Een beschadigd beeld van oud-president Mubarak in Egypte.
Een beschadigd beeld van oud-president Mubarak in Egypte. © AP

'Naïeve westen hielp politieke islam in het zadel'

Het Westen heeft met het verjagen van dictators als Mubarak ook de weg vrijgemaakt voor de politieke islam om de macht over te nemen. Met dank aan mensen als Midden-Oostendeskundige Bertus Hendriks, die de Moslimbroederschap te positief heeft afgeschilderd. Dat betoogt student Timon Dias.

De stemmen van de Egyptische parlementsverkiezingen zijn geteld, en driekwart van de zetels gaan naar islamitische partijen. Hiermee is in de regio een nieuw tijdperk aangebroken, maar ondanks de westerse steun aan de revoluties zijn de aanstaande machthebbers beslist niet westers gezind.

De Moslimbroederschap en de Salafisten in Egypte hanteren een ideologie die expliciet anti-westers is. Zo is in islamistische kringen We shall conquer Rome een breed onderschreven spreuk. Het betreft hier niet zozeer een gewapende verovering, maar een verovering middels zending en propaganda, ook bekend als dawa.

Dit is geen loos gezegde, maar een intentie die door de Moslimbroederschap gedetailleerd is uitgewerkt in wat in contraterrorisme kringen bekend staat als The Project. Dat is een document dat in november 2001 door de Zwitserse autoriteiten is ontdekt tijdens een inval. Het bevat een langetermijn strategie met 12 strategische punten voor de 'culturele invasie' van het Westen.

Maar ondanks de intens anti-westerse houding van de Moslimbroederschap is het in feite het Westen, dat door Mubarak te laten vallen, de weg vrij heeft gemaakt voor deze partijen.

Dilemma
Bij de aanvang van de Arabische revoluties had de gehele westerse wereld zich dan ook met een verschrikkelijk dilemma geconfronteerd moeten zien. Het Westen moest namelijk kiezen tussen twee kwaden. Het ene kwaad betrof het vrij spel geven aan gewelddadige dictators die hun bevolking onderdrukken, verminken en vermoorden. Het andere kwaad zou zich voltrekken als het Westen zich tegen de dictators zou keren, omdat het hiermee de weg vrij zou maken voor stromingen die een vorm van politieke islam hanteren.

Dit dilemma werd evenwel nooit genoemd door politici; het dilemma werd niet eens ervaren. Hoe kwam dit?
Het is niet zo dat de signalen van de op handen zijnde overwinning van islamisten niet zichtbaar waren. Een oppervlakkige beschouwing van de politieke ontwikkeling in Egypte vanaf de jaren '30 maakt al duidelijk dat de Moslimbroederschap inmiddels is doorgedrongen tot bijna elk domein van het Egyptische openbare leven. Waar in de jaren vijftig vrijwel geen enkele studente een hoofddoek droeg, droegen vanaf de millenniumwisseling vrijwel alle studentes een hoofddoek. Dit is een direct resultaat geweest van de inspanningen van de Moslimbroederschap. Vanaf hun oprichting hebben zij talloze liefdadigheids- en ontwikkelingsprogramma's opgezet. Dit waren uitgebreide projecten die de (arme) bevolking voorzagen van onderwijs, gezondheidszorg en levensmiddelen. De hulpverlening was echter tegelijk een voertuig voor de islamisering van Egypte. En dit heeft bijzonder goed gewerkt.

Dit islamitisch activisme had als gevolg dat de Moslimbroederschap over een zeer wijdverbreid netwerk en een hoge organisatiegraad is gaan beschikken. Geen enkele politieke stroming in de islamitische wereld kan tippen aan de organisatiegraad en financiële mogelijkheden van deze islamisten. Het is dan ook precies dit gegeven dat kenners van de
regio overtuigden van een islamistische overwinning, in een post-dictatoriale periode.

Nederlandse politici, met progressieven als PvdA'er Frans Timmermans voorop, weigerden evenwel in te zien dat islamisten de verkiezingen zouden winnen, of de implicaties hiervan te onderkennen. Op 20 december 2011 nog stelde Timmermans in een artikel: 'Altijd is er wel een excuus en steeds wordt de mantra herhaald dat 'Israël de enige democratie is in het Midden-Oosten'. Dat is absoluut waar, althans vooralsnog, want er dienen zich hopelijk meer democratieën aan in de komende jaren.'

Naïef
Het geloof in het ontstaan van een democratie is zeer naïef. De Moslimbroederschap toont nu interesse in democratie, omdat dit hun legitieme weg naar de macht is. Zodra deze macht geconsolideerd is, zal hun liefde voor democratie spoedig doven.

Er waren ook genoeg politici die volhielden dat met name de Moslimbroederschap gematigd islamistisch was. Dit zou in hun ogen impliceren dat het een gewone democratische partij was, met wat religieuze trekjes. Net zoals de Nederlandse confessionele partijen. Dit is het gedachtegoed dat het Witte Huis onder Obama hanteert. Maar is een stroming werkelijk gematigd als zij een democratie niet middels een gewapende strijd, maar langs de democratische weg ongedaan willen maken? Is een politieke stroming gematigd als hun einddoel niet wezenlijk verschilt van gewelddadig islamitische stromingen?

