Voorzitter van het Landelijk Beraad Marokkanen Mohamed Rabbae op een manifestatie in Amsterdam.
Voorzitter van het Landelijk Beraad Marokkanen Mohamed Rabbae op een manifestatie in Amsterdam. © ANP

Elk belang heeft een eigen club

In de ophef rond de voordracht van Guido van Woerkom als Nationale Ombudsman spelen belangenclubs van Marokkanen een grote rol. Nederland is een land van belangenorganisaties en media maken daar gretig gebruik van. Haro Kraak deed eerder voor Vonk, het achtergond- en opiniekatern van de Volkskrant op zaterdag, onderzoek naar dit soort clubjes. Wie vertegenwoordigen ze nou eigenlijk? En kunnen we ook zonder?

Pak een sociale groep of een maatschappelijk probleem, geef het allure met woorden als 'landelijk', 'nationaal' of 'Nederland', richt een site op en neem plaats in de polder. Als je hard genoeg schreeuwt, pseudo-onderzoekjes uitvoert, dreigt met rechtszaken of gewoon stug volhoudt, komt de publiciteit vanzelf.

Toen de juweliersvrouw uit Deurne eind maart twee overvallers doodschoot, had een beetje Nederlander een mening klaar. Velen ventileerden die ook via sociale media. Maar op tv, radio en in kranten kwamen slechts een paar partijen aan het woord. De advocaten natuurlijk, het Openbaar Ministerie en de politie. En tot slot belangengroepen.

Het Landelijk Beraad Marokkanen stelde in een persbericht dat Marokkaanse ouders hun kinderen onvoldoende in de hand hebben. 'Het is vijf voor twaalf', zei woordvoerder Brahim Bourzik die avond bij Pauw & Witteman.

De Bond van Wetsovertreders zei naar de rechter te stappen als het OM de juweliersvrouw niet zou vervolgen. NRC Handelsblad, AD, Het Parool, De Telegraaf, Trouw en de Volkskrant namen het mee. En het Burgercomité tegen Onrecht vond het een goede zaak dat het OM van plan was de juweliersvrouw niet te vervolgen. 'Het kan niet zo zijn dat iemand die zich verdedigt in de gevangenis terechtkomt', zei bestuurslid Jack Keijzer in de Volkskrant.

Zo wisten we weer wat de Marokkanen, de wetsovertreders en de onrechthatende burgers van Nederland ervan vonden. Want dit zijn toch hun vertegenwoordigers? Ze verschijnen toch niet voor niks zo vaak in de media?

Uit onderzoek van de Volkskrant bleek dat voorzitter Pieter Vleeming de Bond van Wetsovertreders in zijn eentje bestiert. De 1.200 tot 3.500 leden waarvan hij spreekt zijn naar alle waarschijnlijkheid een fabeltje. De jaaromzet van de bond bedroeg 600 euro, wat impliceerde dat hij vier leden zou hebben. Vleeming dreigde - zoals hij dat vaker doet - de krant aan te klagen wegens de onthulling. Tot op heden is er geen dagvaarding binnengekomen.

Het geval van de Bond van Wetsovertreders is wellicht extreem, maar dagelijks staan er belangengroepen in de krant waarvan de achterban onduidelijk is. Je kunt het mechanisme uittekenen: een journalist heeft een onderwerp gevonden en zoekt een toelichting, een mening of nog simpeler: een sappige quote. Bij wie kan hij terecht? Bij bonden, beraden, waakhonden, comités, federaties, maatschappijen - Nederland is een land van belangenbehartigers. Tot vreugde van de media.

Pak een sociale groep of een maatschappelijk probleem, geef het allure met woorden als 'landelijk', 'nationaal' of 'Nederland', richt een site op en neem plaats in de polder. Als je hard genoeg schreeuwt, pseudo-onderzoekjes uitvoert, dreigt met rechtszaken of gewoon stug volhoudt, komt de publiciteit vanzelf.

Uitgesproken

In eerste instantie had ik niet door dat hij geen grote achterban heeft. Ik vond hem deskundiger dan de woordvoerder van Rover.

