Een winkel in Athene, gesloten vanwege de crisis
Een winkel in Athene, gesloten vanwege de crisis © EPA

'Nette opheffing van de eurozone te prefereren boven een langzame implosie'

Als Europa geen volledige politieke unie wil worden, en daar lijkt het op, dan kan zij de eurozone beter opheffen, schrijft Jason Manolopoulos, auteur van een boek over de rol van Griekenland in de schuldencrisis.

Het beleid van de grote politieke partijen in Griekenland is erop gericht in de euro te blijven. Dat is een nobel streven voor de korte termijn, maar het draagt niet bij aan het bereiken van langetermijndoelen. De prioriteit voor Griekenland zou nu moeten liggen bij het herstellen van de productie, niet bij een fixatie op een tijdelijke muntunie.

Muntunies komen en gaan. In de recente geschiedenis heeft Griekenland deel uitgemaakt van een aantal muntunies. In 1865 werd het land lid van de Latijnse muntunie. Daar werd het in 1908 uitgegooid. Voor Griekenland ligt de uitdaging nu in het ontwikkelen van de bedrijfs- en exportsector.
Voor Europa ligt er een veel grotere uitdaging. Het moet de realiteit onder ogen zien dat een muntunie zonder politieke unie gedoemd is te mislukken. Om te overleven heeft een munt een krachtige staat nodig die bereid is maatregelen op te leggen wanneer dat nodig is.

Die les kunnen we leren van de munteenheden die (lang) wisten te overleven, zoals het Britse pond, de Amerikaanse dollar en de Reichsmark van het Verenigde Duitsland. In de 19de eeuw waren er 39 Duitse staten, elk met hun eigen munteenheid. Nadat Bismarck in 1871 de Duitse vereniging voltooide, richtte hij in 1875 de Reichsbank op. Vanaf dat moment was de nieuwe Reichsmark het enige wettige betaalmiddel voor de Duitsers. Feitelijk overleefde die munteenheid twee wereldoorlogen alvorens de Duitsers de Mark in 1999 inwisselden voor de euro.

Daarnaast is er de les van de munteenheden die het niet hebben gered, zoals de Scandinavische muntunie en de Latijnse muntunie, beide aan het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw.

Discipline en leiderschap
Muntunies redden het alleen als er ook een politieke unie is, zoals in de VS en het verenigde Duitsland. Er is heel wat discipline en leiderschap voor nodig om een gemeenschappelijke munt te laten overleven. Die redt het niet als de lidstaten te veel geld aanmaken (wat leidt tot geldontwaarding), of een gebrekkige begrotingsdiscipline tonen (waarbij lidstaten hopen dat zij gered zullen worden door andere lidstaten).

Wil een muntunie overleven, dan moet één overheersend land de drijvende kracht achter die unie worden. Dat land moet bereid zijn om zijn gezag te laten gelden. Het moet zich mengen in de economieën van de andere lidstaten.

Vergeleken met eerdere muntunies heeft de eurozone eigenschappen van zowel geslaagde als mislukte muntunies. Economen van de EU wijzen erop dat de euro, in tegenstelling tot de Latijnse muntunie, wel een centrale bank heeft, gecentraliseerde muntaanmaak, regels voor begrotingsdiscipline en geen formele exitprocedure.

Technisch gezien klopt die constatering, maar de EU-regels worden niet consequent gehandhaafd. Begrotingslimieten worden overschreden, en het taboe op vertrek werd vorig jaar doorbroken toen Duitsland en Frankrijk dreigden om Griekenland uit de eurozone te zetten.

Kijk je naar de historie van muntunies die het niet hebben gehaald, dan zie je enorm veel overeenkomsten met de eurozone: gebrek aan begrotingsdiscipline, een zwak centraal gezag, de verwachting dat landen eruit zullen stappen.

