Minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans komt aan op het Binnenhof voor de ministerraad.
Minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans komt aan op het Binnenhof voor de ministerraad. © ANP

'Dat we steeds minder Duits en Frans spreken, maakt ons tot de risée van Europa'

Nederlanders zijn altijd trots geweest op hun beheersing van de moderne vreemde talen. 'Maar met Nederlanders kun je alleen maar armzalig Euro-Engels spreken weten ze in Berlijn, Parijs, Rome en Praag', schrijft filosoof Sjoerd van Hoorn.

 
Duits schijnt zoiets te zijn als Sanskriet, als je dat kunt lezen moet je wel heel geleerd zijn.

In een artikel in Die Welt van 12 november, 'Die Holländer sollen mehr Deutsch reden' pleit minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans voor meer Duits in Nederland. Zijn pleidooi en zijn boek met de Duitse titel Glück auf! staat niet op zichzelf. Ook de Groene Amsterdammer signaleert deze week dat Nederlandse schrijvers in Duitsland enthousiast vertaald, besproken en gelezen worden, maar dat Nederlanders maar geen Duitse literatuur willen lezen.

Niet alleen in Nederland zijn de moderne vreemde talen op hun retour, begin dit jaar schreef topeconoom Lawrence Summers in de New York Times dat Amerikanen zich niet echt druk hoeven te maken om het leren van vreemde talen omdat toch iedereen wel Engels spreekt, hetgeen hem op een uitbrander van historicus Paul Cohen in Dissent van dit kwartaal komt te staan. Er is alle reden, zegt Cohen, om buitenlandse talen te leren. Ten eerste spreekt lang niet iedereen Engels, ten tweede zijn talen intrinsiek waardevol en ten derde weten we helemaal niet of Engels wel de lingua Franca zal blijven.

Imiteren
Nederlanders zijn vaak behept met de neiging Amerika te imiteren, ook in dit geval. Ga in een treincoupé vol scholieren of studenten zitten en je oren suizen al gauw van de Amerikanismen.
Een tamelijk hardnekkige mythe wil dat de jeugd van tegenwoordig beter Engels spreekt dan, laten we zeggen, mensen die voor de invoering van de Mammoetwet op school zaten. Tenzij je het vaardig nabauwen van Amerikaans maniërisme voor Engels spreken houdt , zijn daar nogal wat kanttekeningen bij te maken. De Engelse grammatica van de studenten international business die ik op de VU colleges filosofie gaf bijvoorbeeld, was zacht gezegd vaak wat gebrekkig.

En dan heb ik het alleen nog maar over het Engels. Engels wordt tenminste nog gelezen. Tenminste, de boekwinkels liggen vol met Amerikaanse bestsellers. Zo langzamerhand is het Engels echter de enige vreemde taal waarvan het kunnen spreken nog tot de algemene ontwikkeling hoort. De dominantie van het Engels vormt de achterkant van het gelijk van Timmermans.

ls de beheersing van het Engels al matig, de beheersing van Duits en Frans praktisch non-existent. Een docent op de universiteit die een tekst van een Duitse auteur in het Duits voorschrijft krijgt te maken met een stroom aan protesten, van de studenten en van het faculteitsbestuur, als de dood als deze is voor het stellen van serieuze intellectuele eisen aan de toekomstige 'bachelors' en 'masters'.

Sanskriet
Duits schijnt zoiets te zijn als Sanskriet, als je dat kunt lezen moet je wel heel geleerd zijn. Als het Duits op de universiteit vaak al teveel is gevraagd, is het helemaal een gotspe om van het grote publiek te verwachten dat het Duits leest. Vandaar dat er praktisch geen enkele boekwinkel meer is waar nog Duitse boeken worden verkocht. De filialen van Selexyz hebben geen Duitse boeken meer en de Duitse boekwinkel in Amsterdam, die Weisse Rose, ziet zijn klantenaantal dalen. En dat in een land waarvan de cultuur zonder de invloed van Goethe, Beethoven, Humboldt, Nietzsche, Freud, Marx en Heidegger bijna net zo ondenkbaar is als de Duitse cultuur zelf. Dat terwijl Duits voor Nederlanders eigenlijk makkelijker te leren verstaan is dan Engels.

Dat in weerwil van het feit dat er een levendige literaire, sociaalwetenschappelijke en filosofische cultuur is in de Duitse landen die zonder beheersing van het Duits eenvoudigweg onbekend blijft, terwijl ze een onmisbaar alternatief vormt voor de platte Amerikaanse popcultuur die inmiddels tot in alle poriën van het Nederlandse denken schijnt te zijn doorgedrongen. Wie leest er Alexander Kluge, Botho Strauss, Karl-Heinz Bohrer,  Peter Handke, Durs Grünbein of Juli Zeh?

Elite
Met het Frans is het, zoals iedereen weet, nog slechter gesteld. Hoewel het Frans de naam heeft een mooie taal te zijn, betekent dat nog niet dat men ook Frans leest. Het Frans was in Nederland altijd een taal voor de elite, maar het kan natuurlijk onmogelijk het geval zijn in een soi-disant progressief land dat een cultuurgoed voor de elite hoe langer hoe meer ontoegankelijk wordt voor het volk.

Nederlanders zijn altijd trots geweest op hun beheersing van de moderne vreemde talen. Nu wordt een Duitse filosoof als Peter Sloterdijk, zo'n beetje de enige die nog af en toe gelezen wordt, geïnterviewd in het Engels. Dat we steeds minder Duits en Frans spreken maakt ons nu tot de risée van Europa: met Nederlanders kun je alleen maar armzalig Euro-Engels spreken weten ze in Berlijn, Parijs, Rome en Praag. (De Britten, die ons dankzij hun superieure taalbeheersing diplomatiek nu nog makkelijker kunnen flessen dan vroeger vinden het allemaal wel best.)

Erger is nog dat we met de verdwijning van de Duitse en de Franse literatuur uit de Nederlandse openbaarheid onze eigen cultuur veroordelen tot groeien op de armzalige bodem van een vaak maar halfbegrepen Amerikaans. De oplossing ligt uiteraard om te beginnen in het verplicht maken van tenminste één moderne taal naast Engels. En waarom niet, zoals mijn ouders nog moesten, al beginnen met Frans op de basisschool? Verder moet er veel meer aandacht worden besteed aan literatuuronderwijs en moeten de universiteiten, politiek en media hun verantwoordelijkheid nemen door op te houden met hun eenzijdige oriëntering op Amerika.

Sjoerd van Hoorn is filosoof. Hij  leest Engels en Duits. Daarnaast probeert hij Frans en Italiaans te leren.