Volkskrantredacteur Sander Heijne over Rikus Spithorst van de Maatschappij voor beter OV

Rikus Spithorst stond de afgelopen twee jaar zo'n vijftig keer in landelijke kranten als woordvoerder van de Maatschappij voor beter OV, een club die hij in 2010 oprichtte. Twee jaar eerder moest hij vertrekken bij reizigersorganisatie Rover, nadat hij in een column had opgeroepen het adres bekend te maken van Femke Halsema zodat haar huis in brand kon worden gestoken. 'Mijn hart ligt bij belangenbehartiging', zegt hij. 'Ik ben geneigd op te komen voor de underdog. En het OV is een interessante sector.'

Zijn maatschappij heeft een kleine vijfhonderd 'sympathisanten', mensen die zonder financiële bijdrage hun steun uitgesproken hebben via een knopje op de website - een like in wezen. Verder krijgt hij 'een paar duizend euro' per jaar aan donaties. Spithorst: 'Meer is niet nodig. We zijn een volledig webbased organisatie. We hebben geen kantoor. Een club als de onze opzetten was vijftien jaar geleden niet mogelijk geweest. Wij zijn de digitale opvolger van het buurtcomité.'

Journalisten bellen hem vaak voor achtergrondinformatie ('Weet jij hoe vaak de Beneluxtrein te laat kwam vorig jaar?') of voor een stevige quote, die hij meestal meteen kan oplepelen. 'Vorige week belde het AD nog. Wat ik vind van het plan van de NS om kaartjes in de spits duurder te maken? Nou, dat is een beschamend voorstel. Dat schrijft de krant met vreugde op natuurlijk.'

Ook redacteur Sander Heijne van de Volkskrant heeft Spithorst weleens geraadpleegd, zeven keer in de afgelopen anderhalf jaar. 'In eerste instantie had ik niet door dat hij geen grote achterban heeft. Ik vond hem deskundiger dan de woordvoerder van Rover. In de spoorsector is het heel voorspelbaar wat de verschillende partijen vinden. Eigenlijk kun je de quote al opschrijven, zonder te bellen, maar dat doe je natuurlijk niet.'

Spithorst heeft een eigen geluid en neemt geen blad voor de mond, zegt Heijne. 'Dat maakt hem verfrissend. Hij neemt altijd op en reageert meteen, terwijl Rover lang op zich laat wachten en diplomatiek antwoordt. Toch ben ik hem minder gaan bellen, omdat hij erg gekleurd is. Hij is voor vrije marktwerking en tegen een NS-monopolie. Op een gegeven moment weet je dat wel. Hij spreekt natuurlijk niet namens dé reiziger. Maar je kunt je afvragen of Rover dat wel doet.'

In zijn stukken relativeerde Heijne de achterban van Spithorst niet. Om het geringe gewicht van zijn club aan te geven, heeft Heijne overwogen een profiel over Spithorst te schrijven. 'Ik wilde laten zien hoe ijverig hij te werk gaat met weinig middelen. Uiteindelijk is het er niet van gekomen. Ik dacht dat de lezer er niet op zat te wachten.'

Het bestuur van FJN bestaat uit zeven man. Loonstein wil niet zeggen wie er naast hem in zitten. FJN staat niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Zijn zes zonen schijnen zich in te zetten voor het genootschap.

Van Federatief Joods Nederland (FJN) zult u de komende tijd ook veel horen. Het kerkgenootschap van advocaat Herman Loonstein weet elk jaar rond herdenkingsdag het nieuws te halen. In 2012 won Loonstein een kort geding tegen de gemeente Vorden, waar ook Duitse militairen zouden worden herdacht. Dit jaar spant Loonstein een geding aan tegen Schiermonnikoog, waar al jaren het Duitse volkslied wordt gespeeld op 4 mei. En na protest van FJN schrapte de gemeente Landerd de onthulling van een omstreden gedenksteen ter herinnering aan een omgekomen Duitse soldaat in Schaijk. Maar namens welke Joden spreekt Loonstein?