Reischsmark of Latijnse muntunie
De verdedigers van de euro kunnen niet tegelijkertijd pleiten voor een volledige monetaire en politieke unie én claimen dat die unie al bestaat. Vroeg of laat zal men moeten kiezen of de eurozone de weg opgaat van de Reichsmark, of die van de Latijnse muntunie.

De Long Term Refinancing Operation (LTRO) van de Europese Centrale Bank - een beleid dat banken in staat stelt goedkoop geld te lenen van de ECB - is slechts een tijdelijke maatregel om liquiditeit te genereren. Het heeft een schijnstabiliteit gecreëerd. En dit leidt ertoe dat de eurozone de nu noodzakelijke strategische beslissing voor zich uit blijft schuiven.

Die strategische keuze is een politieke. Is er een leider met het gewicht van Bismarck of Abraham Lincoln die de Europese eenwording kan begeleiden? Is Duitsland bereid de noodzakelijke, krachtige leidersrol op zich te nemen? En is er genoeg steun van de kiezers voor een politieke unie?

Op dit moment is het antwoord op die vragen: nee. De steun voor politieke eenwording is eerder aan het afkalven dan aan het groeien. In de landen aan de rand van de EU is er protest en onenigheid omdat de werkloosheid er toeneemt. In de landen waar het beter gaat, is er verzet tegen de financiële reddingsoperaties voor de zwakkere lidstaten.

Het is onzeker of het EU-verdrag omtrent begrotingsdiscipline zal worden geratificeerd. Populistische partijen, van zowel nationalistisch rechtse en radicaal-linkse signatuur, zijn in opkomst. De twee belangrijkste redenen voor de Europese eenwording waren: onderlinge solidariteit om nieuwe wereldoorlogen te voorkomen, plus een betere bescherming tegen de Sovjet-Unie. Die dreigingen zijn verdwenen.

Duitsland
De supermacht binnen de eurozone is Duitsland. De Duitse politieke elite is het er bepaald niet over eens of zij een leidersrol binnen Europa op zich wil nemen, zeker gezien de historie. Voorstanders van solidariteit binnen de eurozone hebben er enorme invloed, maar er is ook sprake van een groeiende scepsis. De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble heeft voortdurend kritiek geleverd op de Griekse pogingen tot hervorming. Hij noemde Griekenland eerder dit jaar minachtend een 'bodemloze put'.

Duitsland zal nu wellicht geneigd zijn naar het Oosten te kijken en sterkere banden te sluiten met de groeiende economieën aldaar, met een jongere bevolking. In plaats van eindeloos geld te blijven steken in vergrijzende landen in West- en Zuid-Europa die menen dat zij daar recht op hebben.

We zijn heel ver verwijderd van een 'Verenigde Staten van Europa'. In de VS mogen er dan regionale verschillen zijn, de Amerikaanse vlag staat fier in de hoek van elk klaslokaal. Als je van Florida naar Mississippi reist, of van Seattle naar Little Rock, heb je toch het gevoel dat je in hetzelfde land verkeert. In Europa koesteren we de verschillen, of vergroten we ze zelfs uit. Onze individuele voorkeuren leiden altijd tot uitkomsten die alle kanten op gaan.

Omdat volledige Europese eenwording onwaarschijnlijk lijkt, valt een nette opheffing van de eurozone te prefereren boven een langzame implosie als gevolg van ongelijkheid in handelsbalansen en overheidstekorten. Die langzame implosie is achter de schermen al gaande.

In plaats van de verkeerde strijd te voeren, zouden Griekse politici zich moeten richten op de vraag hoe hun land weer productief kan worden. Ze kunnen de euro niet in hun eentje redden, maar ze kunnen wel meer doen om de Griekse economie uit het slop te trekken. Hervormingen zijn noodzakelijk, in een muntunie en daarbuiten.

Jason Manolopoulos is auteur van Greece's 'Odious' Debt, over de rol van Griekenland in de eurocrisis.
(Vertaling: Herman te Loo)