Participatiewet werkt niet: ‘Er moeten eenvoudigere banen komen’

Werkgevers hebben moeite vacatures te vervullen, maar mensen met een ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ plukken daar nauwelijks de vruchten van. Dat blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De arbeidsmarkt is een Champions League-wedstrijd geworden, stellen twee deskundigen. Er moeten nieuwe, eenvoudigere banen komen.

Werknemers van internetbureau Swink. Bij dit internetbedrijf hebben 11 van de 16 werknemers autisme. Beeld Yvette Wolterinck

Niels van Buren, directeur van Swink, weet hoe het is om met ‘mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt’ te werken. Bij het ‘buitengewone internetbedrijf’ dat hij runt, hebben elf van de zestien werknemers autisme. En ja, dat vraagt om wat aanpassingen, vertelt hij aan de telefoon. Mensen met autisme zijn bijvoorbeeld minder stressbestendig en kunnen niet goed tegen prikkels, zo is zijn ervaring. ‘Maar voordelen zijn er ook legio.’

Werkgevers als Van Buren zijn een uitzondering. Vorige week publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) een weinig opgewekt rapport over de in 2015 ingevoerde Participatiewet. Met die wet werden gemeenten verantwoordelijk voor ‘alle mensen die wel kunnen werken, maar daarbij ondersteuning nodig hebben’. Bij elkaar zo’n half miljoen Nederlanders. Conclusie van het SCP: de doelstellingen zijn niet gehaald. De wet heeft voor bijna alle groepen die hieronder vallen niet tot meer werkkansen geleid. Alleen onder jonggehandicapten (voorheen de Wajongers) stegen de baankansen iets, maar zij moesten het vervolgens wel met minder inkomen doen.

Manusjes-van-alles

Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zo wordt de groep genoemd die maar moeilijk aan een baan kan komen. Maar eigenlijk is het andersom, zegt hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie Fred Zijlstra, die ook directeur is van het Centrum Inclusieve Arbeidsorganisatie. ‘De arbeidsmarkt heeft een afstand tot deze mensen genomen. Het werk is, voor grote groepen mensen, te ingewikkeld geworden.’

Dat de Participatiewet heeft gefaald, is dan ook niet vreemd, vindt Zijlstra. ‘De arbeidsmarkt is gericht op efficiency. Bij veel organisaties zijn de lagere loonschalen er tijdens bezuinigingen uitgedrukt. Bedrijven vragen nu manusjes-van-alles: een docent die niet alleen lesgeeft, maar ook de ballen van het dak afhaalt of na school de potjes lijm bijvult, waardoor een onderwijsassistent overbodig is geworden.’ Dat ziet ook arbeidssocioloog Fabian Dekker. ‘De arbeidsmarkt is een Champions League-wedstrijd geworden’, vindt hij. ‘Dat wordt nog eens versterkt door automatisering. Daardoor zijn routinematige taken weggenomen en blijven de ingewikkelde werkzaamheden over.’

Zowel Dekker als Zijlstra pleit daarom voor nieuwe, eenvoudigere banen waarmee mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk kunnen worden geholpen. ‘Enerzijds help je een groep aan het werk die nu langs de kant staat’, zegt Zijlstra. ‘Anderzijds worden de huidige werknemers ontlast. En dat is hard nodig: het aantal burn-outs is nog nooit zo hoog geweest. Daarbij is het nog goedkoper ook: dure krachten doen nu relatief veel eenvoudige taken.’

Als voorbeeld noemt Zijlstra de zorg. ‘Het personeelstekort in deze sector is op te lossen door verpleegassistenten in dienst te nemen, die de verpleging ondersteunen’, denkt hij. ‘Nu is het zo dat de verpleging tussendoor ook schoonmaakt als er iets omvalt, de bedden opmaakt en mensen die niet zelf kunnen eten daarbij helpt. Dat zijn taken die verpleegassistenten ook prima kunnen doen.’ Volgens arbeidssocioloog Dekker kan het creëren van nieuwe banen ook maatschappelijke problemen oplossen. ‘We kampen met dilemma’s als eenzaamheid van ouderen en de integratie van nieuwkomers, tegelijkertijd hebben we mensen die wel willen werken, maar never nooit aan de slag komen. Verbind die twee werelden met elkaar.’