'Statutair gezien zijn alle Joden in Nederland lid van het genootschap', zegt hij. 'In werkelijkheid zijn het er ongeveer duizend. Exacte aantallen ga ik u niet geven.' Het bestuur van FJN bestaat uit zeven man. Loonstein wil niet zeggen wie er naast hem in zitten. FJN staat niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Zijn zes zonen schijnen zich in te zetten voor het genootschap.

Volgens Ronny Naftaniel, oud- directeur van het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël), is FJN een eenmansclub. Maar Loonstein beweert dat het federatief een belangrijkere spreekbuis is dan het CIDI. Ook een herkenbaar patroon in de belangenbehartiging: rivaliserende groepen gooien modder naar elkaar, de buitenstaander in verwarring achterlatend. Loonstein: 'Dat de buitenwereld er geen raad mee weet, is niet mijn zaak. Zolang mijn mensen zich maar vertegenwoordigd voelen.'

Eind oktober zat Loonstein bij Pauw & Witteman, omdat hij aangifte had gedaan tegen een galeriehouder die het boek Mein Kampf verkocht. 'Hij staat natuurlijk niet voor alle Joden in Nederland', zegt eindredacteur Herman Meijer. 'Hij wil erg graag in de media komen. Maar mensen hebben altijd een belang. De redactie moet dat per geval afwegen. Loonstein staat voor een bepaald geluid dat wij op dat moment zochten. We nodigden hem uit voor het debat, niet omdat hij een grote groep zou vertegenwoordigen. Dat is altijd het uitgangspunt: het gaat ons om de standpunten van de gast, niet om de achterban.'

Meijer zou zelfs Vleeming van de Bond van Wetsovertreders in bepaalde gevallen uitnodigen. 'Stel dat hij heel zinnige dingen te zeggen heeft over enkelbanden of andere aspecten van het gevangeniswezen. Dat kan relevant zijn. De lat ligt natuurlijk wel steeds hoger als iemand zich eerder onbetrouwbaar heeft getoond.'

Boven alles is het belangrijk dat een gast helder en scherp zijn mening weet te verwoorden, zegt Meijer. 'Kijk naar Joost Eerdmans, die schuift met enige regelmaat bij ons aan. Elke keer moeten wij beslissen welke titel we hem geven. Is hij ex-LPF, oprichter van het Burgercomité tegen Onrecht, lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam of radio- en tv-presentator van WNL? In een uitzending over de vrijlating van Volkert van der G. kan hij meerdere petten op hebben. Het gaat ons erom dat hij als opinion leader bij ons zijn verhaal doet.'

Die opinieleiders ontlenen hun autoriteit deels aan de groep die ze zeggen te vertegenwoordigen. Is het dan niet beter om het er bij te vermelden als die bepaald gering is? 'Alleen in zeer specifieke gevallen kan dat nuttig zijn', vindt Meijer. 'Anders wordt het een welles-nietesdiscussie. Vooraf bekijken we de geloofwaardigheid van een vertegenwoordiger en zijn groep grondig. Niet live in het programma.'

Dans

De oude vorm van krantenjournalistiek, het afzetten van meningen tegen elkaar voor een gebalanceerd verhaal, werkt het opvoeren van belangengroepen in de hand. De redactie ziet graag een waaier aan geluiden terug in de krant.

'Het Burgercomité tegen Onrecht bestaat uit drie mensen', zegt bestuurslid Jack Keijzer. Naast Eerdmans en Keijzer is dat Martin Roos. Zo'n tien keer per maand krijgen ze mailtjes van mensen die slachtoffer zijn geworden van onrecht, zegt Keijzer. Naast mediaoptredens focust het comité zich op lobbywerk bij Kamerleden als Ard van der Steur en Peter Oskam, die ook veel oog hebben voor slachtofferproblematiek.

