Kinderen op de afdeling oncologie in het Leidsch Universitair Medisch Centrum. De kinderen op de foto komen niet voor in het artikel.
Kinderen op de afdeling oncologie in het Leidsch Universitair Medisch Centrum. De kinderen op de foto komen niet voor in het artikel. © ANP

'De arrogantie van de G500: niets weten van laatste levensjaren, alleen hoeveel die kosten'

G500 meent dat de zorgkosten voor de 'laatste vijf levensjaren' veel te duur zijn. Maar hoe weet G500 wanneer die laatste vijf jaren ingaan, vraagt Amanda Kluveld zich af.

 
Willen deze jongeren dat mensen van een bepaalde leeftijd een brief van de overheid krijgen waarin aan de individuele burger wordt verteld dat zijn laatste levensjaren zijn ingetreden en dat hij nu afhankelijk van zijn vermogen, zijn huis zal moeten verkopen als hij zorgkosten durft te maken?

Op de lagere school, had ik een vriend. Hij heette Willem. Willem had een hazenlip. Hij woonde in een herenhuis en daarin was een kamer volledig ingericht voor zijn elektrische trein. Een locomotief met een rits wagons erachter reed door tunnels, langs stationnetjes, over wissels, die Willem via knopjes bediende, langs boompjes van kunststof en soms langs door ons verdekt opgestelde plastic soldaatjes, die voor enige spanning moesten zorgen op het omvangrijke maar toch wat eenvormige traject van de trein. Zou de machinist de soldaten zien? Zou hij op tijd bukken, als hij er eentje tussen de bomen of naast een station ontdekte?  Zou het kleine mannetje in de trein de dood weten te ontwijken? In ons spel was dit altijd het geval. De machinist was de held. Zijn trein bleef rijden. Eindeloos. Hij bleef altijd leven.

Voor Willem gold dat niet. Willem kreeg kanker. Kinderkanker, werd op school aan onze klas uitgelegd. Alsof het gebruik van dat woord zijn aandoening wat minder gewichtig zou kunnen maken. Zoals een kindermenu ook minder zwaar is dan een menu voor volwassenen. Maar dat was niet zo met die kinderkanker. Niet bij Willem.

Hij lag in het ziekenhuis en ik mocht hem bezoeken. Ik ging zo vaak mogelijk. Ik waste auto's voor geld, bedelde bij mijn ouders en familie en van wat ik opspaarde kocht ik boeken voor hem. Die over Arendsoog, want die had hij graag. Ik bracht ze aan zijn bed, waar hij lag met een oud gezicht dat bleek en blauwig was. Hij was kaal.

Arendsoog
Plotseling verlegen gaf ik hem een boek uit de serie van Arendsoog, waarvan ik wist dat hij het nog niet had gelezen. Hij nam het van me aan en glunderde. Daarna zei hij stoer: zonde geld, ik ben hier zo weg en dan heb ik geen tijd meer om te lezen. Dan ga ik voetballen. Ik voelde me een beetje in de steek gelaten. Voetballen? En de elektrische trein dan?

Hij kwam nog even terug op school, waar hij ongenadig werd gepest omdat hij nu niet alleen een hazenlip had maar ook een kale schedel met hier en daar wat armzalige plukjes pluizig, doorschijnend haar.

Hij mocht niet mee voetballen met de jongens. De leraren grepen in en dwongen de voetbaljongens om Willem toch mee te laten doen. Ik zag hem amechtig over het schoolplein sukkelen. Hij kwam nooit in de buurt van de bal. Hij juichte als er een doelpunt werd gemaakt en stond alleen. Ik keek toe en vocht met de meisjes die hem uitlachten. Willem keek hardnekkig de andere kant op. Hij hoorde niet meer bij mij. Hij was nu groot en hoorde bij de voetballers.

Gebroken. Zomaar
Niet lang daarna kwam hij niet meer op school. Zijn ouders nodigden mij uit. Willem had het wat moeilijk maar hij had naar mij gevraagd. Ik kwam meteen. Zijn vader las hem op zijn kamer Arendsoog voor, hielp hem met bouwpakketten en zette die uiteindelijk zelf voor hem in elkaar terwijl Willem op bed lag en toekeek totdat dit zelfs te vermoeiend voor hem werd. Ik zat op een stoel en zag hoe mijn vriendje langzaam zijn belangstelling voor zijn toch al klein geworden wereld verloor.

Het ging uiteindelijk zo slecht met Willem dat mijn ouders en leraar, voorzichtig en vriendelijk aan mij uitlegden dat ik Willem niet meer mocht bezoeken. De tijd die hij nog had, was voor zijn familie. Niet voor mij. Ik ging nog wel bij het grote huis van Willem langs. Ik vroeg aan de deur hoe het met hem ging. Of hij nog een Arendsoogboek nodig had of een Suske en Wiske. Willem had niets meer nodig.

