Theo Maassen bij aankomst bij het Gala van de Nederlandse Film.
Theo Maassen bij aankomst bij het Gala van de Nederlandse Film. © ANP

'De kleinkunst is dood als Theo Maassen zijn grappen nader moet verklaren'

Of Theo Maassen meent wat hij zegt, is een volstrekt oninteressante vraag, schrijft Leon Verdonschot. 'Dan zou hij voortdurend moeten knipogen, en heette hij Seth Gaaikema.'

 
Ik ga niet naar een cabaretier om een avond lang te horen wat ik al vind

Halverwege de jaren negentig speelde André Manuel zijn cabaretvoorstelling Braaf. De voorstelling ging over geweld, en Manuel liet er een moord in plegen op een dikke zwarte vrouw in een rolstoel. Regelmatig liepen mensen tijdens de voorstelling verontwaardigd de zaal uit.

In Oss werd Manuel met een speciaal kortings­arrangement in een theater geboekt dat veel groter was dan de theaters waar hij normaal speelde. Maar cabaret was in, en Manuel was een cabaretier, dus trok hij in Oss opeens een volle zaal aan met mensen die onbekend waren met zijn werk en stijl. Ruim 150 van hen liepen woedend weg. Enkelen riepen op weg  naar de uitgang de cabaretier en de blijvers ter verantwoording.

Van een schouwburgdirecteur die de voorstelling later in het seizoen had geboekt, kreeg Manuel het verzoek of vooraf iemand namens het theater mocht uitleggen dat de man waar het geachte publiek dadelijk naar ging kijken heus niet écht vond dat zwarte dikke gehandicapte vrouwen de dood verdienen.

Uiteraard bedankte Manuel daar vriendelijk voor, maar had dat tafereel plaatsgevonden, dan was het een sketch op zichzelf geworden. En een hilarisch dieptepunt in de Nederlandse verhouding tot comedy. Nooit meer geëvenaard.

Volendam
Tot cabaretier Theo Maassen zich opeens diende te verantwoorden voor zijn laatste voorstelling Met alle respect. Maandagavond bij Pauw  & Witteman over zijn grap over de persoonsbeveiliging van Geert Wilders. Als het aan Volendammer Johan Bond ligt, moet Maassen ook nog in Volendam tekst en uitleg komen geven over  een grap over de slachtoffers van de Nieuwjaarsbrand aldaar. Bond stelt voor dat Maassen zijn oude voorstelling nog eens speelt in aanwezigheid van de 240 slachtoffers.

Hoe stelt hij zich dat voor? Maassen speelt de show, en bij de gewraakte grap sist een deel van zijn publiek verontwaardigd, of barst in huilen uit (of misschien in lachen, als ze dat van Bond mogen). Daarna stelt Bond Maassen voor aan de slachtoffers. Maassen zal zeggen dat hij het heel erg vindt wat hun is overkomen. Dan vraagt Bond waarom hij er dan de spot mee drijft. En Maassen zal antwoorden dat hij overal de spot mee drijft. Dat is namelijk wat hij doet. Hij maakt grappen. Over alles en iedereen. Omdat hij vindt dat je overal grappen over mág maken. En Bond vindt van niet.  

Woedende reacties
Kennelijk is hij niet de enige. In dezelfde kringen waar men er graag (en terecht) op wijst dat veel moslims niet begrijpen wat satire behelst, regende het na de tv-uitzending van Met alle respect woedende reacties. Op het rechtse blog DagelijkseStandaard.nl werd zelfs betoogd (of in ieder geval: geschreven) dat Maassen opriep tot moord. Hij zei immers in zijn show dat de beveiliging van Wilders moest worden opgeheven. Klopt. En Youp van 't Hek zingt ieder jaar met Kerst dat hij zijn vader heeft vermoord om Flappie te wreken.

Kennelijk geldt in sommige kringen de optelsom van een man, een mening en een microfoon als een betoog, en bestaat er geen verschil tussen een lezing en een voorstelling. In de Volkskrant schreef columniste Nausicaa Marbe dat de reactie om Maassens Wildersgrap afweek van die op andere grappen in zijn show; het was 'een opwelling van agressie en jolige bloeddorst'

Geen applaus
Ik was bij Met alle respect in Carré, en hoorde geen applaus bij deze passage, en ook geen ander soort lach. Hooguit een minder harde omdat het bepaald niet de beste grap uit de voorstelling was. En ook een volstrekt infame redenering, wat mij betreft. Zoals ik ook Maassens tirades tegen de kwelling van commercie een hoog en sleets Occupy-gehalte vind hebben.

Maar ik ga niet naar een cabaretier om een avond lang te horen wat ik al vind, ik wil dat hij me laat lachen en aan het denken zet, mijn wereldbeeld prikkelt of zelfs doet kantelen. Daar is Maassen meesterlijk in. Of hij dat zelf allemaal meent of niet vind ik een volstrekt oninteressante vraag: het gaat om de redeneringen zelf. Soms is de cabaretier dominee, soms advocaat van de duivel, soms de duivel zelf. Die mogelijkheid om van rol te wisselen is cruciaal, anders zou hij de halve voorstelling naar zijn publiek moeten knipogen,  en heette hij Seth Gaaikema.

Bukken
André Manuel maakte jaren later een voorstelling waarin hij keiharde grappen over moslims maakte, zoals eerder over Pim Fortuyn, die wat hem betreft had moeten bukken toen hij Volkert zag aankomen: daar was hij immers toch zo bedreven in? Een theaterrecensent van deze krant vond de moslimgrappen walgelijk, en schreef een recensie waarin hij de wens uitsprak dat zo'n moslim Manuel zou weten te vinden.

Dat laatste was wél volstrekt misplaatst (hij bood er ook zijn excuses voor aan) en het verschil tussen beide is cruciaal. Wie dat verschil niet wenst te begrijpen, dié dienen we pas te wantrouwen. Die vindt namelijk niet dat voor kunst geldt wat Andy Warhol er ooit over opmerkte: 'Art is what you can get away with'.

En dat is op dit moment in dit land kennelijk niet veel. 

Leon Verdonschot is journalist, columnist voor Nieuwe Revu en programmamaker.