De Turkse president Abdullah Gul en premier Tayyip Erdogan bij de begrafenis van de vroegere Turks-Cypriotische leider Rauf Denktash, 17 januari.
De Turkse president Abdullah Gul en premier Tayyip Erdogan bij de begrafenis van de vroegere Turks-Cypriotische leider Rauf Denktash, 17 januari. © EPA

'Turkije, van militaire staat naar politiestaat'

Turkije is van een seculiere, door militairen onder controle gehouden staat, veranderd in een islamistische staat waarin de politie oppermachtig is, aldus schrijfster Betsy Udink.

Generaal Ilker Basbug, anderhalf jaar geleden nog chef van de Turkse generale staf en hoofd van het op een na grootste leger binnen de NAVO, is gearresteerd op beschuldiging van 'het oprichten en leiden van een gewapende, terroristische organisatie' en 'het aanzetten tot het omverwerpen van de regering van de Turkse Republiek, dan wel het die regering onmogelijk maken haar taken uit te voeren'. Eerder al waren honderden andere hoge officieren in dezelfde zaak, die in Turkije wordt aangeduid met de naam Ergenekon, gearresteerd. In totaal zit 10 procent van alle dienstdoende Turkse generaals in voorarrest. In de week voor de arrestatie van Basbug eiste de openbare aanklager levenslange gevangenisstraf voor de nu hoogbejaarde leiders van de militaire coup van 1980.

Het is mooi nieuws: Turkse militairen, zelfs de allerhoogste, staan niet langer boven de wet. Van links tot conservatief religieus, staan Turken te juichen: eindelijk een einde aan de derin devlet, de 'diepe staat', de duistere nationalistische en fel seculiere krachten uit leger en gendarmerie. Die beheerde met geweld en onderdrukking het gedachtengoed van de stichter van de Turkse republiek, Kemal Atatürk. 'Het uitvoeren of plannen van een coup is voortaan strafbaar', jubelde een columnist in het dagblad Zaman. En een columnist in het dagblad Sabah: 'De tijd van de angst voor de militairen ligt nu achter ons.'

De vraag is of er zoveel reden tot blijdschap is, of er werkelijk 'een volwassen democratie' in Turkije is gekomen, zoals een andere columnist optimistisch schreef. Het lijkt er meer op dat militaire onderdrukking heeft plaatsgemaakt voor politie onderdrukking.

Postmoderne coup
De militairen hebben altijd een dictatoriaal stempel gedrukt op de Turkse politiek en samenleving. De zware soldatenlaars was immer in beweging om een trap uit te delen of te vermorzelen. Er waren miltaire coups d'état in 1960, 1971 en 1980. In 1997 stelden de generaals de gekozen regering van Necmettin Erbakan een ultimatum: hij moest het islamiseren van de samenleving stoppen. Een postmoderne coup wordt deze laatste interventie in Turkije genoemd. Erbakans regering kwam ten val.

Een deel van zijn aanhangers, onder wie de huidige premier Recep Tayyip Erdogan en president Abdullah Gül, trok zijn lessen uit die postmoderne coup en richtte de AKP op, de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling. Zij presenteerden zich als een islamitisch-democratische partij. We zijn niet anders dan de christen-democratische partijen in West-Europa, zeiden ze. We zijn verdraagzaam. We willen lid worden van de EU, we horen bij Europa en zijn voor een liberale democratie waarin iedereen vrij is zich te kleden zoals hij wil en vrij is zijn mening te geven. De hoofddoek - de türban -werd niet meer als religieus symbool gepromoot maar als een zaak van individuele vrijheid.

In 2002 won de AKP de verkiezingen; in de zomer van 2011 werd Erdogan voor de derde keer premier. Maar of hij zijn werk even energiek kan volhouden, is de vraag. Hij is in november vorig jaar geopereerd en daarna een paar weken uit de running geweest. Zijn kiezers is niet verteld wat hem mankeert, maar naar verluidt lijdt hij aan darmkanker.