Geen geschikte vacatures

Uit het SCP-rapport blijkt dat bedrijven vaak wel willen: 61 procent geeft aan bereid te zijn iemand uit de doelgroep te plaatsen, 59 procent verricht ook inspanningen en 19 procent komt met concrete plannen. Maar uiteindelijk realiseert minder dan een kwart die plannen. Als er al mensen geplaatst worden, gaat het vooral om mensen met lichamelijke beperkingen. Mensen met psychische en verstandelijke problemen vallen buiten de boot, terwijl zij de grootste groep vormen binnen de Participatiewet. Veelvoorkomend argument: er zijn geen geschikte vacatures binnen het bedrijf.

Minimale aanpassingen

Bij het Amsterdamse internetbedrijf Swink was het oplossen van een personeelstekort niet de drijfveer, zegt directeur Van Buren, die zelf MS heeft. ‘Het doel was een commercieel bedrijf runnen en tegelijkertijd mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt laten integreren. In eerste instantie werkten we met mensen met allerlei arbeidsbeperkingen: doofheid, hersenletsel, blindheid, enzovoorts. Maar dat vroeg om zo veel aanpassingen, dat het wel erg ingewikkeld werd. Daarom is zes jaar geleden besloten om ons volledig te richten op autisme.’ Ongeveer de helft van de mensen met autisme zit volgens de Nederlandse Vereniging voor Autisme zonder werk thuis.

De 33-jarige Vincent Wiering is een van de werknemers bij Swink en is blij dat hij hier 8,5 jaar geleden als contentspecialist aan de slag kon. ‘Daarvoor heb ik een jaar thuis gezeten’, licht hij toe. ‘Zodra je in sollicitatiegesprekken het woord ‘autisme’ laat vallen, gooien ze meteen de deur dicht. Bedrijven denken dat er een enorme werklast bij komt om mij aan het werk te houden, maar dat is onzin. Met minimale aanpassingen en een beetje extra begeleiding kan ik prima mijn werk uitvoeren.’

De leidinggevenden van Swink. Rechts: Niels van Buren. Beeld Yvette Wolterinck

Wat die aanpassingen zijn? ‘Tussendoor wat vaker gesprekken voeren over hoe het gaat, de mogelijkheid om zo nu en dan aan te geven dat je een mindere dag hebt, zodat een collega wat taken kan overnemen, en duidelijk communiceren’, zegt Wiering. ‘Als ik een probleem heb en een collega zegt: laten we het daar volgende week over hebben, dan is dat voor mij niet genoeg. Ik heb een dag en een tijdstip nodig, anders blijft het maar rondspoken in mijn hoofd.’

Van Buren herkent de aanpassingen die Wiering noemt, maar ziet ook de voordelen van zijn ‘buitengewone team’. ‘Zonder een hallelujabeeld te willen creëren, ervaar ik dat mensen met autisme over het algemeen analytisch sterk en perfectionistisch zijn’, zegt hij. ‘Ze hebben een andere kijk op zaken, waardoor je een extra competentie aan het team toevoegt, zijn minder snel afgeleid en zijn enorm gemotiveerd. Maar dat laatste is misschien eerder een kenmerk van mensen die een tijd zonder werk hebben gezeten: ze willen heel graag werken.’

Wirwar aan regels

Veelgehoorde kritiek bij het in dienst nemen van arbeidsgehandicapten is de wirwar aan regels waarmee werkgevers te maken krijgen of de vele aanpassingen die bedrijven moeten doen. ‘Er ontstaat een beeld dat we werkgevers moeten ontzorgen’, zegt hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie FredZijlstra, ‘en enerzijds is dat zo: de regelgeving moet helder zijn. Maar anderzijds hebben werkgevers ook een probleem: zij hebben te weinig mensen. En als je kijkt naar de demografische ontwikkelingen, gaat dat de komende tijd alleen maar erger worden. Het is daarom niet vreemd om van de werkgever óók een inspanning te vragen: het gaat namelijk om het oplossen van hún probleem.’

De bekendste fietspomp van Nederland wordt al veertig jaar lang in elkaar gezet door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in Arnhem. Door de Participatiewet dreigen deze werkplekken langzaam te verdwijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden