Voormalig minister voor Ontwikkelingssamenwerking Van Ardenne heeft in 2005 een ontmoeting met de leerlingen van de Babene Santara school in de wijk Korofina in Bamako, Mali.
Voormalig minister voor Ontwikkelingssamenwerking Van Ardenne heeft in 2005 een ontmoeting met de leerlingen van de Babene Santara school in de wijk Korofina in Bamako, Mali. © ANP

'Wij moeten af van het idee dat Afrikanen zielig zijn'

Pas als Afrikanen en westerlingen elkaar behandelen op basis van gelijkwaardigheid komt de dag in zicht dat ontwikkelingshulp in Afrika overbodig wordt. Dat stelt journalist Edith Tulp.

 
Een mevrouw had haar oude kerstkaarten meegenomen om aan de arme negers te geven

De woedende reacties uit met name Noord-Oeganda, waar het vertonen van het Konyfilmpje is gestaakt om niet nog meer schade aan te richten, bewijst maar weer eens hoe slecht het Westen Afrika begrijpt en vice versa. Een beetje cynisch misschien, maar dankzij Kony wordt dit probleem eindelijk eens op de kaart gezet. En dat is hard nodig.

In Afrika houden veel hulporganisaties zich bezig met bewustwordingsprogramma's. Dat is belangrijk, want als je je er bijvoorbeeld niet van bewust bent hoe je aids oploopt heb je meer kans ziek te worden. In Nederland kunnen wij dit soort bewustwordingsprogramma's ook goed gebruiken. Vraag kinderen op een gemiddelde school wat ze van hun Afrikaanse leeftijdgenoten vinden en het spontane antwoord luidt bijna altijd: 'Zielig.' Hun ouders, die gul geven aan Afrika, vinden vaak hetzelfde want anders zouden ze niet geven. En de categorie die tegen ontwikkelingshulp is, vindt Afrikanen een stelletje losers die geen hulp waard zijn.

Zwarte schaap
We geven het liever niet toe, zijn ons er zelfs vaak niet van bewust, maar diep van binnen voelen we ons nog steeds beter dan een Afrikaan. Eigenlijk tellen Afrikanen niet mee. Dat wordt prachtig in beeld gebracht in Kony 2012, waarin herhaaldelijk wordt gezegd dat we dankzij de sociale media nu één grote familie zijn die alles met elkaar deelt. Een nogal wrang gegeven voor de mensen in noordelijk Oeganda en andere delen van Afrika die nog geen toegang hebben tot die happy internet-familie. Ze zijn het zwarte schaap.

Tijdens de lunch op de flexwerkplek waar ik zit, vroeg mijn ontwikkelde en intelligente collega: 'Die negers hier in Nederland, zijn die nu ook solidair met de negers in Afrika?' De vraag hing even in de lucht. 'Ben jij solidair met de blanken dan in Polen?', snibde zijn buurvrouw terug. 'Wat is dat nou voor vraag?', vond mijn collega. 'Er is toch ook zoiets als vrouwensolidariteit, waarom dan niet onder negers?'

In stilte bedacht ik dat ik tegengas moest bieden aan het beladen woord negers, die voor elkaar moeten opkomen omdat ze minder zijn dan blanken, en dat ik dan ook moest uitleggen dat het verschil tussen Surinamers en, laten we zeggen, Oegandezen zo groot is als het verschil tussen Eskimo's en Indianen. Maar je kunt wel aan de gang blijven.

Ooit was ik een blauwe maandag reisleidster voor een Nederlandse touroperator die me een twintigtal landgenoten in een truck meegaf die ik van Namibië via Botswana naar Zimbabwe en weer terug moest loodsen. De meesten hadden nog nooit een voet in Afrika gezet. Ik herinner me de mevrouw die haar oude kerstkaarten had meegenomen om aan de arme negers te geven. Of die daar op zaten te wachten, vroeg ze zich niet af. Haar intentie was goed, haar handelen respectloos.

Kerstkaarten
Op de vier reizen die ik deed, stopten we altijd in een stadje in Namibië om naar de supermarkt te gaan. Terwijl ik boodschappenkarretjes vulde, waren de vakantiegangers druk doende om de toegestroomde kinderen te voorzien van pennen, ballonnen, snoepjes en waarschijnlijk ook kerstkaarten. Op een gegeven moment kreeg ik een klacht van de nabij gelegen school dat de kinderen van school wegbleven als wij er waren. De volgende groep verzocht ik de kinderen niets te geven, maar daar hadden ze geen oren naar. Ze wilden geven.

Geven voelt beter dan ontvangen, geven geeft macht. Je bent meer waard dan de bedelaar aan wie je geeft. Dat voelt goed en het voelt nog beter als de bedelaar dankbaarheid toont. Onze Europese voorouders kregen in ruil voor de kraaltjes en spiegeltjes die ze gaven, land (als ze dat al niet innamen), wij, anno 2012, krijgen er een goed gevoel, handelsvoordelen en grondstoffen voor cadeau.

Wandelende geldautomaten
Een beetje Afrikaan begrijpt heel goed dat wij willen geven. Als ze ons aan zien komen, strekken ze de hand al uit: 'give me money' roepen ze dan, of zelfs: 'give me my money'. Ze zien ons als wandelende geldautomaten uit wie het makkelijk tappen is. Is dat hun schuld? Nee. Wij zijn er geweldig goed in geslaagd van Afrikanen bedelaars te maken. Hele regimes zijn er op gebouwd. We bouwen schooltjes en weeshuisjes, brengen ze zakken vol kleding en knuffelen ze dood. We helpen tegen de klippen op, want we zien foto's van arme kindjes met hongerbuiken en graag nog een vlieg op de wang, gevolgd door foto's van kindjes die lachen omdat ze door ons worden geholpen (maar je kunt nog wel zien dat ze best mager zijn).

We horen alleen maar over oorlog en ellende in Afrika en niemand weet dat in de meeste delen van Afrika geen oorlog is. Iedereen praat maar over Afrika alsof het een land is, terwijl het uit 54 landen bestaat en het na Azië het grootste continent op deze aardbol is.
Het is hulporganisaties niet aan te rekenen dat ze het beeld van de zielige Afrikaan in stand houden. Het is een kwestie van vraag en aanbod. Het treurige aspect hieraan is dat er wel degelijk ontwikkelingsorganisaties zijn die Afrikanen serieus nemen, gelijkwaardigheid en respect hoog in het vaandel hebben staan en ze het steuntje in de rug geven dat ze hard nodig hebben. Er gebeuren werkelijk goede dingen, denk bijvoorbeeld aan de microkredieten-programma's, die als ze goed worden uitgevoerd mensen daadwerkelijk helpen. Maar naar buiten toe blijven ze het beeld van de zielige kinderen met hongerbuikjes propageren, uit angst dat mensen anders niet meer geven.

Ik ben niet tegen ontwikkelingshulp. Ik ben tenslotte zelf medeoprichter van een organisatie. Wij, FairPen Foundation, zien het als ons doel een mentaliteitsverandering onder Afrikanen op gang te brengen, te beginnen bij kinderen en jongeren. We willen ze het zelfvertrouwen en het gevoel van eigenwaarde geven dat nodig is om iets van hun leven te maken. In plaats van dat ze hun hand ophouden, willen we dat ze de touwtjes in handen nemen. Ze moeten af van dat afhankelijkheidssyndroom.

Maar ook in Nederland moet de mentaliteit veranderen. We moeten af van het idee, dat blijkbaar diep zit, dat Afrikanen zielig en hulpbehoevend zijn. Die knop moet radicaal om, te beginnen bij kinderen en jongeren. Wij moeten anders over Afrikanen gaan denken en Afrikanen anders over ons. Pas als wij elkaar serieus nemen en elkaar behandelen op een basis van gelijkwaardigheid en respect, komt misschien de dag in zicht dat ontwikkelingshulp in Afrika overbodig wordt. Tijd dus voor een nieuwe aanpak, een frisse breed gedragen bewustwordingscampagne - in beeld en tekst - die recht doet aan Afrikanen en onszelf.

Edith Tulp is freelancejournalist en medeoprichter van FairPen Foundation.