Diederik Samsom, Jan Kees de Jager, en Mark Rutte
Diederik Samsom, Jan Kees de Jager, en Mark Rutte © ANP

'Politici moeten niet zo meehuilen'

Links en rechts roepen dat crises zijn veroorzaakt door asociaal ge-drag. Maar morele ongeremdheid leidt tot bestuurlijke stomheid, meent politicoloog Gerard Drosterij.

Optredens van politici in de verkiezingscampagne gaan over bezuinigen of investeren, met onderlinge verwijten van respectievelijk ongehoorde snoeidrang of zieke spilzucht. De felheid van deze discussie verdoezelt echter een overeenstemming tussen links en rechts, namelijk morele verontwaardiging. Deze emotie is de drug van politici en heeft veel institutionele schade aangericht.

Het eerste echte verkiezingsdebat tussen PvdA en VVD was ronduit voorspelbaar. In het programma Knevel & Van den Brink spraken zowel Diederik Samsom als Stef Blok over dat vermaledijde 'je verantwoordelijkheid nemen'. Volgens de een betekende dat 'bezuinigingen' en volgens de ander 'investeren'. En zo ontspon zich de overbekende discussie. De een: 'Jij bent een kille saneerder!' De ander: 'En jij een roekeloze potverteerder!'

Loopgravenoorlog
Is deze sjabloonmatige vorm van politiek gebakkelei op zich al reden tot bezorgdheid en droefenis over het niveau van de Nederlandse politiek, nog kwalijker is dat de welles-nietes-discussie tussen links en rechts het gevolg is van een sentiment dat beide kampen delen. Er kan pas een uitweg uit deze uitzichtloze loopgravenoorlog gevonden worden als die gemeenschappelijke basis beter begrepen wordt.

De discussie over een oplossing van de crisis wordt gevoerd vanuit een morele verontwaardiging over wat er fout is aan de maatschappij. Deze woede is present bij veel politici en de dominante motivator van veel onzalig kortetermijnbeleid - denk aan wietpas, boerkaverbod, nationale politie, forensentaks. De verontwaardiging draait om het gedrag van burgers, of dat nu nietsnutten zijn of graaiende bestuurders, en leidt tot de vraag hoe daar zo snel mogelijk iets aan gedaan kan worden. Fout gedrag wordt niet als symptoom, maar als oorzaak gezien van sociale of economische problemen. Politici willen maar niet begrijpen dat burgers net mensen zijn.

Goed en kwaad
De verdeling van de wereld in goed en kwaad zit diep in ons westerse denken ingebakken. Wordt er een onderzoek gehouden, dan is de kans groot dat de conclusie luidt: mensen vinden zelf dat zij een goed leven hebben, maar maken zich zorgen over de toestand van de samenleving als zodanig.

Deze diagnose van morele schizofrenie wordt onderschreven door Paul Schnabel, directeur van het Sociaal Planbureau. Hij stelde in 2009 'dat er in de huidige samenleving sprake is van een groeiend gebrek aan respect, fatsoen, verdraagzaamheid en tolerantie'. Het is opvallend, stelde Schnabel, dat Nederlanders vooral de verloedering bij anderen waarnemen: 'We zijn niet meer streng voor onszelf, maar voor anderen. Die mogen niet wat we onszelf wel toestaan, geleerd als we hebben om voor onszelf te kiezen en het eigen gevoel tot uitgangspunt van ons handelen te maken.'

Hoe makkelijk dit gezichtspunt voor een politiek oordeel kan dienen, bewijzen bijvoorbeeld discussies over de economische crisis, het falen van hogescholen of woningcorporaties. Crises die geduid worden als gevolg van een gefragmenteerde samenleving, bestaande uit mensen die alleen maar aan zichzelf denken en de publieke zaak hebben verkwanseld, en waar de politiek snel iets aan moet doen.

Moreel falen
Het idee van moreel falen als bron van crises is niet een onschuldig fenomeen dat afgedaan kan worden als borrelpraat waar iedereen zich weleens schuldig aan maakt. Het is een attitude die verankerd ligt in de manier waarop er door politici naar de maatschappij wordt gekeken en beleid wordt gebaseerd. En nog belangrijker: het is een denkwijze die links en rechts delen.

Hoe ver Blok en Samsom zich ook van elkaar verwijderd mogen voelen, een beschouwing over de oorzaak van de crisis brengt hen beiden bij het probleem van individuele zwakte. De een velt dat oordeel over burgers met een groot gebrek aan ondernemingslust, de ander over hen met een grenzeloze hebzucht - maar de richting van het antwoord is dezelfde. De luie uitkeringstrekker en corrupte bestuurder zijn beiden kinderen van menselijk falen.

Asociaal gedrag
Ogenschijnlijk twee verschillende politieke ideologieën, doch met hetzelfde uitgangspunt, namelijk - met een parafrase op Max Dendermonde - dat de wereld ten onder gaat aan asociaal gedrag. De inzet van een discussie tussen Blok en Samsom is wie er schuldig is aan de crisis: de uitvreter of de vrek. De een concentreert zich op de luiheid, de ander op de inhaligheid, maar het zijn wel twee zijden van dezelfde medaille.

Een moralistische kijk op de samenleving moge heel menselijk zijn, hij maakt de politicus tot een onbekwame professioneel. Burgers verwachten dat politici juist afstand nemen van dit sentiment. Het is hun verantwoordelijkheid om instituties wettelijk te organiseren die roekeloos gedrag temmen en controleren - dat heet checks and balances. Het komt gewoon dom over als je inhalige investeerders of bestuurders de maat neemt, terwijl je zelf voor liberalisering en privatisering hebt gestemd, of schrikt van waardeloze hbo-diploma's als je zelf schaalvergroting propageerde, of schande spreekt van drugscriminaliteit terwijl een naïeve wietpas is ingevoerd.

Moralisme
Het politieke ambt vergt afstand van moralisme. Extreme beteugeling van graaien door niets meer te gunnen, slaat nergens op, want leidt tot onvrede en ontduikingsgedrag van rijken, en extreme liberalisering van economisch handelen leidt tot grove ongelijkheid en ontbinding van solidariteit. Het is hebzucht noch luiheid die de samenleving naar filistijnen helpen, maar het waanidee dat een van beide eigenschappen uit de wereld geholpen zou moeten worden. Politici moeten niet meehuilen met de wolven in het bos maar bedenken hoe institutionele maatregelen menselijke zwakheden in toom kunnen houden. Morele ongeremdheid leidt tot bestuurlijke stomheid.

Gerard Drosterij is politicoloog.