Olympisch kampioene Anky van Grunsven (M) is te gast bij een speeddate-sessie tijdens de avond van de Opzij Top 100 van Machtige Vrouwen 2012.
Olympisch kampioene Anky van Grunsven (M) is te gast bij een speeddate-sessie tijdens de avond van de Opzij Top 100 van Machtige Vrouwen 2012. © ANP

'Met een vrouwenquotum pak je de schoolpleinmaffia niet aan'

'Een vrouwenquotum opleggen én parttime werken maximaal faciliteren, is meten met twee maten', schrijft headhunter Monique de Vos. Niet het glazen plafond of het 'old boys network' is het probleem, maar vrouwen die fulltime werkende vrouwen een schuldgevoel geven.

Gelukkig is het voorstel voor verplichte vrouwenquota dat eurocommissaris Vivian Reding ondernemingen wilde opleggen, van de baan. De Europese Commissie wil nu dat ondernemingen 'ernaar streven dat in 2020 40 procent van de topfuncties door vrouwen worden bekleed', maar zal het niet bindend opleggen. Ook Nederland heeft streefcijfers geformuleerd: in 2016 moeten organisaties zo'n 30 procent vrouwen in de top hebben aangesteld, anders moeten zij uitleggen waarom dat niet is gelukt. Wie gaat er eigenlijk over?  Reding vindt het een Europese zaak om quota of, in afgezwakte vorm, streefcijfers op te leggen. De VVD-fractie in de Tweede Kamer vindt het bij uitstek een nationale aangelegenheid.

Friezen en Limburgers
Ik ben geen voorstander van wettelijk opgelegde vrouwenquota. Ik vind bovendien dat noch Europese noch nationale overheden zich daar in de private sector mee zouden moeten bemoeien. Nu gaat de quotum-discussie over vrouwen. Gaan we straks ook vanuit de overheid streefcijfers formuleren ten aanzien van allochtonen en autochtonen, jongeren en ouderen, Friezen en Limburgers?

Natuurlijk is het goed als de overheid aandacht voor diversiteit in de top vraagt. Ik vind het zelfs  te prijzen als de overheid streefcijfers benoemt om zo het bewustzijn te vergroten. Maar als de streefcijfers niet worden gehaald en de zelfregulering niet werkt naar de wens van de overheid, dreig dan niet dat je alsnog gaat ingrijpen. Waar bemoei je je mee?

Overigens ben ik een groot voorstander van divers samengestelde teams met meer vrouwen op sleutelfuncties. Diverse teams presteren beter, daar is iedereen het over eens en onderzoeken leveren daarvoor het bewijs.

Voor- en tegenstanders van wettelijke quota buitelen over elkaar heen alsof quota of het uitblijven daarvan dé oplossing is om meer vrouwen aan de top te krijgen. Onzin. Ja, in Noorwegen is het percentage vrouwelijke commissarissen sinds er quota worden gehanteerd, gestegen van 7 procent naar 40 procent. Maar het heeft inmiddels geleid tot een 'old girls network' omdat een kleine groep vrouwen een grote hoeveelheid commissariaten heeft aanvaard. Daarnaast werden om het 'heilige' percentage te halen en boetes te voorkomen - jonge - vrouwen benoemd die er niet altijd aan toe waren. Als vrouwen voortijdig afhaken, wordt het pas echt gevaarlijk.

Schoolpleinmaffia
Wat zijn dan de redenen dat we de discussie steeds weer voeren over vrouwenquota? Het zou vrouwen niet lukken om aan de top te komen zonder dat extra zetje. Want, zo menen voorstanders van een wettelijk afgedwongen quotum: 'Het old boys network is sterk, witte mannen selecteren witte mannen, vrouwen krijgen geen kans.' Dergelijke argumenten zijn te generaliserend en gaan voorbij aan de langzame en geleidelijke toename van het aantal vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen. 'Maar het gaat té langzaam,' krijg ik vaak tegen geworpen. Ik ben ervan overtuigd dat wettelijke quota dit tempo niet versnellen. Waarom gaat het dan zo langzaam?

Allereerst omdat in Nederland 75 procent van de werkende vrouwen parttime werkt. Geen enkele vrouw, of man, die drie dagen per week werkt, komt in aanmerking voor een toppositie bij een grote onderneming. Daarnaast slepen we nog steeds onze 'calvinistische en na-oorlogse' historie mee. Het was in de periode van de wederopbouw een bewijs van welvaart als een vrouw kon zeggen dat ze niet 'hoefde' te werken. En tot 1979 mocht een werkgever volgens de wet een vrouw ontslaan vanwege zwangerschap of huwelijk. We hebben dus nog wel wat tijd in te halen.

In het kader van mijn onlangs verschenen boek 'Vol in de wind, topmannen en topvrouwen over leiderschap' sprak ik zo'n twintig vrouwen over hun weg naar de top en de barrières op weg ernaar toe. Niet het glazen plafond of het 'old boys network' had hen het meest gehinderd: zij gaven aan vooral last te hebben gehad van de zogenaamde 'schoolpleinmaffia', vrouwen die niet of parttime werken en er alles aan doen om een fulltime werkende vrouw een schuldgevoel te geven vanwege het missen van het eerste pasje van hun kind.

Offers
Zolang in Nederland de norm onder vrouwen 'niet' of 'in deeltijd' werken is, blijft de vijver waaruit we putten om vrouwen te vinden kleiner. En ja, ook ik moet als headhunter net iets meer moeite doen om vrouwen op mijn longlist te vinden voor topposities dan mannen. Want er zijn er minder én ze willen minder offers brengen voor hun baan.  

Een quotum opleggen aan organisaties en tegelijkertijd vrouwen in Nederland maximaal faciliteren om parttime te werken is meten met twee maten. Het leidt niet tot een structurele toename van het aantal kwalitatief goede vrouwen aan de top. Toch zien we een gestage toename van het aantal vrouwen dat zich de offers wil getroosten die topposities vragen. En krijgen dochters meer werkende moeders als rolmodel. En hebben de topmannen steeds vaker een werkende vrouw. Kortom een kwestie van tijd en gedrevenheid. Die moet komen vanuit de ondernemingen, de mannen én de vrouwen. Maar niet van de overheid, of die nu in Europa zit of in Den Haag.   

Monique de Vos is directeur van Chasse Executive Search en auteur van het boek Vol in de wind, topmannen en topvrouwen over leiderschap'.