Martijn Teerlinck.
Martijn Teerlinck. © Alexander van der Linden.

'Martijn Teerlincks leven stond in het teken van een besef van eindigheid'

Als dichter en muzikant Martijn Teerlinck voorlas, was het alsof hij hardop een gebed uitsprak, al was niet duidelijk of dat tot een god was, schrijft columnist Erik Jan Harmens. Vandaag wordt Martijn Teerlinck begraven.

 
Teerlinck gold binnen de literaire underground in Nederland als een begenadigd performer

Het grootste nadeel van leuke mensen is dat ze doodgaan. Zo sta je nog met ze te geiten, zo vragen ze je om op een stoel te gaan zitten omdat ze je iets moeten vertellen. In de maanden daarna huil je elkaars schouders nat, hef je het glas omdat een of andere therapie geheel onverwacht toch is aangeslagen, en huil je later opnieuw elkaars schouder nat omdat die vieze vuile gore kutziekte toch weer de kop heeft opgestoken.

Daarna sta je achter een katheder te speechen in een crematorium met de uitstraling van een abattoir, en hoor je op een gegeven moment zo vaak het woord 'gecondoleerd' dat het begint te klinken als 'gefeliciteerd'. Voor de deur staat een massa te roken, in weerwil van statistieken.

Jong doodgaan
Als goede schrijvers jong doodgaan is dat niet alleen verdrietig omdat je langer van hun aanwezigheid had willen genieten, maar ook omdat er nog zoveel mooie verhalen verteld hadden kunnen worden in het geval ze langer hadden geleefd. Mijn vriend Adriaan Jaeggi - schrijver, trombonist, vrouwenhartensmelter, professioneel amateurkok, Volkskrant Magazine-columnist en fervent rodestrepenzetter in rammelende gedichten en verhalen van ondergetekende - had wrang gezegd nog geluk. Hij overleed in 2008 op maar liefst 45-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Een belachelijke leeftijd natuurlijk, maar de wereld had in ieder geval nog kennis kunnen nemen van zijn talent, vooral via zijn meest succesvolle roman, het in 1999 verschenen 'Held van beroep'.

 
Voorafgaand aan een poëzievoordracht in het afgeladen café vroeg hij me eens om een stoel, omdat hij niet meer op zijn benen kon staan. Later hoorde ik dat hij na zijn voordracht enkele etmalen op bed had moeten liggen om te herstellen

Vandaag, op woensdag, begraven we iemand die amper was begonnen met het maken van naam. Hij heet Martijn Teerlinck en dat schrijf ik toch nog even in de tegenwoordige tijd. Teerlinck was dichter, performer en muzikant. Hij gold binnen de literaire underground in Nederland als een begenadigd performer. Ik leerde hem kennen in het Amsterdamse café Festina Lente, waar hij een aantal keren kandidaat was en ik jurylid bij de maandelijkse Poëzieslag, een wedstrijd wie-het-beste-gedichten-kan-voorlezen, ook wel bekend onder de noemer 'poetry slam'.

Poetry Slam
Als Teerlinck voorlas, was het alsof hij hardop een gebed uitsprak, al was niet duidelijk of dat tot een god was. Zijn grootste successen waren het in 2010 winnen van het Nationaal Kampioenschap Poetry Slam, ex aequo met collega-dichter Daan Doesborgh, en het winnen van de NME Radar Award voor een r&b-album dat hij uitbracht onder het pseudoniem The Child Of Lov. Als je even googlet zie je Martijn zelfs een interview geven over die prestigieuze prijs, al kan hij nauwelijks een stemgeluid voortbrengen en dat kwam niet door blijmoedig enthousiasme, maar door zijn belabberde conditie.

Martijn Teerlinck bezweek vorige week dinsdag aan complicaties na een chirurgische ingreep aan de aorta. Hij had een aangeboren afwijking van zijn bindweefsel en was voorbestemd om niet oud te worden. Voorafgaand aan een poëzievoordracht in het afgeladen café vroeg hij me eens om een stoel, omdat hij niet meer op zijn benen kon staan. Later hoorde ik dat hij na zijn voordracht enkele etmalen op bed had moeten liggen om te herstellen.

Rafelig lichaam
Zijn leven stond in het teken van een voortdurend besef van eindigheid. Dat lees ik ook terug in het manuscript met recente gedichten dat me afgelopen weekend werd toegestuurd. 'Je longen zijn takken', schrijft Martijn daarin. 'Je longen zijn prinsen je longen zijn/Je explosieven dus je koestert ze'. De lijn die hij in die regel trekt tussen een bommenlegger die zijn dodelijke pakketje behoedzaam mee torst, en de dichter die voelt hoe zijn lichaam bij iedere beweging knap kan zeggen, maakt een enorme indruk op me, evenals een pure wanhoopsregel over het leven in een rafelig lichaam: 'Overal zijn randen die je ogen niet kunnen verbinden'. En deze zin doet dan de rest: 'Er is geen zonlicht meer/in deze kelder/alles wat er is/is een bed van zand en een wekker van hitte'.

Het grootste nadeel van dode mensen is dat ze niet meer opstaan. Vandaag begraven we Martijn Teerlinck. Van The Child Of Lov ligt een compleet tweede album klaar, dat ongetwijfeld zijn weg zal vinden naar een groot publiek. En er zal zeker een mooie bundel met gedichten worden uitgegeven, zodat ook jij zijn bezwerende, magische poëzie kan leren kennen, gedichten over angst en berusting in het licht van een naderend einde.

laat mij maar liggen met mijn warme open ogen
ik heb weinig nodig om te rusten
het is zacht op mijn matras zelfs zonder kussen

de nacht is ooit begonnen in mijn vlees
en de nacht heeft een kleur de kleur van de nacht is

donkerrood

Meer over Martijn Teerlinck hier.

Erik Jan Harmens is dichter. Zijn nieuwste bundel Open mond verscheen in oktober bij Lebowski. Twitter: @ErikJanHarmens