'Hijgerig winstbejag in de kinderopvang. Waarom laat de politiek dit gebeuren?'
© ANP

'Hijgerig winstbejag in de kinderopvang. Waarom laat de politiek dit gebeuren?'

Kinderopvang moet je niet overlaten aan de grillen van de vrije markt, schrijft Ewoud Poerink. Estro, de grootste kinderopvangorganisatie van Nederland, geldt als afschrikwekkend voorbeeld hoe winst boven zorg wordt gesteld. 'Waarom blijven de branchevereniging en politiek Den Haag zo stil?'

 
De zorg voor kinderen van 0 tot 4 jaar moet men niet overlaten aan de grillen van de vrije markt terwijl het veel beter geregeld kan worden, zoals vele voorbeelden uit het buitenland laten zien

Op dinsdag 13 december 2011 had ik een afspraak met de managers van Estro, de grootste kinderopvangorganisatie in Nederland. Als 'kritische doch betrokken ouder' wilde men mijn mening en ideeën horen. De afspraak vloeide voort uit het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer waar Estro meermaals negatief ter sprake kwam vanwege APAX-achtige financiële constructies en 'wurgcontracten' voor ouders. Toenmalig minister Kamp kwam toen met een verbod op de financiële constructie (namelijk een exorbitante schuldenlast) zoals die bij Estro was toegepast. Het is mij dan ook een raadsel hoe Estro onder de nieuwe buitenlandse eigenaar KKR nog altijd met een schuldenlast van 120 miljoen is opgezadeld. Kan iemand me dit uitleggen?

Mijn advies aan Estro was destijds: Niet jullie positie is het probleem - Estro is marktleider in de Nederlandse kinderopvang - maar jullie imago. Als er straks echt een vrije markt is, zoals minister Kamp predikt, dan kunnen ouders kiezen. Een slecht imago is dan dodelijk voor je bedrijf. Mislukt die vrije markt, dan zal de overheid ingrijpen en breekt het slechte imago jullie opnieuw op. Wat weerhoudt jullie ervan om vanaf de top een nieuwe stijl bedrijfsvoering te introduceren? Betrek bijvoorbeeld oudercommissies bij je beleid en ga eerlijk om met uitkomsten van tevredenheidsonderzoeken. Stel je 'klanten' boven het hijgerige winstbejag.

Na het zien van het VPRO-programma De Slag om Nederland - Handel in Kinderopvang - kan ik slechts concluderen dat Estro helemaal niets met het advies heeft gedaan. De directeur zegt niets te weten van enige misstanden en weigert in te gaan op vragen naar de invloed van de schuldenlast op de kwaliteit. Maar het is slechts een symptoom van een niet-functionerend systeem.

Ontbreken van een visie
Wat in de discussie rond kinderopvang nog het meest ontbreekt, is een notie of een visie van wat de opvangbranche of politiek dan wél zou willen, behalve dat een deel van hen simpelweg tegen extra bezuinigingen is. Deze houding getuigt van intellectuele armoede en gebrek aan politiek leiderschap. Waarom blijft de branchevereniging Kinderopvang zo stil en waarom laat politiek Den Haag dit gebeuren?

De toekomst van kinderopvang ligt hopelijk niet bij ondernemingen als Estro. De zorg voor kinderen van 0 tot 4 jaar moet men niet overlaten aan de grillen van de vrije markt terwijl het veel beter geregeld kan worden, zoals vele voorbeelden uit het buitenland laten zien. Veelzeggend is dat het Nederlandse woord 'kinderopvang' in het buitenland geen equivalent heeft: daar heeft men het over kinderzorg of -ontwikkeling.

Niet het belang van de bedrijfstak moet centraal staan (zoals het geval was onder het vorige kabinet) maar het belang van kind, ouder en maatschappij. Marktleider Estro laat het tegendeel zien en geldt inmiddels als afschrikwekkend gevolg van de vrije marktwerking in kinderopvang. Het jarenlang oprekken van plaatsingscontracten (als ouder betaal je standaard voor de openingstijden en niet de gebruikte uren en voor 51 of 52 weken per jaar, dus ook als je op vakantie bent), het continu opzoeken van de minimum kwaliteitsnorm, doorgaande bezuinigingen op het personeel - de grote overnames, schuldenlast en reorganisaties: het schets een beeld van winst boven zorg.  Het televisieoptreden van de Estrodirecteur versterkte enkel het wantrouwen.

Grenzen opzoeken
Wat de VPRO-uitzending extra pijnlijk maakt: Estro had deze publieke schandpaal van kilometers ver kunnen zien aankomen. Herhaalde vragen in de Tweede Kamer zijn een duidelijk signaal. Maar blijkbaar heeft de directie ervoor gekozen de grenzen van het acceptabele op te blijven zoeken. Publieksreacties op de uitzending op Twitter en andere fora liegen er niet om en er is Estro (wederom) onderwerp van discussie in de Tweede Kamer. Minister Asscher zal binnenkort met een reactie komen. Ik ben benieuwd.

Estro zie ik niet zo snel veranderen: het beschermen van hun imago bestaat er in de praktijk uit dat er met verschillende werkmaatschappijen wordt gewerkt: veel klanten zal het simpelweg ontgaan dat hun crèche eigenlijk van Estro (of beter gezegd: durfinvesteerder KKR) is. Mijn grote vraag is welke partijen in de Tweede Kamer het inzicht en het lef hebben om met een hervormingsagenda te komen.

Het is hoog tijd om een flinke slag te maken. Den Haag, kom met beleid gericht op de ontwikkeling van het kind en niet op groei van het bedrijfsleven. Beleid dat ten dienste staat van de versterking van de kenniseconomie, want niet alleen kunnen dertigers dan aan het werk blijven: goede zorg voor jonge kinderen helpt sociale achterstanden te voorkomen.

Ingrijpen
De eindverantwoordelijkheid ligt bij een centraal overheidsorgaan (staatssecretaris voor het kind?) en is niet meer verspreid over een waaier aan spelers. Iedere kind krijgt wat mij betreft recht op een vast aantal gratis dagdelen zorg per week, ook wanneer de ouders niet (kunnen) werken. Wie meer dagdelen nodig heeft, koopt zelf meer in - zonder subsidie. Dit gebeurt in samenwerking met het basisonderwijs zodat een de overstap van crèche naar school op vele vlakken een stuk soepeler kan gaan dan nu het geval is.

Het gaat hier niet alleen om Estro of de jonge ouders van nu. Zowel vanuit liberaal als sociaaldemocratisch oogpunt zijn meerdere argumenten te noemen om de regie in kinderopvangland terug in handen te nemen. Nu heerst versnippering. Ook met het oog op de toenemende vergrijzing is een bestendig beleid wenselijk: hoe meer kinderen geboren worden, des te meer arbeidskrachten samen de pensioenen kunnen betalen.

Dat laatste punt moet je als overheid in ieder geval niet ontmoedigen met het huidige 'zoek het allemaal zelf maar uit'-beleid. Neem nu het stuur terug in handen. Den Haag: grijp in!

Ewoud Poerink is vader van twee jonge kinderen, historicus en auteur van De peuterindustrie (meulenhoff 2012).