De militairen hebben in de tien jaar waarin de AKP aan de macht is herhaaldelijk van hun ongenoegen blijk gegeven in toespraken en op de website van de Generale Staf en door openlijk de aanwezigheid van de gekozen premier en ministers te negeren.

Toen de hoogste openbare aanklager van Turkije het Constitutionele Hof vroeg de AKP te verbieden en eerste minister Erdogan van de politiek uit te sluiten, werd de zogenaamde Ergenekon Bende ontdekt. Het resulteerde in het uithollen van de macht van de militairen met juridische middelen.

Bizarre bedgenoten
Ergenekon zou een samenzwering zijn van aartsnationalisten en fanatieke Atatürkisten om de AKP-regering omver te werpen. Een veelkoppig monster met zulke uiteenlopende partijen als de Generale Staf van de Turkse strijdkrachten, de Koerdische guerillabeweging PKK, het Turkse Arbeiders en Boeren Bevrijdingsleger, de islamistische Turkse Hizbullah, en het eveneens islamistische Groot Oosters Strijders Front en de ultra-nationalistische Turkse Wraak Brigades. Bizarre bedgenoten. Het eist veel van het voorstellingsvermogen om te geloven dat Koerdische rebellen en Turkse commando's die al jaren oorlog tegen elkaar voeren in Zuid-Oost Turkije - waarbij meer dan 35 duizend doden zijn gevallen - de handen ineen hebben geslagen om de democratische gekozen regering te ondermijnen. De Ergenekon-zaak is zo'n warboel dat aannemelijke beschuldigingen niet vallen te ontwarren van absurde aanklachten.

Wat iedereen altijd wist, is dat de militairen verantwoordelijk zijn voor de ontelbare vermoorde of vermiste Turkse en Koerdische tegenstanders van de Atatürkistische staat. Ze hebben gemarteld, ze hebben journalisten en schrijvers monddood gemaakt. Ze creëerden een sfeer van angst en onderdrukking. Wat ook duidelijk is, omdat het zich in de openbaarheid afspeelde, is het schofferen door de generale staf - Basbug en de twee generaals die hem voorgingen - van premier Erdogan en Abdullah Gül, toen de laatste nog minister van Buitenlandse Zaken was en later als president.

Dat was voor heel Turkije zichtbaar. Bijvoorbeeld op de receptie van de toenmalige streng seculiere president Ahmet Necdet Sezer ter gelegenheid van de Dag van de Republiek. Alle media, de hoge bureaucraten en militairen kwamen elk jaar op die avond naar het presidentieel paleis, de mannen meest in smoking, de vrouwen in het lang of in cocktailjurk. Veel blote schouders. De genodigden stonden in de rij om de president en zijn vrouw de hand te schudden. Zo niet de hoge militairen, die mochten door een speciale ingang naar binnen en liepen rechtstreeks naar de president. De gekozen premier van het land, Erdogan, minister van buitenlandse zaken Abdullah Gül, de man die later president Sezer zou opvolgen en andere AKP-ministers moesten zich door de massa gasten een weg naar voren banen. Zij hadden hun gehoofddoekte vrouwen niet kunnen meenemen. Die zouden bij de deur zijn teruggestuurd omdat president Sezer en de militairen - wat zij noemden - 'achterlijke dracht' niet tolereren in staatsgebouwen. Later, toen Gül en zijn vrouw Hayrünissa in het presidentieel paleis in Ankara ontvangsten hielden, weigerden de leden van de Generale Staf te komen omdat ze niet met 'reactionaire krachten' - hun term voor AKP'ers - wilden verkeren.

De AKP stelde voor de opvolging van president Sezer een eigen kandidaat voor. Meteen reageerde de generale staf van de strijdkrachten met een vermaning op zijn website: de nieuwe president behoorde 'in woord en in daad' het secularisme van de Turkse staat te verdedigen. Bedoeld werd: geen türban in het paleis waar ooit Atatürk gezeteld heeft, geen baarden, geen oproep tot het gebed op het terrein van het paleis, geen islamisering van het openbare leven. Op de vooravond van de presidentsverkiezingen deed de generale staf er nog een schepje bovenop: 'niemand mag twijfelen aan de vastberadenheid van de strijdkrachten om hun ondubbelzinnige missie als verdediger van het secularisme uit te voeren'.