Dat het comité veel publiciteit geniet, is volledig te danken aan Eerdmans, zegt Keijzer. Hij stuurt de persberichten uit en heeft veel contacten in de journalistiek. 'Het comité is gelanceerd met een serieuze persconferentie. Daar kwamen daadwerkelijk mensen op af. Als ik dat in mijn eentje organiseer, sta ik oog in oog met de kantinejuffrouw. Bekende mensen trekken nu eenmaal meer aandacht.'

Dat is het probleem waar veel journalisten mee te maken krijgen: hoe vind je de juiste bronnen en val je niet steeds terug op de bekende namen? De Amerikaanse socioloog Herbert Gans beschreef in 1979 in zijn boek Deciding What's News de relatie tussen bronnen en journalisten als een dans, waarbij de bronnen vaker leiden dan volgen. 'Negen van de tien keer schuiven politici, hoogleraren of mensen van belangengroepen aan', zegt Meijer. 'Ze hebben altijd wel wat te verkopen.'

Op tv kun je niet om pratende hoofden heen, zeker niet in talkshows, maar in de krant is dat anders. De oude vorm van krantenjournalistiek, het afzetten van meningen tegen elkaar voor een gebalanceerd verhaal, werkt het opvoeren van belangengroepen in de hand. De redactie ziet graag een waaier aan geluiden terug in de krant. En verontwaardiging of ophef geven een stuk urgentie. Die kan van de man op straat komen, maar ophef bij de desbetreffende bevolkingsgroep is extra goed bruikbaar.

Toch verschilt het kopstuk van een belangengroep nauwelijks van de man op straat. Ze vinden allebei van alles, maar de belangenbehartiger heeft een stempel op zijn standpunt laten zetten. Zijn organisatie ('landelijk') klinkt representatief en zijn functie ('voorzitter') prominent. De journalist maakt het vaak niet uit wie het precies zegt, zolang het geluid de zweem van legitimiteit heeft - hij heeft zijn best gedaan om de deskundigste vertegenwoordiger te vinden.

De laatste jaren heeft de individuele journalist meer ruimte gekregen om conclusies voor eigen rekening te nemen. De krant reserveert een groeiend aantal kolommen voor duiding en analyse, omdat feitelijk nieuws al een dag eerder gratis op internet staat. De rituele dans tussen journalisten en bronnen brokkelt intussen af, want de schijn van objectiviteit - een mening toeschrijven aan een ander, de feiten zelf oppennen - blijft subjectief.

Ik had deze bewering ook liever laten doen door het Landelijk Platform voor Vooruitstrevende Journalistiek. Maar dat kon ik niet vinden. En kijk: het gaat zo ook. Als de stellingname maar transparant is en je er iets van onderbouwing bij levert. Hoe meer journalisten zelf durven te zeggen wat ze bedoelen, des te minder vaak we Vleeming, Loonstein en Spithorst zullen tegenkomen.

BOND VAN WETSOVERTREDERS Opgericht in 1972. Sinds 1998 is Pieter Vleeming erbij betrokken. Vorig jaar ging de bond, een eenmansclub zonder leden, failliet. 743 vermeldingen in LexisNexis.

MAATSCHAPPIJ VOOR BETER OV Opgericht in 2010 door Rikus Spithorst. De maatschappij heeft vier bestuursleden en ongeveer vijfhonderd sympathisanten. 560 vermeldingen in LexisNexis.

LANDELIJK BERAAD MAROKKANEN Het bestuur bestaat uit Brahim Bourzik en Mohamed Rabbae. Het beraad is actief sinds 2007. Het is een stichting zonder leden. 815 vermeldingen in LexisNexis.

FEDERATIEF JOODS NEDERLAND Kerkelijk genootschap opgericht in 1991 door advocaat Herman Loonstein. Loonstein zegt ongeveer duizend leden te hebben. 719 vermeldingen in LexisNexis.

BURGERCOMITÉ TEGEN ONRECHT Opgericht in 2009 door politicus Joost Eerdmans, Jack Keijzer en Martin Roos. Het comité heeft geen leden en drijft op donaties. 397 vermeldingen in LexisNexis.


Het artikel 'Voor elk belang een club' verscheen op zaterdag 3 mei in Vonk.