Screenshot van de Facebookpagina van G500.
Screenshot van de Facebookpagina van G500. © UNKNOWN

'Sywerts G500 dreigt het old boys network van de jeugd te worden'

De bedoelingen van Sywert van Liendens G500 zijn nobel, maar de methode zal uiteindelijk een averechts effect hebben. Want hoe gaat Van Lienden de meningsverschillen binnen zijn eigen beweging het hoofd bieden, vraagt Michiel Hennink zich af.

 
Wie is Sywert om op zo'n manier zijn ideeën op te leggen aan andere politieke partijen?

Op zondag kwam in Buitenhof de beweging G500 aan bod. Het initiatief, geleid door oud-LAKS-voorzitter Sywert van Lienden, moet de Nederlandse politiek opschudden. Met een coup in de drie grote centrumpartijen PvdA, CDA en VVD wil G500 de belangen behartigen van alle Nederlandse jongeren. Het is een verfrissend initiatief met goede intenties. Er bestaat echter een stevig bezwaar tegen het plan: de beweging ontwricht de partijdemocratieën. Jongeren hebben op de lange termijn meer baat bij actieve politieke jongerenorganisaties.

Door met 500 man lid te worden van de drie grote partijen, hoopt G500 op de partijcongressen een doorslaggevende machtsfactor te worden. Zo wil het de uitvoering van tien hervormingsplannen afdwingen. De tien voorstellen zijn zinnig, en op zichzelf klinkt het mooi; de toekomst aan de knoppen!

Maar wat als straks ook 500 moslimfundamentalisten een Moslim500 oprichten? Zou een Dier500 van 500 dierenextremisten ook verwelkomd worden? De truc van G500 leidt tot een onevenredig grote invloed voor een kleine groep mensen. Hoe nobel het motief van G500 ook is, de methode is twijfelachtig.

Lidmaatschap
G500 holt de traditionele betekenis van het partijlidmaatschap uit. Lid van een politieke partij word je omdat je staat voor de idealen van de partij. G500, daarentegen, pleit voor een lidmaatschap om exclusief de belangen van één specifieke groep te verdedigen. Wie is Sywert om op zo'n manier zijn ideeën op te leggen aan andere politieke partijen? Als methodes zoals die van G500 gemeengoed worden, dan verworden politieke partijen tot de speelbal van niet-representatieve minderheden.

Uiteindelijk zal hierdoor de invloed van de burger in de politiek afnemen. Als partijcongressen niet meer de mening van de achterban verwoorden, kun je die als partij immers net zo goed negeren of de mond snoeren. G500 zal zo een vluchtig succes blijken met nadelige gevolgen op de lange termijn. Het democratische gehalte van partijen zal, met kapers op de kust, noodgedwongen beperkt worden.

Old boys network
Bovendien: als je zoals G500 zegt een generatie te vertegenwoordigen, moet je dat ook waarmaken. Er zijn genoeg conservatieven, je hebt socialisten en sinds een paar jaar ook jonge PVV'ers die de islam willen bestrijden. Mogen zij ook meepraten in G500, of wordt dat voorkomen? De beweging zal naar eigen zeggen 'scherp zijn' bij de selectie van de 500 'frisse en verantwoordelijke' leden. De G500 dreigt op die manier het old boys network van de jeugd te worden.

Eenzelfde gebrek aan representativiteit is te zien bij studentenvakbonden zoals de LSVb en het ISO. Toen staatssecretaris Zijlstra aankondigde om het sociaal leenstelsel in te voeren in de masterfase, stonden deze organisaties op hun achterste poten. Dat terwijl de populairste partij onder studenten - D66 - het sociaal leenstelsel al jaren wil invoeren voor de volledige studie.

Weerbarstige conservatieven
Er bestaan betere manieren voor jongeren om invloed uit te oefenen. We zouden bijna vergeten dat er politieke jongerenorganisaties bestaan. Neem daar de boel over! Zo bestond eind jaren '70 het Des Indes-beraad. Dat overleg tussen jonge VVD'ers, D66'ers en PvdA'ers leidde tot de vorming van het eerste paarse kabinet. Toen werden de christelijke partijen uitgesloten - nu kunnen weerbarstige conservatieven buiten spel worden gezet.

Opvallend is dat geen van de initiatiefnemers van G500 openlijk lid is van zo'n politieke jongerenorganisatie. Zijn ze bang om kleur te bekennen of ontwijken ze verantwoordelijkheid? Als alle jongeren die sympathiseren met G500 zich aansluiten bij een politieke jongerenorganisatie, biedt dat veel meer kansen.

Bestuursleden en leden van politieke jongerenorganisaties zijn de Kamerleden en ministers van morgen. Ook op korte termijn is een blok van eensgezinde jongerenpartijen moeilijk te negeren. En als overtuigd lid van een jongerenorganisatie bevind je je wél in een sterke en legitieme positie om op  partijcongressen voor hervormingen te pleiten.

Daarbij bieden politieke jongerenorganisaties veel ruimte voor debat. G500 negeert met haar tien voorstellen de meningsverschillen en verschillende visies onder jongeren. Politieke jongerenorganisaties erkennen deze verschillen juist wel. Die gaan daarover in debat en proberen er zo mogelijk overheen te stappen. Uiteindelijk leidt samenwerking tussen politieke jongerenorganisaties zo tot een duurzamere consensus in de Nederlandse politiek.

Michiel Hennink is student politicologie aan de University of Reading (UK) en werkt bij ProDemos - Huis voor democratie en rechtsstaat.