De militaire bemoeizucht werd afgestraft met een klinkende overwinning van Abdullah Gül. De militairen hielden de wijsvinger geheven. Generaal Basbug viel uit tegen de cemaat (islamitische broederschap, waarmee de Fethullah Gülen- beweging wordt bedoeld). Hij zou de 'almacht van de cemaat' gaan aanpakken, zei Basbug. Dat is hem niet gelukt.

Straatvechter
Fethullah Gülen heeft in Turkije miljoenen aanhangers en dat zijn meest AKP-stemmers, ook al zitten Gülen en Erdogan niet op één lijn. Qua temperament liggen ze mijlenver uit elkaar. Erdogan is het type straatvechter, die in zijn toespraken de taal van de Istanbulse volksbuurten gebruikt, een o-zo-gauw aangebrande en beledigde man. Gülen is een Turkse soefi en spreekt de taal van het multiculturalisme en van islamitische filosofen. President Abdullah Gül toont zich meer een Fethullahist dan de premier.

Het is moeilijk inzicht te krijgen in de beweging van Gülen en haar uiteindelijke doelen. Zij bestaat uit losse groepen die zeggen een softe islam aan te hangen, die plaats biedt aan andersdenkendenen en aan vrouwen die hun haren niet bedekken. Ze noemen zich voorstanders van een pluralistische democratie. In Nederland heeft de beweging scholen en internaten; in de grote Nederlandse steden zijn Gülen-verenigingen van Turkse zakenlieden en van studenten. Nooit dragen ze de naam Gülen en zelden hebben ze het woord 'islam' in hun titel.

Fethullah Gülen woont in Pennsylvania in de VS. Zijn doel is, zegt hij in zijn schaarse interviews, de islam te propageren door middel van sociale actie: ziekenhuizen, klinieken oprichten in derdewereldlanden, hulpgoederen naar rampgebieden sturen, kinderen van verschillende levensovertuigingen bijeenbrengen op scholen en hard werken aan de interreligieuze dialoog.

In Turkije beschikt Gülen over een groot mediaconglomeraat, lobbygroepen in de vorm van journalistenbonden, verenigingen voor het midden- en kleinbedrijf, artsenverenigingen en charitatieve instellingen die meer op hulp aan arme Koerden dan aan arme Turken zijn gericht. Vanuit de beweging worden zomerkampen georganiseerd waar jongens en meisjes de Koran uit het hoofd kunnen leren.

Dat is wat aan de oppervlakte te zien is. Wat de dieper liggende beweegreden zijn van de Nurcu's, zoals de aanhangers zich noemen (volgelingen van Het Licht) blijft tegen buitenstaanders onuitgesproken. Maar er is tenminste één duidelijke aanwijzing van wat Gülen voor ogen staat en die is te zien op een tape - ooit op de seculiere Turkse tv uitgezonden. Gülen spreekt zijn volgelingen toe: 'Jullie moeten in de aderen van het systeem kruipen zonder dat iemand notitie neemt van jullie bestaan, totdat je het centrum van de macht hebt bereikt... Wacht tot jullie voltallig zijn... Wacht tot de tijd rijp is en jullie alle macht in de staat hebben, totdat jullie alle macht van de constitutionele instellingen in Turkije in handen hebben...' Kortom: neem de tijd en werk van binnenuit aan een islamitische samenleving en staat.

Vrome moslims
Op deze manier zijn het politiekorps en de politie-inlichtingendienst Emniyet in de loop der jaren geïnfiltreerd door Fethullahisten, net als de ambtenarij en de rechterlijke macht. Het scheelt niet veel meer of de hele infrastructuur van de Turkse staat, met uitzondering van de strijdkrachten, wordt beheerst door vrome moslims, aanhangers van Gülen en de AKP, mensen die bezig zijn steen voor steen het bouwwerk van de secularisten af te breken en een nieuwe staat van islamitische signatuur (of: van islamitische inspiratie) op te bouwen.

