Kinderen in een vluchtelingenkamp in de Democratische Republiek Congo.
Kinderen in een vluchtelingenkamp in de Democratische Republiek Congo. © AFP

Marco Borsato: '13-jarige Laurent wil een antwoord'

Onder de slachtoffers van de oorlog in Oost-Congo zijn veel kinderen, schrijven Marco Borsato en Robbert Bodegraven van War Child. De 13-jarige Laurent zegt: 'Overal groeien kinderen op in vrede. Waarom ik niet?'

 
Duizenden kinderen die uit verkrachtingen worden geboren, komen op straat terecht

De oorlog in Syrië gaat binnenkort zijn derde jaar in. De strijd tegen rebellen in Noord-Mali is nog niet gestreden. Beide oorlogen halen de voorpagina's van het nieuws, en dat is geen wonder. Wel verwonderlijk is het dat een derde oorlog de nieuwskolommen nauwelijks haalt. De vuile oorlog die in Oost-Congo woedt, ontsnapt aan de aandacht van de wereld. En dat terwijl deze oorlog de dodelijkste is die we na de Tweede Wereldoorlog meemaken. De afgelopen vijftien jaar zijn naar schatting 5,4 miljoen mensen omgekomen in Congo. Alleen in Oost-Congo zijn bijna 2 miljoen mensen op de vlucht voor het geweld. De helft daarvan is kind.

Een week geleden werd een vredesakkoord gesloten voor Oost-Congo. De regeringen van de Democratische Republiek Congo (DR Congo) en omringende landen spraken af dat er extra vredestroepen komen om stabiliteit en vrede te brengen.

We waren de week na het vredesakkoord in Oost-Congo. En hoewel we ieder initiatief tot vrede in het gebied toejuichen, zagen we hoe het akkoord de bevolking weinig vreugde brengt. Rebellengroepen houden het gebied in hun greep, honderdduizenden zijn op de vlucht. Kinderen moeten keer op keer hun huis, hun vriendjes en soms ook hun vader, moeder, broertjes of zusjes achterlaten.

De oorlog in Oost-Congo is er een met vele gezichten. Het Congolese regeringsleger strijdt tegen gedeserteerde militairen die hun eigen legers oprichten. Zoals M23, een door Tutsi's gedomineerd leger. Er zijn milities van Hutu's, net als de Tutsi's een etnische groep die we nog van de gruwelijke genocide in Rwanda kennen. Na de genocide zetten ze hun strijd, tot op de dag van vandaag, voort in Oost-Congo. Er zijn burgermilities, Mai Mai- strijders, die begonnen als verdedigers van hun dorpsgenoten maar uitgroeiden tot gewetenloze rebellen.

Grondstoffen
Bovendien heeft de overheid van de DR Congo, evenals de overheden van de omringende landen, belang bij de strijd: de grond zit boordevol waardevolle grondstoffen. Met goud, koper, kobalt en coltan worden enorme hoeveelheden geld verdiend. Corruptie tiert welig.

Veel van de strijdende milities hebben niets te winnen bij vrede. Het staken van de strijd betekent voor hen een leven in armoede, uitzichtloosheid en voor de leiders misschien zelfs berechting. Daarom gaat dit vredesakkoord geen oplossing bieden aan de bevolking van Oost-Congo.

Maar wat moet er dan wel gebeuren om het onacceptabele lijden van de kinderen van Oost-Congo te stoppen? Hoeveel miljoenen moeten er sterven, worden verkracht, ontvoerd of verminkt, voor we de echte verantwoordelijkheid voelen om hier een halt aan toe te roepen?

Oorzaken
Het gesloten vredesakkoord is een stap in de goede richting, maar laat de oorzaken van het conflict ongemoeid. De crisis in Oost-Congo moet politiek, economisch en humanitair worden opgelost. Ieder akkoord dat een van deze aspecten buiten beschouwing laat, is gedoemd te mislukken.

Het gezag van de overheid moet worden hersteld. De regering in Kinshasa is de greep op het ver weg gelegen Oost-Congo verloren en moet alles in het werk stellen om dat terug te krijgen. Daar hoort een functionerend leger bij, dat de bevolking beschermt, en een niet corrupte politiemacht. De lokale bevolking moet bij de herinrichting van het gebied worden betrokken, zodat ze weer vertrouwen in het gezag kunnen opbouwen.

Dan zijn er de grondstoffen, de schatkamer van Oost-Congo. Ze hebben niet alleen lokale roversbendes aangetrokken, maar zijn ook een inkomstenbron geworden van de landen die Oost-Congo omringen. De strijd om deze grote economische belangen kan alleen eindigen als er een akkoord over de toegang tot de bodemschatten komt dat alle betrokken partijen accepteren.

Tenslotte is er de humanitaire dimensie. De bevolking van Oost-Congo leeft in de slechtst mogelijke omstandigheden. Ouders kunnen hun kinderen geen veiligheid bieden. Seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes heeft enorme proporties aangenomen. Eenderde van de slachtoffers is nog kind. De duizenden kinderen die uit deze verkrachtingen worden geboren, komen - verstoten door hun moeder - zonder registratie op straat terecht.

Zelfvertrouwen
De angst voor geweld beheerst het leven in Oost-Congo. Naast elementaire hulp, zoals voeding, onderdak en hygiëne, moeten de mensen hulp krijgen om de oorlogservaringen te verwerken. Alleen dan kan er weer zelfvertrouwen ontstaan en kunnen de mensen in Oost-Congo het heft weer in eigen hand nemen.

De enorme opgave om op al deze terreinen in samenhang voortgang te boeken, kunnen we niet aan de regionale leiders overlaten. De internationale gemeenschap moet nu een actievere rol opeisen. Als er iets is waar de Verenigde Naties voor opgericht werden, dan is het een conflict zoals we dat in Oost-Congo zien. Actief en daadkrachtig leiderschap van die VN is onontbeerlijk. We zijn dat aan de bevolking van Oost-Congo verplicht.

De kinderen in Oost-Congo die we spraken willen maar een ding: vrede. Voor zichzelf en voor hun ouders. De 13-jarige Laurent, die in zijn prille leven niets anders dan de oorlog kende, zei tegen ons: 'Het is niet eerlijk. Overal in de wereld groeien kinderen op in vrede. Waarom mag ik dat niet?' Die vraag stelt hij aan ons allemaal. Laurent wil een antwoord.

Marco Borsato is ambassadeur van War Child.
Robbert Bodegraven is hoofd campagnes War Child.