VVD-kamerlid Ton Elias.
VVD-kamerlid Ton Elias. © UNKNOWN

'Leraren zijn minachting politici beu, en ze hebben groot gelijk'

Leraren zijn niet boos over het salaris, maar over het dedain van politici als Ton Elias en over de visieloosheid van de minister, schrijft rector Gerard Olthof.

De havenarbeiders in Rotterdam werken structureel over. Er zijn bovendien jaarlijks drie piekmomenten. De havenbaronnen hebben de oplossing: we verminderen het overwerk door het inleveren van vakantie- en feestdagen... Wat er dan gebeurt is eenvoudig te voorspellen: boze havenarbeiders blokkeren de Nieuwe Waterweg, de Rotterdamse haven wordt onbereikbaar, voor Nederland dreigt enorme economische schade.

Zo zien onze leraren het Wetsvoorstel op de Onderwijstijd van minister Van Bijsterveldt en ze hebben groot gelijk. De boosheid van de leraren gaat niet over het salaris. Leraren snappen dat voor salarisverhogingen geen ruimte is. De boosheid gaat over de minachting van landelijke politici voor onze leraren. Ze richt zich tegen onbenullen als Ton Elias van de VVD, die schaamteloos beweert dat 30 procent van de leraren niet voldoet, een uitspraak gedaan als hij pas drie weken de onderwijswoordvoerder is. Ton Elias, die wegkomt met de uitspraak dat 50 procent van de leerlingen de Citotoets niet haalt. En er is niemand die zegt dat dat verreweg de domste uitspraak is in 25 jaar onderwijsgeschiedenis, immers: je kunt de Citotoets niet halen, je kunt die toets overigens ook niet niet halen.

Boos zijn leraren op het Kamerlid Harm Beertema van de PVV, die meent dat alle problemen verdwijnen als leraren niet meer worden getutoyeerd. Die gisteren in de Volkskrant nog beweerde dat leraren niet geïnteresseerd zijn in de onderwijsinhoud, maar liever over hun salaris zitten te mokken in de lerarenkamer. En die en passant de echte schuldigen aan alle ellende aanwijst: de onderwijsbestuurders. Die zitten het geld op te maken in riante panden en tijdens studiereizen in verre en tropische oorden.

Verontwaardigd zijn docenten over een minister die meent dat alles meetbaar is en afgerekend moet worden. Die prestatiebeloning wil, wat aantoonbaar niet werkt. Die niet kijkt naar de topprestaties die leraren voortdurend leveren, met de grootste klassen en de meeste wekelijkse lessen van heel Europa.

Boos zijn ze op de minister die leraren 3 tot 4 procent extra wil laten werken en die dat verkoopt als werkdrukvermindering.
De leraren horen haar blijmoedige verhaal dat er extra in het voortgezet onderwijs wordt geïnvesteerd. Ze doorzien dat ze daarbij niet vertelt dat het grootste deel daarvan opgaat aan gratis schoolboeken. Schoolboeken gratis verstrekken heeft niets te maken met onderwijsinvesteringen: het is een verstopte belastingmaatregel die inkomens vanaf modaal ontziet.

Ze zijn boos omdat bezuinigingen steeds worden gepresenteerd als kwaliteitsverbeteringen, omdat scholen gereduceerd dreigen te worden tot louter taal- en rekeninstituten. Ze zien een minister die de prestatiebox gaat invoeren, waarbij ze trots vertelt dat er in 2012 110 miljoen (1,2 procent) extra naar het voortgezet onderwijs gaat. Maar die verzwijgt dat de scholen jaarlijks aantoonbaar 3 tot 4 procent tekortkomen, waardoor twee van de drie schoolbesturen verliezen lijden, noodzakelijke reserves verdampen, er ontslagen vallen en hier en daar al faillissementen op de loer liggen.

Ergernis is er over mevrouw Van Bijsterveldt die voortdurend zegt dat zij gaat over het wat en de scholen - met al hun expertise - over het hoe. Waarom, zo vragen leraren zich af, houdt de minister zich daar dan niet aan? Waarom wil zij ook steeds het hoe bepalen als het haar uitkomt, bijvoorbeeld door voor te schrijven dat maximaal zes dagen mag worden besteed aan het opstarten en het afronden van het schooljaar - een absolute onmogelijkheid voor een grote school. Waarom laat zij het hoe juist wél aan de scholen over als iets onuitvoerbaar is (bijvoorbeeld veertig uren extra, zonder extra financiering).

Waarom benadrukt zij steeds dat er van de 1040 uur onderwijstijd zestig bestemd zijn voor maatwerk? Denkt zij dat maatwerk, vaak individueel of in kleine groepen, gratis is? En hoe moet dat straks als het Passend Onderwijs wordt ingevoerd?

En terwijl tienduizenden leraren zich opmaken voor een staking - de eerste grote landelijke staking sinds 1982 - zegt de minister dat ze het niet snapt: zij lost toch juist alle problemen op? Op geen enkele manier ondersteunt ze de leraren of beschermt ze de leraren tegen de publieke opinie, die vindt dat leraren niet moeten zeuren over het inleveren van enkele vakantiedagen.

Leraren hebben plezier in hun vak en hun leerlingen. Elk fatsoenlijk onderzoek toont dat aan; elke rector ziet dat. Leraren werken structureel over. In vakanties worden werkstukken en opdrachten nagekeken, wordt de nieuwe lesmethode voorbereid. In de laatste vakantieweek komen veel leraren naar school, om het nieuwe jaar met vakgenoten voor te bereiden.

Juist in deze tijd van lerarentekorten, van steeds meer maatschappelijke opdrachten voor het onderwijs, willen leraren een minister die hen steunt. Zij hebben recht op een minister die een langetermijnvisie ontwikkelt en uitlegt. Zij willen geen minister die zich, na twee jaar overleggen over de onderwijstijd en het bereiken van een akkoord, door Kamerlid Beertema laat verleiden tot een onmogelijk amendement. Zij willen geen minister met een visie die niet verder lijkt te gaan dan die van een akela op het naderende zomerkamp van de juniorscouts. Zij willen gehoord worden en serieus worden genomen. En ze hebben groot gelijk.

Gerard Olthof is rector van het Mencia de Mendoza Lyceum in Breda en onderwijsbestuurder.