© ANP
© ANP © UNKNOWN

Spreidingsbeleid basisscholen vooralsnog geen succes

Het spreidingsbeleid waarmee de gemeente Nijmegen segregatie op basisscholen wilde tegengaan, heeft nog niet zo goed gewerkt. Uit een evaluatie van het in 2009 ingezette beleid is gebleken dat op één uitzondering na niet meer kinderen in de eigen wijk naar school zijn gegaan en dat basisscholen ook niet 'gemengder' zijn geworden. De helft van de ouders voelt zich bovendien beknot in de eigen keuzevrijheid door het beleid.

Dat blijkt vandaag uit een voorstel voor aanpassing van het beleid, dat het college van B en W aan de raad heeft gedaan. Nijmegen was in 2009 de eerste gemeente van Nederland met een actief spreidingsbeleid voor basisscholen.

Ouders moeten hun kind als het 2 jaar en 9 maanden is inschrijven bij een centraal punt. Ze mogen drie scholen van hun voorkeur noemen. Kinderen die dichtbij een bepaalde school wonen, of daar al broertjes of zusjes hebben, krijgen voorrang bij plaatsing. De gemeente wilde zo voorkomen dat kinderen van blanke, hoogopgeleide ouders allemaal naar dezelfde populaire scholen gaan, terwijl zwarte scholen in achterstandswijken steeds verder in de problemen komen. Maar nu blijkt dat sommige scholen nog steeds lange wachtlijsten hebben, terwijl andere scholen leeglopen.

De evaluatie heeft tevens aangetoond dat er weinig draagvlak is voor de regel dat een school een evenwichtige verdeling tussen kansrijke en kansarme kinderen moet hebben. Ouders kiezen toch voor een school op afstand, als de school in de buurt relatief veel kinderen met een ontwikkelingsachterstand herbergt. Dergelijke scholen komen daardoor in een vicieuze cirkel terecht.

B en W willen nu dat de schoolbesturen zelf meer actie ondernemen om kinderen uit de buurt te lokken. Het college wil geld vrijmaken voor meer voorlichting aan ouders over een bewuste schoolkeuze.