Sywert van Lienden, (mede)oprichter van de politieke beweging G500.
Sywert van Lienden, (mede)oprichter van de politieke beweging G500. ┬ę anp

'Netwerkpolitiek? Actieve burgerparticipatie is geen bezigheid van de rest van het volk'

Politiek actieve burgers lobbyen voor een netwerkdemocratie. Zij vergeten alleen dat zij de enigen zijn die van deze vernieuwde democratie profiteren, stelt Chris Aalberts. G500 is een typisch voorbeeld. 'De leden van G500 zijn de burgers die in een netwerkdemocratie het hoogste woord zouden voeren.'

 
Dat ouderwetse stelsel van volksvertegenwoordigers is al met al zo gek nog niet.

Via internet kunnen burgers en politici makkelijker dan ooit met elkaar het gesprek aangaan, via internet kunnen politici gemakkelijk een eigen achterban opbouwen en burgers kunnen via internet makkelijker medestanders vinden voor hun standpunten en acties op touw zetten. Het lijkt erop dat internet grote effecten heeft op de politiek.

Maar wie langer kijkt naar deze ontwikkelingen, ziet dat de effecten van internet sterk worden overdreven. Sommige politici houden een Twitter-spreekuur, maar verder is online interactie tussen burgers en politici beperkt. De meeste politici die in de Tweede Kamer zitten, hebben geen grote eigen achterban, al hadden ze die via sociale media wel kunnen opbouwen. Burgers kunnen zich in theorie makkelijk via internet organiseren en online protesteren, maar de ervaring leert dat het aantal voorbeelden hiervan minimaal is.

Er zit veel continuïteit in het politieke systeem, en internet heeft weinig fundamentele veranderingen veroorzaakt. Men zou dit kunnen opvatten als een teken dat de Nederlandse democratie naar tevredenheid functioneert en dat er niets hoeft te veranderen. Als er immers massale ontevredenheid onder burgers was geweest, had deze juist via internet naar boven kunnen komen. Maar deze bleef uit.

Toch maken sommige ambtenaren, journalisten, wetenschappers en politici zich zorgen. Zo wijst Davied van Berlo op Volkskrant.nl op lage aantallen partijleden en de teloorgang van politieke partijen op zich. Niemand zal het met hem oneens zijn dat er weinig burgers lid worden van partijen, maar de vraag is of dit duidt op een crisis in de representatieve democratie. In het verleden lagen ledenaantallen hoger, maar partijlidmaatschap is in Nederland nooit een massaal fenomeen geweest.

Wat gebeurt er als we te optimistische verwachtingen over internet combineren met de observatie dat politieke partijen weinig leden hebben? Dit leidt tot modieuze visies over hoe de democratie door internet kan vernieuwen en verbeteren. Dit heet dan: 'de netwerksamenleving vraagt om een netwerkdemocratie'. Niemand weet precies wat er met deze 'democratie 2.0' wordt bedoeld, maar de suggestie is dat internet kan helpen burgers meer te laten participeren en zo een betere democratie te bouwen.

Het is niet alleen onhelder wat voor democratie dit is, het is ook onhelder welk probleem een netwerkdemocratie oplost. Een ding is namelijk zeker: actieve burgerparticipatie is een activiteit van het type burgers die pleiten voor een netwerkdemocratie, maar zeker geen bezigheid van de rest van de bevolking. Het zijn de politiek actieve burgers die nu partijlid zijn, die graag meer online mogelijkheden krijgen om hun stem te laten horen en invloed uit te oefenen. Dit zijn de burgers die al betrokken waren en waarbij dus geen kloof overbrugd hoeft te worden.

G500 is een typisch voorbeeld. Dit is geen beweging van laag opgeleide jongeren die afgehaakt en wantrouwend zijn, maar een club van hoog opgeleide jongeren die sowieso een grote kans maken om politiek actief te worden binnen politieke partijen. De leden van G500 zijn de burgers die in een netwerkdemocratie het hoogste woord zouden voeren. En wat blijkt? Dit zijn ook jongeren die volstrekt niet representatief zijn voor de rest van de bevolking. Maar zij vinden het wel heel 'democratisch' als er goed naar hen wordt geluisterd. Zij schamen zich niet eens dat zij de meerderheid van de bevolking overschreeuwen.

Dat ouderwetse stelsel van volksvertegenwoordigers is al met al zo gek nog niet.

Chris Aalberts is docent en onderzoeker politieke communicatie. Hij schreef 'Veel gekwetter, weinig wol' over de inzet van sociale media door overheden, politici en burgers.