Op een dag vertelde Willems moeder mij in de deuropening dat Willem zijn been had gebroken. Zomaar. Terwijl hij in bed lag en zich bewoog. Wat erg. Nu duurt het nog langer voor hij weer kon voetballen en hij is bijna jarig. Willems moeder wenkte me naar binnen. Ze legde me uit dat Willem niet meer beter zou worden. Dat had ik al begrepen. Natuurlijk. Maar ik vond het niet gemakkelijk me daar iets bij voor te stellen. Twee weken later was hij dood.  Net twaalf jaar geworden.

G500
Toen ik Willem leerde kennen, waren zijn laatste vijf levensjaren ingegaan. Dat wist niemand. Willem niet, zijn familie niet en ik niet. Toch was het zo. Ik moest daar aan denken toen ik in het tien puntenplan van de  'frisse, verantwoordelijke jongeren tot ongeveer 35 jaar' van de G500, een visie geformuleerd zag op de zorg: '50 tot 75 procent van alle zorgkosten worden gemaakt in de laatste vijf levensjaren" stelt de generatie Van Lienden. 'Dat is natuurlijk niet erg; iedereen verdient goede zorg, zéker ouderen!'

Dank je wel, Generatie Genereus. Maar de frisse jongeren menen dat zij dit niet kunnen betalen. Daarom komt de G500, met het volgende plan: 'Introduceer daarom vermogensafhankelijke zorg voor de laatste levensjaren zodat opgebouwd kapitaal, bijvoorbeeld op de huizenmarkt, kan worden ingezet om zorg betaalbaar en solidair te houden.'                           

Het rapport uit 2008 van het RIVM, 'Levensloop en zorgkosten', stelt dat zowel de solidariteit als de zorgkosten houdbaarder zijn dan doorgaans wordt gedacht.  Ik neem aan dat de G500 dit rapport uitgebreid heeft bestudeerd en op basis van allerlei hoogwaardig onderzoek het tegenovergestelde gaat aantonen. O nee, daar zijn ze nog niet aan toegekomen. Daar schamen ze zich niet voor. 'Het tienpuntenplan wordt de komende weken inhoudelijk uitgewerkt. Hiervoor is G500 druk in gesprek met deskundigen en gaan we in gesprek met de snel groeiende achterban. Meer informatie vind je hier binnenkort!"

Vermogensafhankelijke zorg
Een wat merkwaardige manier van werken. In plaats van zich zorgen te maken over de kosten van de zorg voor oude mensen, hadden zij beter de kwaliteit van hun eigen onderwijs aan de kaak kunnen stellen. Maar dat is niet het punt wat ik wil maken. Het gaat mij over de achteloosheid waarmee deze zich verantwoordelijk noemende jongeren over de laatste levensjaren spreken.            

De laatste levensjaren. Wie weet wanneer ze ingaan of al zijn ingegaan? Ik kan wel in mijn laatste vijf levensjaren zitten. Sterker nog dit kan de laatste dag van mijn leven zijn. Zelfs jongeren die zichzelf als fris en verantwoordelijk benoemen, kunnen aan de laatste vijf jaar van hun leven zijn begonnen. Geen sterveling die het weet.

Maar ook al zou je op basis van demografische statistieken aannemelijk kunnen maken dat de laatste levensjaren voor mij eerder zullen aanbreken dan voor de G500, dan nog is het de vraag hoe zij nu die vermogensafhankelijke zorg in de laatste levensjaren willen invoeren.            

Willen deze jongeren dat mensen van een bepaalde leeftijd een brief van de overheid krijgen waarin aan de individuele burger wordt verteld dat zijn laatste levensjaren zijn ingetreden en dat hij nu afhankelijk van zijn vermogen, zijn huis zal moeten verkopen als hij zorgkosten durft te maken? De boodschap is dan impliciet: u zal niet lang meer leven en wilt u per se nog langer leven of de zorg krijgen waar u nu behoefte aan heeft, begint u dan maar met uw huis te verkopen, want u heeft dat toch niet lang meer nodig.        

Generatie Geld en Kosten
Of wil de Generatie Geld en Kosten, voor iedereen die een bepaalde leeftijd heeft bereikt, wettelijk laten bepalen dat zijn laatste levensjaren zijn ingegaan? Misschien meteen een folder erbij over voltooide levens? Het staat er niet bij. Er is geen reflectie op. Vermogensafhankelijke zorg in de laatste levensjaren, dat staat er. Meer niet. De arrogantie van de G500, die niets weet van laatste levensjaren, alleen hoeveel ze kosten.            

De waan van Generatie Onsterfelijk. Zij wil macht. Zij wil verantwoordelijkheid. Zij noemt zichzelf fris. Volgens Van Dale (dat is, beste jongeren van de G500, een woordenboek) betekent dat: zonder een spoor van verval of bederf,  jong, nieuw, zuiver en opwekkend of aangenaam koel. Het betekent ook: kouder dan men zou verwachten. En zo is het, waar het om andermans laatste levensjaren gaat.

Amanda Kluveld is columniste voor vk.nl