'Geluk is wel degelijk te koop, maar je moet er soms vlijtig voor sparen'
© ANP

'Geluk is wel degelijk te koop, maar je moet er soms vlijtig voor sparen'

Wat is er eigenlijk mis met sparen voor de aankoop van een huis?, schrijft Gerhard Hormann.

 
Niemand zegt 'ja' tegen een gesluierde bruid die je pas op de dag van je bruiloft voor het eerst ontmoet, maar mensen zetten wel ongezien hun handtekening onder een koopcontract dat hen nu soms tot de bedelstaf veroordeelt.

Het inzetten van pensioenpremies voor het financieren van een koophuis zou je kunnen vergelijken met het kopen van benzine van de kinderbijslag. Maar verder zijn de meeste aanbevelingen van de commissie Wijffels zo gek nog niet. Want waren mensen juist niet veel te lichtvaardig gaan denken over de grootste aankoop van hun leven?

Laten we voorop stellen dat het de commissie Wijffels in haar 52 pagina's tellende rapport niet zozeer gaat om de toekomst van de woningmarkt of het lot van individuele huizenkopers. Bijna alle aanbevelingen die afgelopen week werden gedaan, zijn bedoeld om banken meer zekerheid te geven en hun balansen te versterken. Het draait in deze nieuwe wereld niet om de risico's die je als huizenkoper loopt wanneer je een hypotheek afsluit, maar vooral om het risico dat je als bank neemt door een paar ton uit te lenen voor de aankoop van een huis.

Omláág
Dat risico moet omláág, zeker nu al die huizen die onder water staan steeds zwaarder op de balansen drukken en redelijkerwijs verwacht mag worden dat de woningprijzen nog verder zullen gaan dalen. De overheid zit in de maag met de 12 miljard euro die ze jaarlijks uit moet keren aan hypotheekrenteaftrek, de financiële wereld met al dat onroerend goed waarop elk jaar weer moet worden afgeboekt. De consument - of dat nu een aspirant-koper is of een huizenbezitter - is in dat rijtje de hekkensluiter. Het draait allang niet meer om het stimuleren van huizenbezit of het vlottrekken van de woningmarkt, maar om damage control.

Tegelijk ging het bij alle reacties op de nieuwe plannen vooral over het effect van deze voorstellen op de leencapaciteit van de gemiddelde huizenkoper. Hoewel de commissie benadrukt dat het een langetermijnvisie betreft en dus ook toekomstmuziek is, schreeuwden vooral starters moord en brand. Een eigen huis is nu al bijna onbereikbaar geworden door de strenge eisen van banken en zal helemaal op de lange baan geschoven moeten worden wanneer aspirant-kopers in de toekomst slechts 80 procent van de woningwaarde kunnen lenen en het resterende bedrag zelf moeten ophoesten. Want hoe kun je ooit een bedrag van 45.000 euro bij elkaar sparen als je ook nog eens zucht onder een studieschuld van 20.000 euro?

Wijffels verdedigde de plannen door te stellen dat een loan to value van 80 procent vroeger - dat wil zeggen: voor de gekte op de huizenmarkt toesloeg -  de norm was. Wie nuchter kijkt naar de prijsontwikkelingen in de jaren negentig en het begin van deze eeuw, kan ook alleen maar constateren dat er door alle partijen onverantwoorde en feitelijk onaanvaardbare risico's zijn genomen. Banken leenden grif geld uit, tot wel zeven keer het jaarinkomen of meer, en huizenkopers rekenden zich rijk door beide salarissen bij elkaar op te tellen en vervolgens op internet te kijken wat het allerduurste huis was dat ze zich op basis van dat bedrag konden permitteren.

Allergrootste financiële verplichting
Of je het nu euforie moet noemen of overmoed of hebzucht, feit is dat mensen vergaten dat een hypotheek de allergrootste financiële verplichting is die je in een mensenleven aangaat. Niemand zegt "ja" tegen een gesluierde bruid die je pas op de dag van je bruiloft voor het eerst ontmoet, maar mensen zetten wel ongezien hun handtekening onder een koopcontract dat hen nu soms tot de bedelstaf veroordeelt. Want wie heeft destijds nou echt alle kleine lettertjes in de hypotheekakte gelezen of zich één seconde afgevraagd wat er zou gebeuren als een van beiden ooit zijn baan zou verliezen?

Uit eigen ervaring kan ik ook nog eens vertellen dat het helemaal niet onmogelijk is - en uiteindelijk zelfs helemaal niet eens zo ingewikkeld - om te sparen voor je eerste eigen huis. Zelf hadden wij eind jaren tachtig genoeg spaargeld om in ieder geval de bijkomende kosten zelf te kunnen financieren, plus nog eens 5 procent van de koopsom. Alleen dankzij dat eigen geld konden wij destijds een hypotheek krijgen, net zoals ik even later maar een paar jaar hoefde te werken en te sparen om mijn volledige studieschuld van 20.000 gulden terug te betalen.

'Netheid' en 'vlijt
Mijn jongere broer bleek begin jaren negentig zelfs ruim 70.000 gulden bij elkaar te hebben gespaard, zodat hij in Drenthe een vrijstaand huis kon laten bouwen. Probleem is alleen dat veel jongeren anno nu al tijdens hun studie dure, verre reizen willen maken, erg gehecht zijn aan allerlei gadgets en gerust een paar honderd euro per maand besteden aan uitgaan. In mijn eigen jeugd was - zoals Peter de Waard het typeert - Swiebertje inderdaad nog op televisie en kreeg gewoon ieder kind de mazelen. In die tijd ontving je naast een rapportcijfer voor taal en rekenen, ook een beoordeling voor gedragskenmerken als 'netheid' en 'vlijt'.

Door de aanhoudende crisis zullen we niet alleen teruggaan naar een welvaartsniveau van vóór het jaar 2000 (of zelf ver ervoor), maar zullen ook oude normen en waarden weer opnieuw worden geïntroduceerd. Dat gaat soms veel te snel en kan niet met één druk op de knop, maar het is tegelijk noodzakelijk en heilzaam. Straks staan we allemaal weer met beide benen op de grond en beseffen we misschien ook weer de waarde van geld en de soms bijbehorende harde waarheid. Geluk is wel degelijk te koop, maar je moet er soms geduldig op wachten en vlijtig voor sparen.

Gerhard Hormann (1961) is politicoloog en schrijver