Russische demonstranten betuigen hun steun aan de Syrische president Assad voor de Amerikaanse ambassade in Moskou.
Russische demonstranten betuigen hun steun aan de Syrische president Assad voor de Amerikaanse ambassade in Moskou. © AFP

Paul Brill: 'Het devies in Syrië? Pas op met vrienden'

Uit Syrië komen de laatste tijd berichten dat het gewapend verzet steeds meer radicaliseert, schrijft Paul Brill. 'Moeten we ook met de duivel willen pacteren om president Assad ten val te brengen?'

Teneinde de Tweede Wereldoorlog te winnen, was Winston Churchill bereid om desnoods met de duivel een pact te sluiten, zoals hij zelf een keer zei. Moeten we ook met de duivel willen pacteren om president Assad ten val te brengen?

Uit Syrië komen de laatste tijd berichten dat het gewapend verzet steeds meer radicaliseert. Jihadisten die elders geen emplooi meer vinden, stromen toe. Baardige salafisten vechten in de frontlinie. Doordat het Westen slechts politieke en logistieke steun verleent en de wapenhulp uit Saoedi-Arabië en andere Golfstaten beperkt is, zoeken verzetsgroepen hun heil nu bij private islamistische netwerken. 'En wiens brood men eet, diens woord men spreekt', schreef Volkskrant-correspondent Remco Andersen onlangs.

Je zou haast zeggen: was dat maar waar. Want het Westen is er de laatste decennia met schade en schande achtergekomen dat er helaas krachten zijn die gretig het westerse brood tot zich nemen, om vervolgens hel en verdoemenis uit te spreken over hun broodheren.

In de jaren tachtig sluisden de Verenigde Staten enorme hoeveelheden wapens naar de Afghaanse mujahedin, die streden tegen de Sovjet-bezettingsmacht en het marionettenregime in Kabul. Met name de Texaanse Democraat Charlie Wilson ('De geschiedenis zal hard over ons oordelen als we de Afghanen met stenen laten vechten') was enorm actief op dit front. Een paar jaar geleden is er nog een sappige film over deze kleurrijke figuur gemaakt.

De CIA zette een speciaal hulpprogramma op, dat onder meer voorzag in de levering van Stinger-luchtdoelraketten, die vanaf de schouder konden worden afgevuurd en die een zeer effectief wapen waren tegen Sovjet-gevechtshelikopters. Met alle wapenhulp was zo'n 3 miljard dollar gemoeid. Maar veel politiek of moreel krediet leverde het de Amerikanen niet op. Het Afghaanse verzet telde tal van extremistische groepen, die in de jaren negentig aansluiting vonden bij de Taliban en Al Qaida omarmden. Al snel bestreden ze het duivelse Amerika met een zelfde verbetenheid als eertijds de Sovjet-bezetters.

Abject regime
Ook de recente gebeurtenissen in Libië zijn niet bepaald een aanmoediging om iedereen die strijdt tegen een abject regime, genereus van wapens te voorzien. Het staat nu wel vast dat de aanval op de Amerikaanse diplomatieke post in Benghazi, waarbij ambassadeur Chris Stevens en drie van zijn medewerkers de dood vonden, een goed voorbereide actie was, uitgevoerd door een extremistische militie die haar kracht en bewegingsvrijheid heeft te danken aan de chaos die is ontstaan na de geslaagde opstand (met dank aan het Westen) tegen het bewind van Moammar Kadhafi.

En wat het nog erger maakt: de man die algemeen geldt als een van de beramers van de terreurdaad, loopt vrij rond in Benghazi. Een verslaggever van The New York Times trof hem deze week op het terras van een luxehotel, waar hij onder het genot van een glaasje vruchtensap de spot dreef met de Libische autoriteiten, zijn bewondering uitte voor Al Qaida, de democratie verwenste en Amerika verantwoordelijk stelde voor al het kwaad in de wereld.

Gezien de ervaringen met dit soort 'bondgenoten' lijkt het me verstandig dat het Westen zich niet in de armen van de nog altijd zeer brokkelige Syrische oppositie stort, alle terechte weerzin tegen het regime-Assad ten spijt. De juiste volgorde is: eerst moet het Syrisch verzet laten zien dat het de krachten kan bundelen en geen voertuig is van dubieuze stromingen, pas dan kan er sprake zijn van gerichte militaire hulp.

De prijs voor de terughoudendheid is een bezwaard gemoed, want het is vreselijk om te zien hoe Syrië te gronde wordt gericht. Het dodental is al opgelopen tot boven de 30 duizend, bloeiende steden zijn veranderd in killing fields.

Voor The Economist is niet alleen een humanitaire, maar ook een politieke grens bereikt: in het jongste nummer wordt de NAVO opgeroepen om serieus na te denken over militaire interventie. In elk geval zou er een no-fly-zone moeten worden ingesteld, zodat het bewind-Assad zijn luchtmacht niet meer kan inzetten.

Uitdrukkelijk verzoek
Dat is natuurlijk geen idiote gedachte. Alleen: kunnen we de Russische en Chinese bezwaren daartegen simpelweg negeren? En wat te doen als na een maand blijkt dat een no-fly-zone toch niet afdoende is om een oplossing te forceren? Mij lijkt dat de NAVO alleen in actie zou moeten komen op uitdrukkelijk verzoek vanuit de regio - met name van lidstaat Turkije, maar liefst ook van Saoedi-Arabië en Egypte. Dat kan nog wel even op zich laten wachten, want ik denk dat men in Ankara, ondanks alle misbaar jegens Assad, toch ook erg nerveus is over een extra steunpunt voor de Koerden in een nieuwe Syrische orde.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant.