Kerkgangers in Yerseke. Foto: Marcel van den Bergh
Kerkgangers in Yerseke. Foto: Marcel van den Bergh © UNKNOWN

'Gekwetste gelovige kan beter eerst tot tien tellen'

Als we zouden afzien van kritiek op religies om gelovigen te ontzien, zouden we ook moeten afzien van verdachtmakingen van het liberalisme en andere seculiere ideeënstelsels.

Kun je het gelovigen kwalijk nemen dat ze boos worden als hun geloof stevig wordt aangepakt? In elk geval is er over een brede linie begrip voor hun gekrenkte gevoelens. Natuurlijk, vinden velen, doet dit pijn. Het geloof is immers nauw verbonden met de manier waarop ze hun leven vormgeven. Je kunt niet verwachten dat ze zulke kritiek níet als persoonlijk ervaren.

Het debat laaide op na het proces tegen Geert Wilders. In een interview met De Pers was Tom Schalken bijzonder kritisch over de vrijspraak van de voorman van de PVV. De rechter in deze zaak voerde aan dat Wilders weliswaar flink tekeer was gegaan, maar dat hij zich grosso modo had gericht op godsdienstige ideeën en niet op de aanhangers daarvan.

Daar dacht de ex-raadsheer anders over: 'Mensen begrijpen niet dat als je een symbool van een religie beledigt je de gelovigen niet zou beledigen.' Het onderscheid vindt hij niet alleen onbegrijpelijk, maar ook 'buitengewoon gekunsteld'.

Wellicht dat Schalken gelijk heeft en gelovigen zich inderdaad beledigd voelen. Feit is immers dat we de laatste jaren heel wat antireligieuze woede hebben gezien. Ik wil dus heus aannemen dat kritiek op het opperwezen, zijn profeet en diens leerstellingen hard kan aan komen, zeker als die ook nog eens polemisch van toonzetting is. Maar dat is hier niet doorslaggevend. De vraag is hoe terecht zulke sentimenten zijn en vooral of je daar rekening mee moet houden. Verdienen godsdiensten en hun symbolen bescherming vanwege de pijn waartoe kritiek aanleiding kan geven? 

Begripvol
Eerst de suggestie die uitgaat van de opmerking van Schalken. Distantie is te veel gevraagd als gelovigen zien dat hun religieuze symbolen worden aangevallen. Overtuigingen, al dan niet godsdienstig, en emoties lopen in elkaar over en zijn met elkaar verknoopt. Die kun je niet zomaar ontwarren. Toch is deze benadering al te begripvol. Allicht dat distantie - even tot tien tellen -niet altijd even gemakkelijk is , maar 'moeilijk' is iets anders dan onmogelijk. Zo gaat dat met deugden, wist Aristoteles al. Die zijn het resultaat van oefening.

Bovendien moeten we ook weer niet overdrijven. We kunnen onze vraagtekens plaatsen bij de kunstmatigheid die Schalken veronderstelt. Opmerkelijk is namelijk dat we hier doorgaans helemaal niet zoveel moeite mee hebben. Ik kan me de laatste winnaar van de Inktspotprijs nog goed herinneren. Dat was Peter van Straaten, nestor onder de vaderlandse cartoonisten. De winnende prent laat een jongen zien - in habijt? - terwijl hij geknield op de grond ligt te bidden. Zijn achterste steekt in de lucht en geeft de tekenaar alle gelegenheid om er een kruis in te steken. De pointe: zó misbruikt de rooms-katholieke kerk jonge jongens.

Mild kun je deze kritiek niet noemen. De prent van Van Straaten laat niets te raden over en religieuze symbolen worden al helemaal niet gespaard. Daarnaast was dit maar één van de spotprenten die verschenen om pedofilie in de kerk aan de kaak te stellen. Alle reden dus voor katholieken om diep gekwetst te zijn. Hoe zei Schalken het ook alweer? 'Mensen begrijpen niet dat als je een symbool van een religie beledigt je de gelovigen niet zou beledigen.'  

Desondanks is de grote volkswoede onder katholieken uitgebleven. Misschien af en toe een ingezonden brief in de krant, maar daar bleef het bij. Ook heb ik geen prominenten gehoord die ertoe opriepen om af te blijven van de katholieke symbolen. Net zoals de analyses achterwege bleven over de herculesarbeid die verricht zou moeten worden om de cartoon níet te zien als een persoonlijke aanval.
De hoopvolle les is dat mensen godsdienstkritiek heus niet zomaar verwarren met een aanval op hun persoon. Ze kunnen die twee sferen best uit elkaar houden. Misschien knarsetandend, maar toch.

Emoties
Stel dat de redenering van Schalken zou kloppen. Elke vorm van kritiek gaat dan immers snel door voor een verkapt ad hominem-argument. Opponenten kun je de mond snoeren met het verwijt dat ze op de man spelen. Als emoties van de incasserende partij doorslaggevend zijn, blijft er weinig over van het mooie genre van de godsdienstkritiek.

Vermoedelijk moet trouwens worden gevreesd voor het bestaan van de kritiek überhaupt. Als je de redenering volgt, verdienen andere ideeënstelsels ook bescherming. Zoals gezegd, wordt nogal eens geopperd dat gelovigen een bijzondere en hoogstpersoonlijke verhouding hebben tot hun wereldbeeld, maar er is geen reden om aan te nemen dat liberalen onverschillig staan tegenover het liberalisme en de waarden die daar uit zijn voortgevloeid. Wat dat betreft, hebben ze het de afgelopen jaren zwaar gehad. Sinds de kredietcrisis ligt met name de neoliberale variant van hun gedachtengoed onophoudelijk onder vuur. Pijnlijk? Vermoedelijk wel. Maar dat is geen reden om critici ertoe aan te sporen een toontje lager te zingen.

Er is nog een ander probleem met de benadering-Schalken. Ze schept ruim baan voor gelovigen die van de kook raken. 'Natuurlijk bent u boos en verontwaardigd! Kalmte is te veel gevraagd als een onderwerp u zo na aan het hart gaat.' Op deze manier krijgen die heftige emoties een legitimering achteraf en wordt men impliciet aangemoedigd om hier toe te geven. Terwijl het juist beter zou zijn om op te roepen tot precies het tegenovergestelde: tolerantie.

Sebastien Valkenberg is filosoof en publicist.