Bouwvakkers in de wijk Pizgat Ze'ev in Oost-Jeruzalem.
Bouwvakkers in de wijk Pizgat Ze'ev in Oost-Jeruzalem. © EPA

'Alsof Palestijnen zonder nederzettingen ineens tot fatsoenlijk zelfbestuur in staat zijn'

Het is tijd voor Een Ander Europees Geluid over het Midden-Oosten, waarbij we meer oog krijgen voor de veiligheidsdilemma's van Israël en de overlevingskansen van bedreigde christenen in het Midden-Oosten. Dat schrijft historicus Dirk-Jan van Baar.

 
Voor 1967, toen er nog geen door Israël bezette gebieden waren met Joodse kolonisten, was er ook geen vrede in het Heilige Land. Een Palestijnse staat op Arabische bodem was er al helemaal niet.

'Als Van Agt over Israël begint, ben ik ineens erg vóór die halvegare kolonisten.' Aldus Max Pam vorige week in de Volkskrant. Hij voegde daaraan toe dat hij de kolonisten in de bezette gebieden altijd met gemengde gevoelens heeft bezien. Bewondering vanwege hun moed in vijandig gebied stand te houden, afkeer vanwege hun geloofswaan. Het kwam hem op een uitbrander te staan van Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods Geluid (O&D, 5 augustus).

Jammer, want in Nederland bestaat al genoeg sympathie voor de Palestijnen. De regering is voor labeling van Israëlische producten uit de bezette gebieden en enkele supermarkten boycotten die al. Ik had graag eens een ander geluid gehoord over die kolonisten. Religieus zijn ze wel, verbonden als zij zich voelen met de heilige grond van Judea en Samaria. Militant zijn ze ook, wat nooit een aangename mensensoort oplevert, en ze houden er om ideologische redenen grote gezinnen op na. Maar daarmee zijn zij nog geen halvegaren. Naar alle menselijke maatstaven leveren zij grote prestaties, ook economisch, zonder veel sympathie in eigen land. Veel Israëli's zijn de kolonisten vanwege hun geloofsijver en daarmee verbonden privileges liever kwijt dan rijk, maar de kolonisten putten kracht uit hun geloof. Helemaal achterlijk kunnen zij niet zijn, want om naar het buitenland te exporteren moet je bij de tijd zijn. Verder wonen er ook veel 'gewone' Joodse immigranten in de nederzettingen, omdat de woningen daar goedkoper zijn.

Gemakkelijke zondebok
In Europa wordt het Israëlische nederzettingenbeleid als het grootste obstakel voor vrede in het Midden-Oosten gezien, en de kolonisten met hun excentrieke gedrag zijn daarbij een gemakkelijke zondebok. Maar voor 1967, toen er nog geen door Israël bezette gebieden waren met Joodse kolonisten, was er ook geen vrede in het Heilige Land. Een Palestijnse staat op Arabische bodem was er al helemaal niet. En wie vandaag naar de ontaarding van de Arabische Lente kijkt, en naar de burgeroorlog in Syrië, kan onmogelijk volhouden dat de Israëlische bezettingspolitiek het grootste probleem in het Midden-Oosten is. Wel wordt het voor de Palestijnen steeds moeilijker een eigen staat te vestigen naarmate de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever langer duurt.

Dat schept nieuwe feiten op de grond. Maar daar zijn zij ook zelf debet aan, door in het verleden vergaande verdelingsvoorstellen af te wijzen en steeds het volle pond te eisen. Dat wil zeggen een terugkeerregeling voor miljoenen 'vluchtelingen' (waar oorspronkelijk hooguit 600 duizend Palestijnen uit het door de VN aan Israël toegewezen gebied op de vlucht zijn gedreven), en Oost-Jeruzalem als hoofdstad van een nog op te richten Palestijnse staat. Die eisen doen zowel de historische als de machtspolitieke realiteit geweld aan.

Geloofsijver
Waarom zou Israël als sterkste partij genoegen moeten nemen met terugkeer naar de grenzen van 1967, die toen al geen vrede brachten? En waar Israël onder Ariel Sharon in 2005 eenzijdig overging tot ontruiming van de Gazastrook, inclusief nederzettingen, werd de Joodse staat onthaald op een raketten afschietend Hamasbewind (dat ook het Palestijnse kamp verdeelt). Dat zijn feiten die niet zomaar onder de onderhandelingstafel zijn weg te werken. Maar Europa staart zich liever blind op de enge geloofsijver van de Joodse kolonisten.