De moslimbroederschap streeft naar een islamitische staat, gebaseerd op de sharia. In een dergelijke theocratie is geen plek voor democratie, laat staan voor tolerantie. De onverdraagzaamheid jegens de Kopten heeft zich al meerdere malen getoond; en de Jodenhaat lijkt op te bloeien. Het enige werkelijke verschil dat zich zal manifesteren na de revoluties, is dat een seculiere politiestaat transformeert in een theocratische politiestaat. De liberale Egyptenaren, die er absoluut zijn, verkeren in een weinig benijdbare situatie.

Spiritueel leider
Maar waar kwam de onwetendheid aan de zijde van westerse politici vandaan? Op een paar uitzonderingen na, is politiek een functie van de publieke opinie. Politici willen keuzes maken die goed vallen bij hun electoraat. Welke keuzes goed vallen, wordt grotendeels bepaald door de publieke opinie. En het is precies deze publieke opinie geweest, die door de publieke omroep overgeleverd werd aan de genade van geleerden als Bertus Hendriks. De oud-voorzitter van het Nederlands Palestina Komitee, is erg bedreven gebleken in het salonfähig maken van een politieke stroming die dat beslist niet verdient. Het was dan ook Hendriks die, al ware hij de spiritueel leider van de Moslimbroederschap Yusuf al-Qaradawi zelf, de boodschap van vrede en tolerantie van de Broederschap de wereld in hielp. Hoe moest argeloos Nederland nu weten dat de Moslimbroederschap een antidemocratische fundamentalistische organisatie was, wanneer geleerden als Hendriks op prime time televisie het tegenovergestelde beweren?

Het meest gehanteerde argument van Hendriks is het wijzen op interne diversiteit van de Broederschap. Maar het lijkt er op dat deze diversiteit zich op zijn best pas zal manifesteren als de islamisten de absolute macht hebben, want dat is een ondeelbaar doel van hun politieke stroming. En dan zijn de cosmetische interne meningsverschillen eigenlijk niet meer van belang. Ondertussen is de lijfspreuk van de Moslimbroederschap nog steeds: Allah is our objective. The Prophet is our leader. Qur'an is our law. Jihad is our way. Dying in the way of Allah is our highest hope. Tevens speelt mee dat Hendriks de Moslimbroederschap positiever taxeert dan de werkelijkheid rechtvaardigt, omdat zij hun weerzin jegens Israël gemeen hebben.

Ook stelt Hendriks dat Egypte waarschijnlijk eerder het Turkse dan het Iraanse politieke model zal volgen. Dit zou positief moeten klinken, maar Hendriks verzuimt aan te halen dat er in het Turkije onder islamistisch bewind meer journalisten gevangen zitten dan waar dan ook.

De Arabische revoluties had het Westen moeten confronteren met een haast onmogelijke vraag: moeten wij afzien van het bevorderen van democratie in Noord -Afrika, als wij weten dat dit vijandige staten oplevert in onze achtertuin? Er zal geen politicus zijn die deze vraagt durft te beantwoorden. Wellicht is dat ook een reden dat het dilemma niet (openlijk) ervaren werd.

Ook een te weinig genoemde, maar zeer significante kanttekening is dat de tot nu toe gevallen dictators, Ben Ali en Mubarak niet verwikkeld waren in een culturele dan wel terroristische strijd tegen de westerse beschaving. Had het Westen zich inderdaad moeten schamen als het had gekozen voor de minste van twee kwaden, namelijk: een seculiere dictator die geen culturele strijd tegen de westerse beschaving voert? Is het werkelijk een schande als het Westen had gekozen voor een voorspelbare, seculiere en westers gezinde dictatuur, in plaats van voor een vijandige, theocratische en anti-westerse dictatuur?

Onvermogen
Tijdens een diner in 1952, na het toetreden van Turkije tot de NAVO, werd een Turkse generaal gevraagd hoe zich voelde over zijn nieuwe Amerikaanse bondgenoot. De generaal zei: 'The problem with having the Americans as your allies is you never know when they'll turn round and stab themselves in the back.' Het afserveren van Mubarak en gedogen van de Moslimbroederschap door Amerika, illustreert dat hij een valide punt had.

Tijdens de Arabische revoluties heeft het Westen misschien één voordeel weten te behalen: in de toekomst mag het Westen zijn onvermogen om gebeurtenissen in deze regio te voorspellen, maskeren als de boodschap dat zij mensenrechten bovengeschikt achtten aan hun eigenbelang. Bravo.

Een klein  lichtpuntje is wellicht dat de Arabische revoluties toch een hoopvolle cyclus in gang hebben gezet. In Iran werd in 1979 een seculiere dictator afgezet. Deze revolutie leidde tot een theocratie onder het regime van de Ayatollahs. Sinds 2009 keerde de Iraanse bevolking zich (openlijk) tegen het theocratische regime en eiste vrijheid en eerlijke verkiezingen. Het Iraanse volk heeft zich ontdaan van een seculiere dictator en wil zich nu ontdoen van een theocratische dictatuur. Wat rest er na geleden te hebben onder beide vormen van dictatuur? Wellicht iets dat werkelijk op vrijheid en democratie lijkt.

Het is niet ondenkbaar dat deze cyclus zich ook zal herhalen in de Arabische wereld. Misschien dat er zich in de Arabische wereld over 30 jaar een revolutie voltrekt die met recht een Arabische lente genoemd kan worden, namelijk gericht tegen de dan heersende theocraten. Op dat moment zullen ook de Arabieren hebben geleden onder zowel een seculier als een theocratisch dictatuur, wellicht resteert dan de vrijheid. 

Timon Dias is student psychologie en islamologie aan de Universiteit Leiden en auteur op www.huisvanafgevaardigden.nl.