1935: De welvaart neemt toe: de elektrische kachel is nieuw.
1935: De welvaart neemt toe: de elektrische kachel is nieuw. © Museum Charlottenburg-Wilmersdorf

Een fotografische biografie van kerst met de Wagners

Ruim veertig jaar lang fotografeerden Anna en Richard Wagner (niet de componist) zichzelf bij de kerstboom. Voor geheugen-professor Douwe Draaisma aanleiding tot bespiegelen over de aard van het herinneren.

Ons geheugen kan niet goed overweg met het alledaagse. Het weet weinig te reconstrueren van wat zich ooit onopvallend om ons heen bevond, hoe stemmen klonken, dingen voelden, kamers roken, gerechten smaakten. Of: hoe je dierbaren eruitzagen. Je ouders vroeger, je kinderen toen ze jonger waren, je vrouw, man, vrienden - door bij je te blijven en onmerkbaar langzaam te veranderen, lijken ze hun vroegere uiterlijk uit je geheugen te hebben gewist. Zelfs de geschiedenis van je eigen uiterlijk leg je niet vast: het gezicht dat je vandaag in de spiegel aankijkt, vervaagt al dat van gisteren, laat staan dat van een maand of een jaar geleden.

Je geheugen kan nauwelijks op tegen de zekerheid die een foto nu eenmaal biedt

We kunnen het ons geheugen niet kwalijk nemen. Het legt gemakkelijker vast wat verandert dan wat gelijkblijft. De mensen die we elke dag om ons heen hebben, veranderen even snel of langzaam als iedereen, maar door de dagelijkse omgang speelt hún verandering zich af op een schaal die er stilstand van maakt.

De confrontatie met hoe je er vroeger uitzag, wordt in onze tijd opgeroepen door foto's, veel minder door herinneringen. De fotografie heeft de verhouding met onze herinneringen aan het uiterlijk veranderd. Voor het midden van de 19de eeuw bestond dit probleem nog niet: je denkt terug aan iemand en vraagt je af of je je nu zijn gezicht herinnert of een foto ervan. Je geheugen kan nauwelijks op tegen de zekerheid die een foto nu eenmaal biedt, de wetenschap dat iemand er ooit, toen, bij die gelegenheid, zó heeft uitgezien: die oogopslag, dat kapsel, die trekken. Vandaag de dag bestaat van vrijwel iedereen zoiets als een fotografische biografie, vanaf de geboorte tot het heden of de dood, een visuele documentatie die misschien niet in elke fase van het leven even intensief wordt bijgehouden, maar toch dat hele leven omspant en de veranderingen vastlegt die te langzaam gaan voor ons geheugen.

Abrupt

Vanaf het eerste jaar van hun huwelijk, in 1900, heeft een Berlijns echtpaar, Anna en Richard Wagner, zichzelf op Kerstavond gefotografeerd en die foto als kerstkaart aan vrienden gestuurd. De serie loopt door tot 1942, drie jaar voor de dood van Anna. Er ontbreken slechts een paar jaren. Een vriendin van de Wagners bewaarde alle foto's. Bijna een halve eeuw later werden ze teruggevonden op een zolder in voormalig Oost-Berlijn.

Op alle foto's staat, oppervlakkig gezien, hetzelfde. Het echtpaar, een kerstboom, een tafel waarop kerstgeschenken staan uitgestald, een interieur waaraan weinig verandert. Maar tegen die roerloze achtergrond zie je des te scherper de wisseling van de seizoenen in een mensenleven. Je ziet hoe die veranderingen geleidelijk gaan, en soms abrupt. Het is herkenbaar: zes, zeven jaar lang lijk je nauwelijks ouder te worden en dan zijn er opeens jaren die de groeven en rimpels versneld in je uiterlijk kerven, alsof het hoog tijd werd dit achterstallige karwei af te werken. Juist door zichzelf met elke klik van de zelfontspanner precies één jaar vooruit te schuiven, laten de Wagners zien dat veroudering niet verloopt in de gelijkmatige cadans van de kalender.

Het echtpaar Wagner behoorde tot de middenklasse. Richard had een aanstelling als secretaris en later was hij inspecteur bij de spoorwegen. Ze woonden aanvankelijk in Essen, maar verhuisden in 1911 naar de Salzburger Strasse in Berlijn, waar ze een woning met tweeënhalve kamer betrokken. Daar bleven ze tot hun dood wonen. Over hun politieke opvattingen is niets bekend, al suggereert het portret van Wilhelm II, dat nog boven de sofa bleef hangen toen de Kaiser al lang verblijf had gevonden in Doorn, dat ze neigden naar het conservatieve. De Wagners bleven kinderloos.

Op de eerste foto, uit 1900, ogen Richard en Anna jonger dan hun 27 en 26 jaar. Anna speelt met huiskat Mietz, Richard schikt nog wat in de kerstboom, het tafereel maakt bijna de indruk dat ze vadertje en moedertje spelen. Op de tafel is voor de eerste maal het stilleven van kerstgeschenken ingericht dat op alle foto's zo'n prominente plek zou houden. Richard kreeg van Anna het fotoalbum dat voor hem op tafel ligt. Veel van de spullen in hun kamer zullen ook nog op de foto's van tientallen jaren later te zien zijn. Het tafelkleed, de bustes tegen de wand, het vloerkleed, de stoelen, de snuisterijen: de Wagners behoorden tot de generatie waarvan de uitzet een huwelijk lang meeging.

