Kinderen op basisschool de Fonkelsteen zijn druk bezig om voor moederdag iets leuks te maken. © ANP
Kinderen op basisschool de Fonkelsteen zijn druk bezig om voor moederdag iets leuks te maken. © ANP © UNKNOWN

Onderzoek: door niveau groepsleidsters heeft voorschool kleuters amper zin

Het speciale onderwijsprogramma voor peuters en kleuters dat moet voorkomen dat ze met een taal- en rekenachterstand aan de basisschool beginnen, blijkt in Utrecht nauwelijks effect te hebben gesorteerd, omdat de leerkrachten en groepsleidsters het niet goed genoeg doen.

Wel blijkt dat kleuters uit achterstandsgezinnen sneller vooruit gaan in gemengde groepen met ook kinderen van hoogopgeleide ouders, waarbij de kinderen vooral van elkaar blijken te leren.

Dit blijkt uit het in opdracht van de gemeente uitgevoerde onderzoek Pilot Gemengde groepen 2007-2010, van de vakgroep orthopedagogie van Universiteit Utrecht, dat dinsdag is gepresenteerd. In Leidsche Rijn werden gedurende twee jaar 160 kinderen gevolgd, die op voorscholen (voor kinderen tussen de 2,5 en 4 jaar), vroegscholen (tussen de 4 en 6 jaar) of peuterspeelzalen zitten.

Op vroegscholen en voorscholen wordt landelijk Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) aangeboden, een met rijks- en gemeentegeld betaald erkend educatief programma dat is bedoeld om taal- en rekenachterstanden aan te pakken.

In het langlopende onderzoek werden de resultaten vergeleken met die van peuterspeelzalen, waar kinderen geen speciaal educatief programma krijgen aangeboden. Gebleken is dat het niet uitmaakt voor de ontwikkeling van het kind of het wel of niet voorschoolse educatie volgt.

De manier van lesgeven en de kwaliteit van de leerkrachten en leidsters blijkt bepalend voor het effect van de vroeg-/voorschool. Als leerkrachten te weinig ontwikkelingsstimulerende activiteiten aanbieden en te weinig werken in kleine groepjes, gaan de kinderen nauwelijks vooruit.

Vooral kleuters blijken baat te hebben bij gemengde groepen, met veel kinderen zonder achterstanden. Zij gaan veel meer vooruit in taal en rekenen dan in een groep met louter achterstandskinderen. In de praktijk blijkt het lastig hoogopgeleide ouders te bewegen hun kind op een vroegschool te doen met veel achterstandskinderen. Veel vroeg-/voorscholen in Utrecht hebben merendeels achterstandskinderen in de groep, vooral in achterstandswijken.

Utrecht is vergeleken met andere gemeenten relatief ver met voor- en vroegschoolse educatie. Ongeveer tweederde van de Utrechtse achterstandskinderen zit op een vroeg- of voorschool, de doelstelling is dat in 2015 95 procent van deze kinderen vanaf 2,5 jaar naar de voorschool gaat.

Kwaliteit van de leerkrachten
Nu uit het onderzoek blijkt dat het succes van het programma valt of staat bij de kwaliteit van de leerkrachten, wil Utrecht extra investeren in de kwaliteit van dit personeel. Uit onderzoek in Amsterdam bleek deze zomer dat nog niet de helft van de onderwijsassistenten die op de voorschool werken, slaagde voor de toets begrijpend lezen.

Het maakt voor de taal- of rekenachterstand van een kind niet uit of het naar een 'voorschool' gaat, of naar een gewone peuterspeelzaal. De kwaliteit van de leidsters zal omhoog moeten.