De GidsInterviews

‘Sinds corona worden we serieuzer genomen, maar we worden ook nog te vaak aangezien voor lieve zuster’

Er werd voor ze geklapt, ze waren de helden van het jaar. Toch gaan de salarissen in de zorg niet omhoogDrie verpleegkundigen vertellen over de mooie en minder mooie kanten van hun vak. ‘Het is geen liefdadigheid, we zijn kundig. Je hebt kennis nodig van anatomie, psychologie, fysiologie en nog veel meer.’

'Verpleegkundigen zijn geen 'lieve zusters', we hebben een vak’Beeld Matteo Bal

Inge Rinzema (47) is verpleegkundig specialist in een verpleeghuis in Groningen. 

Na de hbo-opleiding tot verpleegkundige volgde ze de master advanced nursing practice. ‘Qua arbeidsvoorwaarden heb ik niets te klagen, al is het wel vreemd dat ik drie schalen lager wordt ingeschaald dan een dokter. Als je kijkt naar de verantwoordelijkheid die ik draag, klopt dat gewoon niet. De verantwoordelijkheden zijn nagenoeg hetzelfde.’

Inge RinzemaBeeld Zinn Zorg

Als verpleegkundig specialist begeeft Inge Rinzema zich op het snijvlak van ‘care’ en ‘cure’, zo vertelt ze. ‘Mijn functie is een aanvulling op de verpleeg- en geneeskunde. Enerzijds doe je het medische stuk, anderzijds de verpleegkundige behandeling. Sommige mensen, bijvoorbeeld kinderen van ouderen die behandeling nodig hebben, vinden dat lastig te begrijpen. Laatst vroeg de zoon van een cliënt: waarom heeft mijn vader geen dokter als behandelaar? Toen zei ik: eigenlijk heeft je vader geluk. Ik combineer de medische behandeling met een verpleegkundige behandeling. En als ik het gevoel heb dat mijn kennis tekortschiet, kan ik overleggen met een medisch specialist.’

Dit artikel verscheen eerder op Intermediair.nl

Rinzema volgde de opleiding hbo-verpleegkunde en werkte als verpleegkundige. Daarna kwam ze in een managementfunctie terecht. ‘Op een gegeven moment miste ik de connectie met de patiënt. Ik heb toen de master advanced nursing practice gedaan en in 2014 ben ik afgestudeerd. Ik vond het een mooie opleiding omdat ik hiermee enerzijds mijn deskundigheid op medisch en verpleegkundig vlak vergrootte en anderzijds weer met patiënten kon werken.’

Inmiddels is Rinzema regiebehandelaar van vijftig kwetsbare ouderen met een verpleeghuisindicatie. Elke dag ziet er anders uit, vertelt ze. Twee keer per week loopt ze een visiterondje over de afdelingen en ze behandelt de lichamelijke, psychische en cognitieve klachten die bewoners hebben. ‘Je bent de hele dag puzzels aan het oplossen.’

Kwaliteit van leven

Waar je in het ziekenhuis vooral bezig bent met mensen beter maken, focus je je in een verpleeghuis op de kwaliteit van leven. ‘Bij ouderenzorg kijk je: wat zijn de lichtpuntjes voor iemand? Soms krijg je verrassende antwoorden. Zo vroeg ik eens aan een vrouw die bijna zou overlijden: waar word je nu nog blij van? Haar antwoord was: een vers wit kadetje met een gebakken ei. Dat hebben we toen geregeld; ik ben naar de bakker gefietst en de kok heeft een ei gebakken. Daarnaast kun je prachtige gesprekken voeren. Veel ouderen hebben geweldige en soms ook verdrietige anekdotes.’

