De tragische Jim Ford

En zo kwam ik in Will Birch's No Sleep Till Canvey Island, The Great Pub Rock Revolution de naam Jim Ford tegen. Ik wil al sinds ik deze blog begon een keer een stukje over deze unsung hero of country soul schrijven. Sterker nog, ik ben deze blog mede begonnen om aandacht te vestigen op dit soort half vergeten muzikanten of op cd's of platen die me om redenen die niks met de actualiteit te maken hebben, ineens zeer dierbaar zijn. The Sounds Of Our Time is zo'n cd, hij verscheen eind 2007 op het onvolprezen Duitse heruitgave-label Bear Family, en de 25 liedjes erop worden gezongen door, juist, Jim Ford. Ik kocht de plaat bij Other Music in New York, toen ik daar was vanwege een zeer impulsieve actie: Stevie Wonder zien in Madison Square Garden. Een van de beste concerten die ik ooit zag, maar daar gaat het niet om. De Jim Ford cd werd door de platenzaak aangeprezen als het vergeten meesterwerk van een zanger die nooit de waardering heeft gekregen die hij verdiende. Op de cd stond zijn enige officieel uitgebrachte plaat uit 1969 Harlan County en nog vijftien nummers die hij daarna had opgenomen. 'He is Sly Stone's best friend and Nick Lowe's biggest musical influence' stond er achterop.Ik kan die twee aanprijzingen nog altijd moeilijk met elkaar verbinden, maar toch. De muziek was inderdaad prachtig. Ik moest denken aan Joe South, Dann Penn, Eddie Hinton en ook aan Van Morrison. Het titelnummer Sounds Of Our Time is net zo mooi gezongen als Van Morrisons Fair Playm et openingsnummer van Veedon Fleece. Ik wist niet dat de tweede stem erop die van Bobby Womack was, over hun 'vriendschap' las ik pas later in een mooi stuk dat Barney Hoskyns in 2005 publiceerde in The Oxford American. Hoskyns schrijft zijn profiel naar aanleiding van twee mooie (Britse) compilaties die indertijd verschenen onder de titel Country Got Soul, waarop ook nummers van Jim Ford staan. Hoskyns heeft, al zegt hij het niet met zoveel woorden, wat goed te maken vermoed ik, want in zijn boek uit 1987 Say It One Time For The Broken Hearted, The Country Side Of Southern Soul, komt Ford niet voor. Pogingen met Ford in contact lopen op niks uit. Meer geluk heeft een jaar later de Zweed L.P Anderson. Hij zoekt en vindt contact met de dan in Californi├ź woonachtige Ford. Hij gaat bij de verbitterde enigszins teruggetrokken zanger op bezoek, en krijgt toestemming zijn tapes te gebruiken bij het samenstellen van een Jim Ford retrospectief. Bear Family blijkt bereid iets met het materiaal te gaan doen. The Sounds Of Our Time is een van de vier cd's met Ford-muziek die er op Bear Family verschenen, en het is verreweg de belangrijkste van het stel. Vanwege de lengte, vanwege het feit dat ook de beste nummers die op 'The Unissued Capitol Album' en 'Big Mouth USA, The Unissued Paramount Album' erop staan, maar vooral vanwege de uitputtende liner notes, die het Jim Ford verhaal vertellen. Het verhaal van een man die wel kansen krijgt maar door pech en ook eigen schuld (drank en drugs) nooit die aandacht krijgt die zou passen bij iemand die zo mooi zong en zulke prachtige liedjes schreef.Ford vertelt erover over zijn 'vrienden' Bobby Womack en Sly Stone. Ford kende Stone goed, hij staat zelfs afgebeeld op de hoesfoto (al kennen wij hier vooral een andere hoes, die met de vlag voorop) van There's A Riot Going On. Womack verteld aan Hoskyns sterke vermoedens te hebben dat Ford zelfs op die plaat te horen is. Hoskyns zelf dacht dat het Womack was die Ford bij Stone in 1970 had ge├»ntroduceerd, maar dat was niet zo. Ford nam Womack mee naar Stone. Om, laat me raden, drugs. Stone en Ford hebben volgens Anderson in 2006 nog altijd contact, al is niet bekend waarover. Ford laat zich niet negatief over Stone uit, maar wel over Womack. Die nam in 1972 Fords compositie Harry Hippy op en claimde steeds meer dat het over 