Sluipenderwijs is het autoritarisme van de militairen overgegaan op de politie. De rechterlijke macht gedroeg zich altijd al autoritair, van een faire rechtspraak was vaak geen sprake en in die houding is niets veranderd. Alleen zijn het andere figuren die nu de rechterlijke macht bevolken: niet langer verdedigers van het seculiere Atatürkisme maar aanhangers van Fethullah Gülen en/of Erdogan, de neo-Ottomaanse sultan. Politie en justitie hebben sinds deze stille machtsovername de critici van de AKP en de Nurcu's de mond gesnoerd, angst gezaaid, journalisten, academici, theologen en militairen onder het mom van Ergenekon in voorarrest genomen. Sommigen zitten daar al sinds 2007 te wachten tot hun proces begint of er eindelijk een veroordeling of uitspraak komt.
Fundamentele mensenrechten worden in plaats van met militaire laarzen met islamitische slippers getreden. Mensen worden zwartgemaakt in de pro-AKP- en pro-Gülenmedia die volop citeren uit, naar vermoed wordt, door de politie afgeluisterde en gelekte telefoongesprekken. Het is de macht van de meerderheid, de dictatuur van een partij die drie keer op democratische wijze is verkozen en die de uitwassen van een voorbij regime wist met middelen die in een democratie niet thuishoren.

Bende
Al die critici worden op een hoop gegooid en beschuldigd lid te zijn van de Ergenekonbende. Maar uit de tienduizenden pagina's dikke dossiers van de openbare aanklagers is niet onomstotelijk komen vast te staan of er een bende is en of die Ergenekon heet. Niemand heeft bekend lid te zijn van die bende. Het is waar dat militairen en ultraseculiere rechters en aanklagers tot voor kort een schrikbewind hebben gevoerd. Maar om journalisten als Ahmet Sik en Nedem Sener en talloze andere liberale secularisten op een hoop te gooien met de tirannieke 'diepe staat' is absurd. Het heeft er alles weg van dat ze worden vastgehouden om hun kritiek op de politie en op Gülen.

Ahmet Sik stelde een boek samen over de Gülenbeweging: Het leger van de imam. Volgens de aanklacht schreef hij dit in opdracht van Ergenekon. Toen hij vorig jaar maart werd gearresteerd, vatte hij de situatie in Turkije kort en bondig samen: 'Wie aan hem (Gülen) komt, zal branden.' Nedem Sener werd op dezelfde ochtend van zijn bed gelicht. Dit zijn twee journalisten die hun sporen in de strijd tegen de militairen en de Atatürkisten hebben verdiend. Sener legde in zijn krantenartikelen en boeken de samenwerking tussen de Turkse gendarmerie en de Turkse maffia bloot. De afgelopen jaren deed hij onthullingen over vermoedelijke medeplichtigheid van de gendarmerie aan de moord op de Armeens-Turkse journalist Hrant Dink. Tegelijk beschreef hij de knulligheid en kwade trouw van de politie in het onderzoek naar die moord.

Sik baseert zich voornamelijk op een boek uit 2010 van Hanefi Avci, een voormalige commandant van politie. In zijn boek Gisteren de staat, vandaag de cemaat beschrijft hij hoe Gülenvolgelingen greep hebben gekregen op het politieapparaat en het Openbaar Ministerie. Sik herhaalde in zijn boek wat Avci al eerder had geschreven: dat de politie illegaal telefoongesprekken afluistert, vals bewijsmateriaal levert, mensen chanteert met compromitterende foto's en anonieme brieven en e-mails aan de media stuurt waarin critici en tegenstanders van de AKP en Gülen worden zwartgemaakt.

De columnist Emre Uslu schreef in de Gülen-krant Zaman: 'het pro-Ergenekon kamp gebruikt het boek (van Sik) om het publiek in het Westen een rad voor ogen te draaien'. Anders gezegd: jullie in het Westen zijn naïef om journalisten als Sik en Sener te geloven want die helpen de generaals met hun zwarte propaganda tegen vrome mensen.

