren niet had gezien, in onder meer Engeland schakelden boeren over op andere gewassen. 'Er zal altijd iets van schade zijn', zegt Jaap van Wenum, beleids-adviseur plantgezondheid bij LTO Nederland. 'Alleen de plaaginsecten doden is een utopie.'

Achter alle emotie schuilt een diep verschil in wereldbeeld. 'Noem het de burger versus de consument', zegt onder meer Hilfred Huiting, onderzoeker gewasbescherming bij Wageningen Universiteit. De burger wil een rijke natuur en gifvrije gewassen, de consument wil vooral betaalbare groenten, volop beschikbaar en vrij van vraatschade en aantasting. Dat zijn belangen die niet altijd samengaan.

Gewoon zo doorgaan

Vervelend natuurlijk, die onvoorziene schade aan de natuur. Maar aan de andere kant: twintig jaar geleden was het allemaal veel erger, waren de sloten dood en waaiden er soms spuitnevels van gif over het land. Nee, doe dan liever neonicotinoïden.

Daar is best wat voor te zeggen. De ene neonicotinoïde is de andere niet - het zijn er momenteel zeven - en de techniek staat niet stil: misschien zijn er neonicotinoïden op komst die minder schade aanrichten of sneller afbreekbaar zijn als ze weglekken. 'Het product is niet ontwikkeld vanuit: we doen maar wat', benadrukt onderzoeksleider gewasbescherming Piet Spoorenberg ( Wageningen Universiteit).

Daartegenover staat dat veel van de schade onzichtbaar is en dat neonicotinoïden uitnodigen tot gemakzucht. Waar men vroeger pas ging behandelen als een plaaginsect opdook, kan de boer het nu uit voorzorg vooraf doen, door gecoat zaad in de grond te stoppen. Dat gaat in tegen het Europese beleid om gif terug te dringen, zeggen critici.

Verbied het op sommige plaatsen

Een middenweg is om de neonicotinoïden op bepaalde plekken aan banden te leggen: hier een gebied waar ze zijn toegestaan, daar een gebied waar we ze verbieden. Of sta kleine bedrijven toe de neonics te gebruiken, en verbied ze op grote arealen, oppert Biesmeijer. 'Die creëren de meeste milieudruk.'

Een variant daarop komt onder meer van wetenschapper Spoorenberg: spreid het gebruik binnen één bedrijf. De boer zou loze stukjes land bij sloten en rondom paden en leidingen meer moeten cultiveren als reservoir voor de natuurlijke vijanden van plaaginsecten en als compensatie voor de dieren die schade oplopen. 'Laat maar zien dat je de bijen in stand kunt houden in je omgeving', zegt hij.

Maar het zijn ideeën in ontwikkeling. In een dichtbevolkt continent als Europa - en al helemaal in Nederland - zal het niet meevallen gebieden te vinden waar je de regels wat soepeler maakt; bovendien zal het gif zich via water en lucht toch wel verspreiden. En het nadeel van biologische compensatiestroken is dat ze grond en onderhoud eisen: het is nog maar de vraag of de boer wel wil.

Gebruik het (steeds) minder

Wat men in het heetst van de strijd nogal eens vergeet: neonicotinoïden zijn niet het enige pesticide onder de zon. Nu al wordt het gif met zorg ingezet, op plaatsen en tijden waar de boer plagen verwacht, en vooral bij gevoelige gewassen als sla, spruit, ui en suikerbiet. Het gevolg is dat de neonicotinoïden momenteel op zo'n 10 procent van het Nederlandse landbouwareaal worden ingezet. Een enorme lap grond, maar afgezet tegen het totaal toch ook weer te overzien.

De trend is intussen geleidelijke 'vergroening': nieuwe pesticiden zijn vaak gebaseerd op bacteriën of andere trucs uit de natuur en veel aandacht is er de laatste jaren voor bodemverbetering, het gezonder maken van de grond met bijvoorbeeld bepaalde compost, zodat de gewassen die er groeien weerbaarder zijn tegen ziekte. 'We pakken het beste van 'biologisch' eruit', zegt Van Wenum. 'Zo zijn biologische en gangbare landbouw wat naar elkaar toe aan het groeien.'

Als je die tendensen optelt, zou je de neonicotinoïden kunnen zien als een noodzakelijk kwaad, een overgangsfase op weg naar beter. 'Iedere stap richting perfectie is er één', zegt Spoorenberg. 'Misschien kunnen we neonicotinoïden uitfaseren, door steeds nieuwe technieken toe te passen.'

Kern van het probleem, denkt ook Van Wenum, is dat mensen steeds hogere eisen stellen: aan hun voedsel, maar ook aan de natuur. 'Wat we nog bereid zijn aan schade te accepteren, is voortdurend aan het schuiven. Misschien moet daarover eens een goede discussie op gang komen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.