'Om jongeren echt te helpen moet pensioenleeftijd juist omlaag'
© ANP

'Om jongeren echt te helpen moet pensioenleeftijd juist omlaag'

In de huidige bezuinigingsdiscussie gaat de aandacht uit naar verhoging van de AOW-leeftijd, terwijl de grote werkeloosheid onder jongeren eerder aanleiding geeft tot een verlaging, vindt Rochus van der Weg.

 
Jongere, goedkopere en fysiek fittere werknemers zullen de effectiviteit van het bedrijfsleven verhogen en het kostenniveau omlaag brengen en daarmee het concurrentievermogen nationaal en internationaal verbeteren.

Op dit moment is geen officiële informatie beschikbaar over de uitkomsten van de Catshuisonderhandelingen.  Zeker is dat de AOW ter sprake komt, en met name de verhoging van de AOW-leeftijd. Hoewel de  verhoging in 2020 geen bezuiniging in 2013  gaat opleveren is het door de verschillende posities van de gedoogpartners met betrekking tot de AOW-leeftijd na 2020 ongetwijfeld een onderwerp bij de onderhandelingen.

De verhoging van de AOW-leeftijd naar 66 jaar in 2020, zoals overeengekomen in het pensioenakkoord tussen de sociale partners, is gemotiveerd door het onbetaalbaar worden van het huidige sociale stelsel.  De veranderende demografie van de bevolking, minder jongeren en een toenemend aantal ouderen, zou volgens de regering het huidige AOW beleid niet meer financierbaar maken.

Werkgeversorganisaties zijn ook van mening dat, om de pensioenen betaalbaar te houden, de pensioenleeftijd omhoog moet, gekoppeld aan de AOW-leeftijd. Een ondersteunend argument is dat de ouderen langer lichamelijk gezond zijn en daardoor langer kunnen deelnemen aan het arbeidsproces.  In deze argumentatie wordt onvoldoende aandacht besteed aan de eisen die aan de werknemers worden gesteld en aan de verschuiving in de arbeidsmarkt.

Toegevoegde waarde           
Voor wat betreft de werknemers, met het ouder worden neemt de toegevoegde waarde voor de onderneming af. De aanwezige kennis en ervaring behouden waarde. Hier staat tegenover dat oudere werknemers niet alleen duurder, maar ook minder flexibel zijn. Zo krijgen oudere werknemers in de 24 uur continu-dienst problemen met het onregelmatige slaapritme, wat tot chronische vermoeidheid leidt. 

Tevens neemt met het klimmen der jaren de ICT-affiniteit af evenals het vermogen en de bereidheid om te leren en met de steeds snellere veranderingen om te gaan. Oudere werknemers in fysiek zware beroepen in de land-en tuinbouw en in de bouw worden lichamelijk  kwetsbaar en kunnen zich niet meer meten met hun jongere collega's.  Jongere, goedkopere en fysiek fittere werknemers zullen de effectiviteit van het bedrijfsleven verhogen en het kostenniveau omlaag brengen en daarmee het concurrentievermogen nationaal en internationaal verbeteren.  
           
Met de transformatie in het West-Europese bedrijfsleven van productie naar dienstverlening wijzigt de arbeidsmarkt.  De arbeidsintensieve 'maakindustrie' verdwijnt naar de lage loonlanden. Het Verre Oosten neemt deze productieactiviteiten over, zowel voor consumptie-artikelen, zoals kleding en high-tech apparatuur, als voor kapitaalgoederen zoals schepen en auto's. De productieactiviteiten die achterblijven zijn of van nature arbeidextensief, zoals de petrochemische industrie, of worden door kostbesparingsmaatregelen  arbeidsextensief gemaakt, zoals de havensector.

De dienstverlening kan dit verlies aan arbeidsplaatsen in de productiesector niet compenseren, de meer laagdrempelige dienstverlening van 'callcenters' verschuift al oostwaarts. Alleen een land als Duitsland onttrekt zich, voor wat betreft de productie van kapitaalgoederen, aan deze ontwikkeling. West-Europa en ook Nederland zullen als gevolg hiervan te maken krijgen met een structureel overaanbod van arbeid.

Werkloosheid              
Veel West-Europese landen zullen zich, hoewel niet publiekelijk, gelukkig prijzen met een werkeloosheidspercentage van rond de 10 procent.  Voor jongeren ligt dit percentage echter aanzienlijk hoger. Alleen al in Spanje is 50 procent van de jongeren werkeloos. In Nederland is dit percentage werkeloze jongeren gelukkig veel lager maar  nog steeds 10 procent, het dubbele van de werkeloosheid onder de totale beroepsbevolking .
             
Bij een structureel tekort aan werkgelegenheid, en met een hoge werkeloosheid onder jongeren, moet beleid erop gericht zijn de kans op werk voor de laatste groep te vergroten. Ondernemingen en organisaties zijn namelijk gebaat bij een jong, dynamisch en kosteffectief personeelsbestand. Krampachtig vasthouden van oudere werknemers is onwenselijk. Jongeren worden hierdoor uitgesloten van het arbeidsproces en kunnen zich niet ontwikkelen. De samenleving en ook het bedrijfsleven hebben het enthousiasme en de innovatiekracht van jongeren hard nodig.
             
Vele ouderen kijken reikhalzend uit naar hun pensioen en zullen  enkele procenten verlaging, nodig voor de financiering van de vervroegde pensionering, graag voor lief nemen. In termen van bezuinigingen op sociale voorzieningen maakt het weinig uit of  een 25-jarige een WW-uitkering krijgt of een 65 jarige AOW. Het is dan ook beter om de AOW-leeftijd te verlagen.  

Rochus van der Weg is voormalig headhunter