Twee weken voor Sik werd gearresteerd, deed de politie een inval in het bureau van Oda TV, een internettelevisiestation dat anti-AKP is. Het stond op het punt beelden uit te zenden van politieagenten die in het huis van een verdachte in de Ergenekonzaak bewijsmateriaal planten.

Premier Erdogan verklaart bij herhaling dat de bijna honderd Turkse journalisten die op het ogenblik in voorarrest zitten niet worden vastgehouden om wat ze hebben geschreven maar omdat ze 'terrorisme propageren'. Het boek van Sik noemde hij 'een bom'.

Wraak
Het beruchtste conflict tussen Erdogan en de media speelde zich af tegen de achtergrond van de Vuurtorenzaak: in Duitsland zijn meerdere Turken veroordeeld wegens het achteroverdrukken van 16 miljoen euro uit de kas van De Vuurtoren, een islamitische charitatieve instelling. Het geld was doorgesluisd naar Turkije. Nadat kranten en tv-stations behorende tot de Dogangroep verband legden tussen de in Duitsland veroordeelde Turken en hoge AKP-functionarissen - onder wie het hoofd van de nationale televisie, de TRT - gaf de belastingdienst de Dogangroep een boete van 500 miljoen euro. Ook werd het bedrijf uitgesloten van aanbestedingen voor grote contracten bij de overheid.

Ook op niet-journalisten die hem naar zijn smaak te weinig respect tonen weet Erdogan wraak te nemen. In een toespraak voor de Kamer van Koophandel van Ankara haalde hij het voorbeeld aan van een luitenant-generaal die niet was opgestaan toen hij, Erdogan, de zaal binnenkwam. Triomfantelijk vertelde de premier dat deze luitenant-generaal 'nu de prijs betaalt'. De man zit in de gevangenis op beschuldiging te hebben meegedaan met het voorbereiden van plannen voor een coup. Hetzelfde waarvoor generaal Basbug vastzit.

Over een journalist die in 2001 had geschreven over mogelijke corruptie door de familie van Erdogan, zei de premier: 'Die zit nu weg te kwijnen in Silivri' (een district ten zuiden van Istanbul waar de grootste gevangenis van Turkije staat en alle Ergenekonverdachten worden vastgehouden).

Concentratiekamp
De laatste zet van de AKP om niet alleen journalisten, schrijvers, academici, anti-hoofddoektheologen en militairen tot zwijgen te brengen maar ook de oppositie in het parlement, was afgelopen week het verzoek aan de rechter om de parlementaire immuniteit op te heffen van Kemal Kiliçdaroglu, de leider van de CHP (de partij die onder de vlag van Atatürk altijd de generaals steunde). Hij had gezegd dat de arrestatie van generaal Basbug een politieke zet was.

Tijdens een bezoek aan Silivri waar twee van zijn parlementsleden vastzitten vanwege zogenaamde betrokkenheid bij Ergenekon, vergeleek hij deze gevangenis met een concentratiekamp. De aanklacht tegen hem houdt onder meer in: beïnvloeding van de rechtsgang. Wat achter deze aanklacht zit, is waarschijnlijk dat Kiliçdaroglu voortdurend wijst op de doofpot waarin de AKP-regering de Vuurtorenzaak probeert te stoppen.

Gespeend van elke vorm van humor heeft de regering bovendien een wetsontwerp ingediend dat het meevoeren van 'storende' materialen in de volksvergadering verbiedt. Een lid van de CHP loopt daar namelijk al twee jaar rond met een lantaarntje om de aandacht op de Vuurtorenzaak gevestigd te houden.

De processen in de Ergenekonzaak gaan naar verwachting tussen de tien en vijftien jaar duren. Het logge, ondoorzichtige Turkse staatsapparaat heeft een andere inhoud gekregen, van seculier naar islamistisch. Voor een Turkse burger die zijn mening kwijt wil en voor zijn rechten opkomt, zal het niet uitmaken of hij door de hond (de militairen) of de kat (politie) wordt gebeten.

Betsy Udink is journaliste en schrijfster. In 2006 verscheen Allah & Eva en in 2010 In Koerdische Kringen.