Het vlees is sterker dan de geest

De productie van vlees is weinig duurzaam. Overstappen op plantaardig eiwit is veel beter, denken onderzoekers...

De vraag is alleen hoe je de mensheid zo ver krijgt.Het vlees wordt duur betaald. Om één kilo dierlijk eiwit te produceren, is zes kilo plantaardig eiwit nodig, in de vorm van maïs, graan of ander veevoer. Plus een hoop water: vijftien kuub voor een kilo rundvlees, tegen 0,4 tot drie kuub voor graan. De omzetting van plantaardig in dierlijk eiwit is kortom weinig efficiënt.En niet duurzaam bovendien. Nu al gebruiken we 75 procent van het beschikbare zoetwater, 35 procent van land en 20 procent van alle energie voor de voedselproductie, en veel daarvan komt op het conto van de vleesproductie. De milieugevolgen zijn desastreus: ontbossing en verlies aan biodiversiteit, vervuiling door bestrijdingsmiddelen, vermesting en verdroging.En het wordt steeds erger: de wereldbevolking groeit, en waar de welvaart stijgt, neemt de vraag naar vlees extra toe. Terwijl de wereldbevolking tussen 1950 en 2000 ruim verdubbelde van 2,7 naar zes miljard, vervijfvoudigde de vleesproductie van 45 naar 233 miljard kilo. In 2050 zullen er negen miljard mensen zijn en zal de vleesproductie zo'n 450 miljard kilo bedragen.Er is maar één duurzame oplossing: we moeten in plaats van vlees het plantaardig eiwit gaan eten dat we nu aan ons vee voeren, zeggen dr. Harry Aiking van het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit en dr. Johan Vereijken van Agrotechnology & Food Innovation, Wageningen. Zij coördineerden de afgelopen vijf jaar het NWO-onderzoeksprogramma Profetas, dat de komende week met een conferentie zal worden afgerond.In dit multidisciplinaire project onderzochten economen, sociologen, ecologen, landbouwdeskundigen en voedseltechnologen de mogelijkheden voor een duurzamere voedselproductie. Is - gedeeltelijk - overstappen van vlees op plantaardig eiwitten, in de vorm van zogeheten Novel Protein Foods, een duurzame optie? Is het ook technologisch haalbaar? En sociaal wenselijk?Ja dus. Zo'n 'eiwit-transitie' heeft grote voordelen, leggen Aiking en Vereijken uit. 'Als je stopt met de intensieve veehouderij en het graan en de soja dat nu als veevoer wordt gebruikt, zelf opeet, heb je nog maar 15 procent van het areaal nodig. Die resterende 85 procent kun je dan bijvoorbeeld gebruiken voor het telen van biomassa, als duurzame energiebron. Dat is 320 miljoen hectare, een gebied zo groot als half Europa. Daarmee kun je een kwart van de huidige wereldenergiebehoefte dekken.'Je kunt het ook omdraaien. We hebben biomassa nodig om in onze energiebehoefte te voorzien als de fossiele brandstoffen opraken. Maar op welk areaal wil je die biomassa gaan telen zonder eiwit-transitie? 'Er is geen andere methode om zoveel land vrij te maken', stellen Aiking en Vereijken.Er bestaat dus een 'win-win-relatie' tussen de eiwit-en de energie-en watertransitie - het duurzamer gebruik van energie en zoetwater. Deze op zichzelf niet onbekende feiten zijn volgens Aiking nooit eerder zo in samenhang bezien. 'Omdat in dit project gescheiden vakgebieden ook echt bijeenkwamen.'De eiwit-transitie biedt nog meer moois. De restproducten van plantaardig eiwit - koolhydraten en oliën - vormen een extra energiebron, het dierenleed neemt af en de mondiale volksgezondheid verbetert. In arme landen verrijkt planteneiwit het dieet, in rijke landen kan het het gezonder maken.Maar zien Aiking en Vereijken de mensheid zonder morren het geliefde lapje vlees inruilen voor tofu en Novel Protein Foods op basis van soja of erwten? Nee, niet zomaar. Het vergt mondiale trendbreuken, nieuwe duurzame productieketens, mentaliteitsverandering. Maar het kan, we zijn ooit ook massaal aan de aardappel gegaan.Natuurlijk zijn culturele weerstanden een probleem. Vlees heeft in veel culturen een belangrijke culinaire en sociale status. Daarnaast zijn er politieke en economische obstakels. Aiking: 'Je zet de mondiale handelsstromen natuurlijk volkomen op hun kop. En dan heb je nog de WTO-regels: je kunt niet zomaar de erwtenteelt subsidiëren.'De moeizame overgang van roomboter naar margarine is veelzeggend. 'De zuivelindustrie heeft margarine decennialang kunnen tegenhouden. Zonder de Tweede Wereldoorlog was het nog steeds een marginaal product.' Het is daarom zaak grote voedingsbedrijven mee te krijgen, al zitten die meestal ook diep in het vlees, zegt Vereijken.Maar de zaak op zijn beloop laten is geen optie, vinden Aiking en Vereijken. 'Een mondiale voedsel-en watercrisis is onafwendbaar door de bevolkingsgroei. Vlees wordt door productietekorten en milieu-effecten vanzelf duurder, zo niet onbetaalbaar, zeker in de Derde Wereld. Het is meer de vraag of we voor een zachte landing kunnen zorgen.'In vervolgprojecten willen Aiking en Vereijken de modellen verder verfijnen. Met meer aandacht voor de Derde Wereld, met name voor opkomende landen als Brazilië en China, waar de vleesconsumptie sterk groeit en de milieuproblemen zich al aandienen. Ook moet nader worden gekeken naar strategieën om de eiwit-transitie te bewerkstelligen - gericht op overheden en bedrijven en vooral de consument.Voor die consument moeten nieuwe, betere vleesvervangers worden ontwikkeld. Want de bestaande alternatieven, veelal op basis van soja en schimmeleiwit, hebben nog altijd niet de sappige malsheid van vlees, zegt Vereijken, zelf net als Aiking een verstokt vleeseter.Profetas-onderzoekers willen kijken of de smaak en de textuur (bite) van erwteneiwit door fabricagetechnieken als extrusie dan wel via gewone veredeling of genetische manipulatie kunnen worden verbeterd. Maar het zal nog even duren voordat er smakelijke erwtenburgers in het koelvak liggen.