'zijn' broer Harry zou gaan. Fords naam werd gaandeweg uit de credits geschrapt. Ford tegen Anderson: 'Bobby lied and told everyone that the song was about his brother but that's not true. Bobby is an asshole - a fact he proved when I desperately needed money in the '80's. Bobby recorded many of my songs but put himself as co-writer. I reasoned that half the share is better than none at all, but I must say that Bobby Womack sucks - both as a person and as an artist.' Womack zelf heeft het in zijn autobiografie Midnight Mover nauwelijks over Ford. Hij noemt hem een keer 'my writing partner' en dankt hem voor het hem in contact brengen met Sly Stone. In elk geval brengt Womack hem niet ter sprake waarin hij het heeft over zijn twee The Poet-platen uit het begin van de jaren tachtig. The Poet (1981) en The Poet II (1984) zijn niet alleen twee van Womacks beste albums, wat mij betreft behoren ze tot de beste soulplaten ooit gemaakt. Ik draai ze liever dan What's Going On van Marvin Gaye, om maar wat te noemen, en durf de stelling zelfs aan dat The Poet veel minder gedateerd klinkt dan Gaye's 'meesterwerk'. Maar goed, ter zake. Ford schreef dus veel nummers op die platen maar kreeg daar hooguit halve credits voor. Althans dat beweert hij. We kunnen het hem niet meer vragen hoe het precies zat want Jim Ford overleed in november 2007, dezelfde maand dat ik zijn muziek leerde kennen. Hij heeft nog net iets meegekregen van de herontdekking van zijn talenten, maar meer ook niet. Womack zelf ontpopt zich in zijn autobiografie uit 2006 ook niet als de meest betrouwbare bron. Maar er is iets met die twee Poet platen aan de hand: ze zijn niet alleen veel consistenter dan zijn andere albums, er staat ook een soort liedjes op dat hij daarvoor en daarna zelfden zo goed heeft kunnen zingen. Het soort ballad waar hij op die albums mee glorieerde was echt uniek. Hoe dramatisch ook, ze bleven een soort swing houden. Check die platen zou ik zeggen (ze staan op Spotify). Maar even terug naar Jim Ford, wiens naam ik dus tegen kwam in een boek over pub rock. Lowe speelde in 1970 in Brinsley Schwarz, hij had een avontuur in de VS beleefd, waarover ik al schreef. Zijn manager Dave Robinson had wel wat nuttige platencontacten gelegd. Sy Waronker van Liberty Records wilde best met de band in zee gaan, maar in ruil moesten de Britten eerst iets voor hem doen: in Londen een plaat opnemen met een van zijn grootste maar tegelijkertijd meest onhandelbare talenten Jim Ford. Zo geschiedde, maar die plaat is er nooit gekomen want Ford vond die Britten maar een stel incapabele amateurs.Toch wist hij wel Nick Lowe als fan voor zich te winnen. Deze zou tot op de dag van vandaag blijven zeggen dat Ford een grote inspiratiebron voor hem was. Ook nam hij een liedje, Thirty Six Inches High van hem op, op zijn plaat Jesus Of Cool (1979). Het had ook allemaal zo mooi voor Ford kunnen aflopen. De heruitgave op Bear Family van zijn album had de aandacht op hem gevestigd. Er zou in Londen zelfs in mei 2008 een 'tribute' avond aan Ford worden gehouden waar hijzelf naast Nick Lowe en anderen zou zingen. Het heeft niet zo mogen zijn. Maar die plaat The Sounds Of Our Time is er niet minder mooi om. Echt een countrysoul klassieker en een regelrechte aanrader. Ik bedoel, luister hiernaar en je peinst er niet over een guitig menneke als Ben L'Oncle Soul, waar nu veel over te doen is, het predikaat 'soulmuziek' mee te geven. Gezellige pop, meer niet, en daar deed Jim Ford niet aan. Mooi ook trouwens hoe hij Alex Harvey's To Make My Life Beautiful zong. In Nederland was dit van Harvey een hit in 1972, maar het blijkt al uit 1969. De maker is een ander dan de Alex Harvey van de Sensational Alex Harvey Band. Dat was een Brit, dit is een Amerikaan. Ik ken behalve dat ene prachtliedje echter niks van hem. Maar wat is het toch een mooi liedje.