Daarbij is die geloofsijver ook weer niet zo vreemd. Ik was in 1967 pas tien jaar, maar herinner me nog goed met welke euforie de Israëlische veroveringen tijdens de Juni-oorlog werden begroet. Er was opluchting, over dat kleine dekselse Israël dat het militair alleen afkon. Over de Arabieren had niemand het, dat waren moslims. Op mijn katholieke lagere school heerste tevredenheid over de inname van Jeruzalem, dat na 2.000 jaar eindelijk aan de rechtmatige eigenaar (het volk van Israël) toeviel. Dat spoorde helemaal met wat ons over het Heilige Land was verteld. Op grond van wat wij van de Bijbel wisten (niet veel), was het vanzelfsprekend dat Jeruzalem de hoofdstad van Israël werd. Zo ver af van het gedachtengoed van de Joodse kolonisten stonden wij in 1967 niet. Ik denk dat dit ook voor socialisten en andere gezindten in het toen nog niet zo ontkerkelijkte Nederland gold. Zonder die territoriale band met het Heilige Land had de Joodse staat, hoe modern en seculier die zich verder ook voordoet, ook in Afrika of Zuid-Amerika kunnen zijn gevestigd.

Jeruzalem
Het is evident dat al die joodse en christelijke voorstellingen van het Bijbelse Israël complicaties scheppen, vooral in relatie tot de moslimwereld. Ongelovigen zouden die het liefst wegdenken, maar daarmee wordt een belangrijke 'realiteit' van het Heilige Land gemist. Wie een vredesregeling wil in het Midden-Oosten moet zich in álle partijen verdiepen. Wonderlijk genoeg vinden velen in Europa het normaal dat de heilige stad Mekka alleen voor moslims toegankelijk is, maar voor Jeruzalem zou een internationaal verdeelplan moeten komen. Terwijl het evident is dat hier alleen maar nieuwe problemen uit kunnen voortvloeien en de stad beter af is onder Israëlisch beheer.

Omdat iedereen dat wel aanvoelt (maar niet uitspreekt), worden de Joodse nederzettingen aangegrepen als het voornaamste obstakel voor vrede. Alsof ineens de vrede met de moslimwereld zou uitbreken als die er niet meer zijn. Alsof de Palestijnen dan ineens tot fatsoenlijk zelfbestuur in staat zijn zonder Hamas en zelfmoordcommando's. Alsof Joden (en christenen) niets meer te zoeken hebben op de Westelijke Jordaanoever (voor hedendaagse Europeanen is dit moslimgebied), terwijl hier toch hun heilige plaatsen liggen.

Maar van Israël wordt een terugkeer naar de lijnen van 1967 verwacht. Alsof er sindsdien in het Midden-Oosten niet talloze nieuwe oorlogen zijn gevoerd. Had Israël de bezette gebieden in die tijd niet tot ontwikkeling moeten brengen? Waren de Palestijnen, die hun bevolking in omvang zagen exploderen (niks genocide), dan beter af geweest? Is het bouwen van huizen verwerpelijker dan het afschieten van raketten?

Sinds 1967 is ook de wereld ingrijpend veranderd. In dat jaar waren er in West-Europa nog amper moslimimmigranten, nu zijn het er miljoenen. Ook hier worden nieuwe feiten geschapen. Amsterdam, voor de oorlog een Jodenstad, telt nu al twee keer zoveel moslims dan er ooit Joden hebben gewoond. En in de moslimwereld worden Joden én christenen stelselmatig verdreven, een ontwikkeling die al sinds de ondergang van het Ottomaanse Rijk werd ingezet, gedurende de hele 20ste eeuw, toen het Westen op z'n sterkst was en de moslimwereld op z'n zwakst.

Dat zijn ontwikkelingen waar wij moderne ongelovigen liever de ogen voor sluiten. Voor de lieve vrede en de eigen gemoedsrust. Of omdat we echt niet beter weten en dat hele Midden-Oosten zo ingewikkeld is. Maar het zou ook tijd kunnen zijn voor Een Ander Europees Geluid. Waarbij we meer oog krijgen voor de veiligheidsdilemma's van Israël en de overlevingskansen van bedreigde christenen in het Midden-Oosten. Want daar woonden vroeger heus niet alleen moslims.

Dirk-Jan van Baar is historicus.