De Australische arts Ben Darveniza van Dokters van de Wereld luistert naar de uitleg van de tolk over de klachten van een Pakistaanse vrouw.  © ANP
De Australische arts Ben Darveniza van Dokters van de Wereld luistert naar de uitleg van de tolk over de klachten van een Pakistaanse vrouw. © ANP © UNKNOWN

'Bezuinigingen op tolken in de zorg: wie vertolkt de mening van de patiënt?'

Vanaf volgend jaar wordt er bezuinigd op tolken in de zorg. Maar wie vertolkt de mening van de patiënt? Dat vraagt journalist en psycholoog Rob Faltin zich af.

Per 1 januari 2012 stopt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) met het vergoeden van tolkdiensten in de zorg. Maar voor Bülent, een Turkse man die geen Nederlands spreekt, verandert er niets. Hij vertrouwt liever een familielid om de gesprekken met artsen te tolken. Zorgverleners, VWS en het tolkencentrum lijken zich om de patiënt te bekommeren, maar niemand heeft naar zijn of haar mening gevraagd.

Bülent is een 34-jarige getrouwde man die vijf jaar in Amsterdam woont. In buurtcafé Anadolu ('Het Midden-Oosten'), vlakbij het Mercatorplein in Amsterdam, vertelt hij, getolkt door zijn vriend Dervis, 23 jaar oud: 'Als ik naar de huisarts ga, neem ik altijd een neef mee om te tolken. Het belangrijkste kan ik vertellen, geen details. Het duurt wel lang om telkens te tolken. Ik denk niet dat het een probleem is. Ik wil absoluut een vertrouwd familielid als tolk, geen officiële onbekende. Juist voor een belangrijk gesprek, of als het gesprek gevoelig ligt, wil ik een vertrouwd persoon.'

Dat VWS op 1 januari 2012 stopt met het vergoeden van tolkdiensten in de zorg zal aan Bülent onopgemerkt voorbijgaan. Deze bezuiniging, aangekondigd door minister Schippers, leverde enig protest door de betrokken beroepsverenigingen in de zorg, door deskundigen op het gebied van interculturele zorg, en door de monopoliehouder van de diensten van beëdigde tolken, het Tolk- en Vertaalcentrum Nederland (TVcN).

Brandbrief zorgverleners
Zo werd in een brandbrief aan de minister, getekend door onder anderen Hanneke Bot, socioloog en psychotherapeut, gewaarschuwd voor grote gezondheidsrisico's. 'Wanneer artsen niet vanaf het begin een tolk inschakelen, volgt een serie van zinloze consulten waarin arts en patiënten elkaar volstrekt niet begrijpen, er vervolgens wel medicatie wordt voorgeschreven die dan niet wordt ingenomen', aldus Bot. Ook wijst zij op het probleem dat vaak kinderen ingeschakeld worden als tolken. Deze moeten delicate onderwerpen tolken en kunnen hierdoor getraumatiseerd raken. Ook zouden patiënten niet meewerken aan de behandeling, wanneer zij niet begrijpen waarom deze wordt toegepast. Op internet is er een petitie tegen de bezuinigingen, met ruim tweeduizend ondertekeningen (www.petities.nl). Daarnaast komt GroenLinks begin 2012 met een motie waarin ze deze bezuiniging terug wil draaien.

Tolkdiensten in gevaar
Ook al roepen veel zorginstellingen en het NRC dat het om een 'vernederende bezuiniging' gaat (NRC van 1 juni 2011), de belanghebbende die er straks het meest onder te lijden krijgt, zou wel eens het TVcN kunnen zijn. Sinds een Europese aanbesteding mag het namelijk alle tolk- en vertaaldiensten voor het ministerie leveren. Dat zijn 650.000 diensten per jaar van gemiddeld een halfuur, goed voor een omzet van 19 miljoen euro. Alle 1400 tolken werken op freelancebasis en worden ondersteund door 130 medewerkers in loondienst.

Frank van Spaendonck, directeur van TVcN: 'Ik denk dat het verstandig is altijd een tolk in te zetten als er taalproblemen zijn. Dat is goed voor de patiënt, goed voor de zorgverlener en ook goed voor TVcN. Bovendien zal het inzetten van een tolk kostenbesparend zijn. Kortere consulten, minder doorverwijzingen en betere diagnoses.'
Spaendonck hoopt nog afspraken te kunnen maken met zorginstellingen om tolken te blijven inzetten in 2012. De kans bestaat echter dat nu het ministerie met de vergoeding stopt, zorgverleners geen beëdigde tolken meer zullen inschakelen. Dan is vooral de patiënt de dupe, aldus Van Spaendonck, maar ook TVcN. 'Onze organisatie zal zich natuurlijk aanpassen aan het volume van de vraag' geeft hij als antwoord op de vraag of hij (gedwongen) ontslagen of een reorganisatie verwacht.

Informele tolken
Daarentegen hoeven de huisartsen zich om deze bezuiniging geen zorgen te maken. Het aandeel aan tolkdiensten in hun spreekuren is erg klein: 'Onbekend maakt onbemind', betreurt Spaendonck. Uit een paar telefoontjes aan huisartsen in Amsterdam West blijkt dat er daar nagenoeg geen gebruik wordt gemaakt van beëdigde tolken. 'Patiënten die het Nederlands onvoldoende beheersen nemen zelf iemand mee om te tolken. Voor bepaalde onderwerpen is het niet optimaal, maar het is niet anders. Een officiële tolk inschakelen is praktisch niet haalbaar, omdat het om consulten van tien minuten gaat', aldus Jeroen van der Bruggen, huisarts in opleiding. De bezuinigingsmaatregel vindt hij 'jammer maar begrijpelijk'. In de huisartsenzorg verwacht hij geen problemen. 'Wellicht in het ziekenhuis. Maar het probleem betreft vooral de oudere generatie allochtonen.' Hij vermoedt dat het probleem door natuurlijk verloop zal verdwijnen.

Interculturele richtlijnen
De door zorgverleners en VWS opgestelde 'veldnormen' voor het inzetten van tolken in de zorg, gelden tot eind van dit jaar. Hierin staat: 'Van een professionele tolk kunt u verwachten dat deze de bedoeling van u én van de cliënt goed weergeeft. Bij een informele tolk kunt u daar niet op rekenen.' Is dat altijd wel zo, kun je je afvragen. Heeft een informele tolk ook voordelen? Kan een informele tolk na een paar adviezen de kwaliteit van het tolken snel verbeteren?

Annelies van Loon is onderzoekster van culturele competenties van hulpverleners. 'Taal staat bovenaan de culturele competenties voor hulpverleners'  geeft zij aan. Zo'n advies is gebaseerd op consensus tussen experts. De paar onderzoeken die er zijn, vergelijken behandelingen met therapeuten die de taal van de patiënt spreken met die van therapeuten die dat niet doen. Zij weet van geen onderzoek dat behandelingen met beëdigde tolken vergelijkt met behandelingen met informele tolken. Dat de onpartijdigheid van een beëdigde tolk beter zou zijn voor de behandeling, is volgens haar een vermeende opvatting die niet is onderzocht. 'Het is allemaal speculeren' geeft zij aan. Bij Mikado, een landelijk kenniscentrum voor interculturele zorg, neemt zij deel aan een werkgroep van beroepsorganisaties en wetenschappers die bezig zijn om een 'intercultureel addendum' op te stellen bij de behandelrichtlijnen voor depressie. In haar onderzoek heeft zij gemerkt dat ook ervaren therapeuten het erg moeilijk vinden om met een tolk te werken, vooral als het een telefonische tolk betreft. Soms gebruiken zij liever hun creativiteit, zoals het werken met tekeningen, dan het inschakelen van een tolk. Na een training waarderen de therapeuten het werken met een tolk meer. Ook ontstaan er bedrijven zoals Ipsy of Alle Kleuren, waarbij hulpverlening in je eigen taal centraal staat. 'Maar deze instellingen zijn minder ingesteld op de patiënt met complexe problematiek en lopen snel vol waardoor wachtlijsten ontstaan. De patient kan hierdoor tussen wal en schip vallen, of komt weer terug bij de reguliere GGZ', aldus Van Loon.

Bewijs
Een consult met een beëdigde tolk zou volgens TVcN korter duren dan zonder deze beroepstolk. Er ontbreekt echter een bewijs voor deze bewering. De ervaring is dat een consult met een tolk toch al lang duurt. Een tolk die vertrouwenspersoon van de patiënt is, kan wellicht de communicatie juist verbeteren doordat hij of zij de patiënt goed kent. Mogelijk kunnen de grootste risico's van het werken met informele tolken worden beperkt. Dit kan door bijvoorbeeld geen kinderen toe te staan als informele tolken. Wat geestelijke gezondheidszorg betreft, is het niet ondenkbaar dat het zelf verantwoordelijkheid nemen voor het regelen van een tolk soms positief uit kan werken. Al dan niet met begeleiding van een hulpverlener of van een vrijwilliger, kan een dergelijke eerste behandelstap patiënten op weg naar psychisch herstel leiden.

Daarnaast neemt de hoeveelheid aan medische informatiebronnen in verschillende talen alleen maar toe. En pure gesprekstherapieën in de geestelijke gezondheidszorg worden toch al nauwelijks aan anderstaligen gegeven, ook omdat de hulpverleners dit vaak moeilijk vinden. Een algemene trend die uit het wetenschappelijk onderzoek voortvloeit, zijn doe-therapieën, waarbij de nadruk minder ligt op het praten. Problemen blijven in de zorg, maar met de economische crisis zoekt men naar oplossingen met minder middelen. Men zou ook de aandacht kunnen richten op wat er goed gaat met informele tolken. Dat zal wennen zijn voor de zorgverleners die gewend waren aan het gemakkelijk inschakelen van een beëdigde tolk.

Of de situatie er voor de patiënten na 1 januari slechter op wordt, moet nog blijken. Er is nog geen bewijs voorhanden dat een behandeling met een beëdigde tolk minder effectief zou zijn dan met een informele tolk. Wat in de discussie tevens ontbreekt, is de stem van de patiënt. Een enquête onder patiënten die geen Nederlands spreken zou verheldering kunnen geven over hun voorkeuren. Wie luistert naar Bülent? Hiervoor is wel een tolk nodig.

Rob Faltin is journalist en psycholoog.