Twee Duitse studenten lezen een boek op het Vrijthof in Maastricht.
Twee Duitse studenten lezen een boek op het Vrijthof in Maastricht. © UNKNOWN

'Kritiek op Maastricht miskent Europese dimensie'

De Universiteit Maastricht krijgt kritiek omdat ze te internationaal zou zijn. Maar de universiteit voldoet juist aan de Europese afspraken over hoger onderwijs.

Het cohort eerstejaars van de bacheloropleidingen European Studies en Arts & Culture van de Universiteit Maastricht (UM) telt dit jaar negenentwintig nationaliteiten. Bij de masteropleidingen aan onze faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen gaat het zelfs om zestig nationaliteiten. Toen wij dit tijdens de afgelopen introductieweek aan onze eerstejaars vertelden, steeg een luid gejuich uit het internationaal samengestelde gezelschap op. Elders in Nederland klinkt vooral kritiek.

Vooral bij de kosten die buitenlandse studenten met zich meebrengen worden kanttekeningen geplaatst. Dat is begrijpelijk. Studenten van buiten de EU betalen hogere bedragen aan collegegeld dan Nederlandse studenten, maar voor EU-studenten geldt dat niet; op iedere EU-student legt de overheid 6.000 euro toe. Kunnen wij dat als sterk internationaal gerichte opleidingen aan een Nederlandse universiteit verantwoorden? Een vrijblijvend verhaal over de heilzaamheid van een internationale studieomgeving voldoet niet, daar zijn wij het mee eens.

Daarom eerst de context van onze gerichtheid op zowel buitenlandse als Nederlandse studenten. Net als de meeste andere Nederlandse universiteiten heeft de Universiteit Maastricht een regionale functie, maar door de geografische ligging van Maastricht is onze regio meer gericht op Europa dan bijvoorbeeld die van Delft. Het internationale karakter van de UM komt dan ook niet voort uit de waan van de dag.

Sterker nog, onze Faculteit heeft het advies van de Commissie Veerman al ter harte genomen, dat toekomstbestendige instellingen van het hoger onderwijs een duidelijk profiel moeten kiezen binnen de dimensies zoals gehanteerd in de Europese classificatie, U-map geheten. Wij profileren ons als internationaal en regionaal gericht. Wie onze profilering ter discussie stelt vanwege het geld dat buitenlandse studenten kosten, moet dus ook kritiek hebben op de uitgangspunten van de Commissie Veerman. Interessant genoeg hebben wij daar de critici van internationale werving, zoals Ferdinand Mertens in NRC Handelsblad (31 augustus) en de internationaal opererende econoom Rick van der Ploeg (Florence, UvA, Oxford) in Nieuws- uur, niet over gehoord.

Zelf hechten wij er aan om niet lichtzinnig te werk te gaan. Wij zijn ons terdege bewust van het gemeenschapsgeld dat gemoeid is met onze internationale en regionale profilering. Wie bij ons wil komen studeren, moet daarom vooraf uitleggen waarom. Als wij de redenen niet begrijpen of onjuist vinden, nodigen wij studenten uit voor een gesprek. Dat kan er toe leiden dat wij de student ter plekke afraden om niet naar onze opleidingen te komen. Dit intensieve systeem van matching en binding, leidt er daadwerkelijk toe dat studenten van een studie bij ons afzien.

Wie ons internationale gerichtheid verwijt, verwijt ons dat wij werken in lijn met de Bologna-verklaring, de afspraak tussen Europese landen, die moet leiden tot een gemeenschappelijk en open Europees hoger onderwijs door onder andere de uitwisseling van studenten, een betere voorbereiding op de internationale arbeidsmarkt en het verbeteren van de internationale concurrentiepositie en aantrekkingskracht van het Europees hoger onderwijs.

Met die internationale aantrekkingskracht van ons onderwijs in Maastricht zit het wel goed. Bijna 400 studenten schreven zich in voor de bachelor European studies. Waarom komen die studenten vanuit de hele EU en verder naar Maastricht? Niet alleen omdat wij internationaal werven. Het is wel heel naïef dat te veronderstellen, zoals Mertens lijkt te doen. Je moet de studenten natuurlijk ook wat bieden: een gemotiveerde internationale staf bijvoorbeeld en het kleinschalige onderwijs waar de Universiteit Maastricht om bekend staat.

Wij zijn gericht op academische kwaliteit en niet op nationale herkomst. Zonder internationale omgeving komt er van de Bologna-verklaring niets terecht. Nu kan het natuurlijk zijn dat Mertens en Van der Ploeg mordicus tegen de uitgangspunten van Bologna zijn, maar indien dat het geval is zouden zij daarover moeten schrijven, niet over universiteiten die hun best doen om Bologna gestalte te geven.

Toch blijft het de vraag of de Nederlandse overheid zoveel geld kwijt zou moeten zijn aan de op de toekomst gerichte internationale en regionale profilering van een faculteit aan een Nederlandse universiteit. Welnu, wij zouden liever minder uit de Haagse ruif willen eten dan nu het geval is. Maar de manieren die wij bedacht hebben om dit mogelijk te maken, mogen wij eenvoudigweg niet uitvoeren.

Diezelfde overheid die volgens Mertens onterecht betaalt voor de internationale ambities van een universiteit als de onze, staat het ons niet toe om zelf te bepalen hoeveel onze opleidingen waard zijn. Nieuwe wetgeving staat gelukkig enige collegegelddifferentiatie toe, maar nog altijd onder strikte Haagse condities. Ook boekt Europa weinig voortgang in de harmonisatie van collegegelden en studiebeurzen. Bologna is nog niet af, en de randvoorwaarden om het advies van de Commissie Veerman op te volgen zijn niet optimaal.

In die context is het wel erg gemakkelijk om buitenlandse studenten alleen als een kostenpost te zien. Zo gaat de discussie voorbij aan waar het werkelijk om gaat: een gedurfde en toekomstbestendige hervorming van het stelsel van hoger onderwijs. In Maastricht zijn wij daar klaar voor.

Amanda Kluveld is opleidingsdirecteur ba opleiding Arts and Culture. Patrick Bijsmans is opleidingsdirecteur ba opleiding European Studies. Rein de Wilde is decaan van de Faculteit Cultuur- en Maatschappijwetenschappen. Alle drie auteurs zijn verbonden aan de Universiteit Maastricht.