Of er nog wel tijd is voor die mooie gesprekken, met al die administratieve last? ‘Het is zeker waar dat we meer achter de computer zitten’, zegt Rinzema. ‘We hebben te maken met tijdregistratie en vaak lopen de verschillende ICT-systemen vast. Soms ben je voor een nieuwe patiënt een week bezig om gegevens van de huisarts te krijgen. Dat is echt een manco in de zorg: iedereen doet zijn eigen stukje en daardoor worden veel dingen dubbel gedaan. Daarnaast is de complexiteit van de zorg toegenomen. Je komt tegenwoordig niet meer zomaar in een verpleeghuis terecht. Mensen zijn fysiek en geestelijk in een slechtere conditie dan een aantal jaar geleden. Dat doet een groter appel op mij als verpleegkundig specialist.’

Qua salaris heeft Rinzema niet te klagen, vindt ze. ‘Voor 32 uur krijg ik zo’n 2.800 euro netto per maand, maar dan zit ik wel aan het einde van mijn schaal. Als je kijkt naar de verantwoordelijkheid die ik draag, is het wel vreemd dat ik drie schalen lager wordt ingeschaald dan een dokter. Dat klopt gewoon niet. De verantwoordelijkheden zijn nagenoeg hetzelfde.’

Het voordeel van de coronacrisis is dat het woord verpleegkundige nog nooit zo vaak in de media is genoemd als de afgelopen tijd. Dat geeft meer inzicht in het beroep, hoopt Rinzema. ‘Vaak zeggen mensen: het is zulk mooi en dankbaar werk. Dat is ook zo, maar het is vooral ook een vak. In talkshows zag je dat dokters medische dingen mochten zeggen en dat verpleegkundigen werd gevraagd naar de emotie; hoe zwaar het werken was en dat burn-outs op de loer liggen. Terwijl wij ook ons beroep uitoefenden. Over de deskundigheid en inhoud van dat prachtige beroep gaat het nog altijd minder. Dat is jammer, want als dat meer aan bod komt, zou ik meer collega’s krijgen – en dat is hard nodig.’

Jan Hoefnagel (33) werkt op de ambulance en is daarnaast officier van dienst geneeskundig.

‘Dat houdt in dat ik verantwoordelijk ben voor het opgeschaalde zorgstuk in de regio.’ Hij volgde eerst een hbo-opleiding verpleegkunde, heeft daarna nog een vervolgopleiding gedaan om op de intensive care te kunnen werken en deed dit vervolgens 7 jaar. Na een 9 maanden durende opleiding tot ambulanceverpleegkundige werkt hij nu op de ambulance.

Jan HoefnagelBeeld Jan Hoefnagel

Het mooie aan het ambulancevak vindt Jan Hoefnagel het onverwachte. ‘Ik heb ’s ochtends geen idee wat ik die dag ga doen. Soms verleen ik wekenlang alleen maar algemene basiszorg en soms ben ik bij een gebeurtenis die nog weken in het nieuws is. Het zorgt ervoor dat je scherp blijft. Je kunt alle zorgvragen krijgen waarvoor je bent opgeleid.’

Hoefnagels dienst begin met het controleren van de auto en vervolgens is het wachten op een oproep. ‘Het gaat niet altijd om acute zorg, een deel van het vak is ook huisartsenzorg. Dat is meteen ook de charme van het vak: je moet breed georiënteerd zijn. Het is vrij makkelijk om 112 te bellen, dus soms doen mensen dit als ze niet weten wat ze anders kunnen doen. Je moet op zo’n moment inschatten: wat doen we met deze persoon? Brengen we hem naar het ziekenhuis of is het beter als hij thuisblijft?’

Dat het niet alleen maar trauma’s en reanimaties zijn, is maar goed ook, zegt Hoefnagel. ‘Daar word je geen gelukkiger mens van. Als je alleen maar mensen hebt die van flatgebouwen springen of kinderen die je moet reanimeren, dan hou je het niet vol. Dan is het fijn om er ook iemand tussen te hebben die zijn enkel heeft gebroken. Je bent niet specialistisch, maar generalistisch. Soms doe ik wekenlang niets met de ic-vaardigheden die ik heb, maar toch komen die vaak ook wel van pas.’