Vijftien jaar later zijn de omstandigheden drastisch veranderd. Op een kaart van Europa, al op de foto van 1914 te zien, is de opmars van de Duitse troepen bijgehouden. Hoewel veel levensmiddelen al op de bon waren, net als kleding, petroleum en kolen, wisten de Wagners nog een goedvoorziene kerstdis in te richten met taart, appels, drank en worst. Met het wat zonderlinge gevoel voor humor dat ook op andere foto's af en toe opduikt, hebben ze vlak bij het mandje eieren en de schaal met worst een kaartje met 'Hongersnood' opgehangen.

Twee jaar later zijn de ontberingen van de oorlog ook in de huiskamer van de Wagners doorgedrongen. De reden voor de winterjassen is eronder geschreven: kolenschaarste. De kaart met Duitse troepenbewegingen is weg. Er branden geen kaarsen in de boom. Richard draagt de pantoffels die het jaar tevoren tussen de kerstgeschenken stonden. In zijn haar zijn de eerste stroken grijs verschenen. Vooraan staat een hooikist waarin gerechten konden garen.

Elektrisch gerief

In 1927, halverwege het interbellum, gaat het de Wagners zichtbaar goed. Beiden zijn nu even in de vijftig, Richard met embonpoint en sigaar, maar ook met grijs haar en voor het eerst met bril, Anna achter een volle tafel met elegante schoenen, wijn, fruit en een gegraveerd kristallen glas. In de boom prijken voor het eerst elektrische kaarsjes. Maar het belangrijkste staat vooraan: een elektrische stofzuiger van het merk Progress.

Het was niet het eerste of laatste elektrische gerief dat in Anna's huishouden verscheen: het jaar daarvoor had ze al een strijkijzer gekregen, later kreeg ze nog een föhn die met wat hulpstukken geschikt te maken was voor watergolven, en die ook als beddenwarmer kon dienen.

Op de foto's van 1935 en 1937 staan opnieuw apparaten: in 1935 een elektrische kachel, in 1937 een radiotoestel, type Volksempfänger. Opvallender is de snelle veroudering van Anna: binnen twee jaar is ze van een pronte dame veranderd in een vrouw die men ouder schat dan haar 63 jaar. Grijs, zichtbaar vermagerd en bezorgd gadegeslagen door haar man, lijkt het wel, zit ze achter een uitgeklapte naaidoos.

In de jaren erna worden de stillevens op tafel allengs soberder. In 1940 zitten de Wagners opnieuw in hun winterjas bij de kerstboom. De laatste foto van hen samen is van 1942. Op tafel staat een fles met nog een bodempje drank, te eten viel er niet veel meer. Voor Richard zijn er nog een paar sigaren. De elektrische kaarsen voor de kerstboom kwamen goed uit: kaarsen waren zo schaars dat vrouwen met restjes was in aspirinebuisjes zelf kaarsen probeerden te maken.

Op 24 juni 1945 maakte Richard nog een laatste foto van de toen 71-jarige Anna. De oorlog is net voorbij, maar heeft voor haar te lang geduurd, de voedselschaarste is haar aan te zien. Ze woog nog maar 80 pond, mét kleren ('bruto', in de eigenaardige humor van Richard). Ze stierf op 23 augustus, volgens het register van de begraafplaats aan 'te ernstige vermagering'. Richard overleed enkele weken voor Kerst 1950. Hij werd 77 jaar.

Over de motieven van de Wagners zichzelf elk jaar zo te fotograferen, is niets bekend. Niemand weet hoe ze naar de foto's keken toen die eenmaal een serie begon te vormen. Hebben ze later hun eigen veroudering gezien, de geringe veranderingen in hun interieur, de bijna jaarlijks terugkerende nieuwe handschoenen? Het is niet waarschijnlijk dat ze in 1900 het voornemen hadden een fotografisch geheugen van hun eigen leven aan te leggen, al is het dat wel geworden. Het is een geheugen dat wél de vorige edities bewaart en de bedrieglijk trage veranderingen vastlegt die niemand bij zichzelf of anderen kan opmerken. Voor de toeschouwer nú, die door de voltooide serie kan bladeren en in nog geen uur vijfenveertig jaar ziet passeren, is dat fotografische geheugen een vanitas geworden, indringender dan de levenstrappen van vorige generaties, omdat we op de foto's mensen zien zoals wijzelf.

Dit artikel is een bewerking van een hoofdstuk uit Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt (Historische Uitgeverij, 2016, 14de editie)

De fotoserie van het echtpaar Wagner bevindt zich in de collectie van Museum Charlottenburg-Wilmersdorf in Berlijn en is gepubliceerd in B. Jochens, Deutsche Weih-nacht. Ein Familien-album 1900-1945