Binnen een kwartier beslissen

Hoefnagel is blij met de waardering die hij krijgt als ambulanceverpleegkundige en ook heeft hij niet te klagen over het salaris. ‘Ik zit een andere CAO dan ziekenhuisverpleegkundigen. Dat is in zekere zin ook wel terecht, omdat ik breed ben opgeleid en ook een coördinerende rol heb. Ik bevind me soms in een situatie waarin ik binnen een kwartier een beslissing moet maken, terwijl in een ziekenhuis vijf doktoren een halfuur kunnen overleggen. Het zijn moeilijke beslissingen die je als ambulanceverpleegkundige moet nemen. Bruto kun je in mijn beroep maximaal 4.600 euro verdienen, in het ziekenhuis is dat zo’n 4.100. Dat is exclusief onregelmatigheids- en vakantietoeslagen en kilometervergoedingen.’

Met agressie van omstanders heeft Hoefnagel gelukkig nooit te maken gehad. ‘We worden hierin ook opgeleid: hoe voorkom je conflicten? De helft van je vak is mensen geruststellen. Mensen zijn vaak gestrest en dan moet je de-escaleren. We weten dus hoe we hiermee om moeten gaan. Maar soms gaat het toch mis, en dan is dat natuurlijk heel erg vervelend.’

Caroline Smeets (37) is kwaliteitsverpleegkundige in de wijk en was daarvoor wijkverpleegkundige. 

Ze werkt al twintig jaar in de zorg. ‘Mensen zetten ons vaak weg als lieve zuster, maar verpleegkundige is echt een vak. Het is geen liefdadigheid, we zijn kundig. Je hebt kennis nodig van anatomie, psychologie, fysiologie en nog veel meer.’

Caroline SmeetsBeeld Caroline Smeets

Als kwaliteitsverpleegkundige in de wijk staat Caroline Smeets naast de wijkteams. Ze helpt de wijkverpleegkundigen met moeilijke zorgvragen, planningsvraagstukken en de dossiervorming, zoals rapporteren en evalueren. ‘We zetten zo veel mogelijk in op zelfredzaamheid’, vertelt Smeets. ‘Wat heeft iemand nodig om zo goed mogelijk zelfstandig te kunnen leven? Ook houden we ons steeds meer bezig met preventie: hoe ziet de wijk eruit en wat is er nodig zodat de bewoners gezond kunnen leven? Zo organiseren we koffieochtenden, waardoor eenzaamheid vermindert, maar kijken we ook naar innovatie.’

Er worden bijvoorbeeld tablets ingezet, zodat bewoners kunnen bellen met familie of verpleegkundigen. Er wordt geëxperimenteerd met Smart Glasses; de verpleegkundige in de wijk zet dan een bril op, zodat een gespecialiseerd wondverpleegkundige op afstand kan meekijken om wondzorg te verlenen. Ook wordt er gebruikgemaakt van Robot Tessa, waarmee eenzaamheid moet worden bestreden. ‘Zij zegt goedemorgen, geeft de dagstructuur aan en herinnert mensen eraan om bijvoorbeeld medicijnen in te nemen.’

Het mooie aan het werk vindt Smeets dat het afwisselend is: ‘Als je aan een nieuwe dag begint, weet je nog niet waar die gaat eindigen.’ Daarnaast kun je je in de zorg blijven ontwikkelen, vertelt ze. ‘Ik ben ooit begonnen aan de kunstacademie, maar dat paste niet bij mij. Vervolgens volgde ik een hbo-opleiding verpleegkunde en onlangs rondde ik de master innovatie in zorg en welzijn af. ‘Ik wil de best mogelijke cliëntenzorg neerzetten en ik ben blij dat ik die kans krijg. Het is een beroep in ontwikkeling. We hebben ons te lang te veel laten vertellen, daar komt nu een kentering in. Er wordt meer leiderschap getoond. Door de covidcrisis hebben we ook meer kunnen laten zien wat wij doen. Het is een heel intensieve job, maar je raakt ook de kern van het leven. Je komt heel dicht bij mensen, op een professionele manier.’

Minder leuke kanten zijn er ook, zegt Smeets, met name de administratieve last veroorzaakt haar zo nu en dan kopzorgen. ‘We hebben het al flink kunnen verminderen, toch blijft het de kop op steken. Zodra er weer een papiertje of tabblad bijkomt dat we moeten invullen, denk ik: is dit wel echt nodig? Het lastige is ook dat je met veel verschillende ICT-systemen werkt. Je hebt er een voor de medicijnen, een voor de communicatie met de huisarts, weer een ander voor het ziekenhuis, een app van het wijkteam, en al die systemen communiceren niet met elkaar. Dat levert veel werkdruk op.’

Geen liefdadigheid

Smeets is blij met de hogere waardering die er sinds de coronacrisis voor haar vak is gekomen, maar het kan nog beter, vindt ze. ‘Het is natuurlijk leuk dat er geklapt wordt, maar tegelijkertijd waren er niet voldoende beschermingsmiddelen voor ons. Sinds corona worden we serieuzer genomen, maar we worden ook nog te vaak aangezien als een verpleegster of iemand van de thuiszorg. Ik heb een vak waarbij ik de zorginhoud onderbouw. Het is geen liefdadigheid, we hebben veel moeten leren. Over de anatomie, fysiologie, maar ook psychologie. We zijn kundig, dan is het vervelend weg te worden gezet als lieve zuster.’

Waar Smeets zich altijd over heeft verbaasd, is het salaris. ‘Ik heb een heel verantwoordelijke functie. Op het moment dat ik ook maar een fout maak met de medicatie, kan dat de dood betekenen of kan iemand een levenslang trauma hebben. Als ik dan kijk naar wat er in de commerciële sector wordt verdiend, dan had ik me beter daar omhoog kunnen werken. Ik denk dat mensen vaak niet doorhebben wat voor rol wij spelen. Gelukkig is er veel waardering vanuit de cliënt. Daarnaast heb ik begrepen dat sommige groepen in de zorg een bonus krijgen en we hebben door de coronacrisis straks een betere positie aan de onderhandelingstafel.’

Wel is Smeets te spreken over de overige arbeidsvoorwaarden. ‘We hebben vijf tot zes weken vakantie per jaar, nog net niet zoveel als leerkrachten, en we krijgen onregelmatigheidstoeslag. Het kan ook fijn zijn om in de weekenden te werken, want dat betekent dat ik op bijvoorbeeld een dinsdag kan gaan winkelen. Dan heb ik alle winkels voor mezelf.’ 

Wat verdient een verpleegkundige?

De salarissen van verpleegkundigen lopen sterk uiteen. Zo is het afhankelijk van je opleidingsniveau, werkervaring en in welke richting je werkt.

- Verpleegkundigen in de wijk (hebben de mbo-opleiding verpleegkunde gevolgd) verdienen tussen de 2.251 en 3.225 euro bruto per maand

- Een wijkverpleegkundige (hbo-opgeleid) krijgt tussen de 2.453 en 4.111 euro bruto per maand

- Een ambulanceverpleegkundige tussen de 2.798 en 4.111 euro bruto per maand

- En een verpleegkundig specialist tussen de 2.798 en 5.504 euro bruto per maand

Wil je weten of je genoeg verdient? Vul dan het Salariskompas van Intermediair in.

FACEBOOKGROEP DE WERKGIDS

Hoe kun je efficiënter werken? Hoe pak je het aan als je een nieuwe baan wil? En hoe sla je je door een functioneringsgesprek heen? In de Facebookgroep de Volkskrant Werkgids delen we artikelen over werk en carrière. Meld je aan en deel zelf ook vragen en tips.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden