Cabaretier Mike Boddé

Na zijn depressie ‘die nergens over ging’ wist cabaretier Mike Boddé (40) wat het is om op de bodem te staan....

Hij is de laatste om de voorstelling helemaal serieus te nemen. Het cabaretprogramma C3 in 3D dat Mike Boddé (40) momenteel samen met zijn vrienden Kees Torn en Onno Innemee speelt, is goedbeschouwd vooral een excuusvoorstelling. ‘We hebben tegen elkaar gezegd: dit is een eenmalig project, laten we dat aangrijpen om die dingen te doen die we in onze eigen programma’s nooit zouden durven.’ En dus doen ze zonder gêne een gewaagde scène over drie onverstaanbaar brullende spastici in een rolstoel (met boventitels), spelen Boddé en Torn een langdurig quatre-mains op de piano en staan ze op een ander moment onbeschaamd André van Duin te imiteren, ‘iets wat dertig jaar geleden al niet meer kon’. Toch levert het ook in de ogen van theaterrecensenten een sprankelend, soms hilarisch programma op. Ondanks het feit dat de drie cabaretiers zich op meerdere momenten in het programma openlijk van de voorstelling distantiëren. Boddé: ‘Ik speel een beetje de arrogante lul: ‘Dames en heren, u kent mij natuurlijk van de televisie. Ik sta hier helemaal niet achter. Ik ben de bekende Nederlander van de drie en ik neem mijn collega’s op sleeptouw om ze ook eens aan de grote wereld te laten ruiken.’ Een idee van Kees Torn. Die had iets dergelijks ooit gehoord over een concert van Glenn Gould met Leonard Bernstein. Vlak voor aanvang kwam Bernstein op en zei: ‘Dames en heren, wij gaan zo dadelijk een pianoconcert van Brahms voor u spelen. Ik ben het niet eens met deze interpretatie. Die is veel te langzaam, waardoor bepaalde passages een te grote zwaarte krijgen. Het is maar dat u het weet.’ Zoiets leek ons voor dit programma erg grappig.’Leuk om eens te spelen met Kees Torn, die man die ooit over jou zei: ‘Als cabaretier vind ik Mike een mislukking.’ Schaterend: ‘O ja* ja. Kees kan extreme standpunten innemen. Dan ben ik wel van hem gewend.’Hij zei: ‘Ik vind hem een meesterlijke muzikant, maar als cabaretier stelt hij niks voor.’ ‘Daar zit ook wel wat in. Ik heb niet de lach aan mijn kont hangen. Ik maak soms grappige dingen, maar dat is niet mijn sterkste kant. Ik ben goed in muzikale miniatuurtjes en improvisaties. Ik ben een man van korte rolletjes, niet van King Lear. Even net doen alsof je hopeloos verliefd bent op die wildvreemde vrouw. Daarna is het weer klaar.’ Daarom is de Mike & Thomas Show, de absurde tvquiz die Boddé sinds 2005 met Thomas van Luyn voor de VARA maakt, geknipt voor hem. Hoe vluchtig dat programma er ook uit mag zien, er wordt hard en consciëntieus aan gewerkt. Aan elke aflevering wordt bijna twee weken gesleuteld, waarbij de laatste week vrijwel geheel in beslag wordt genomen door het instuderen van de muziek. Dat is het mooie aan hun programma, zegt Boddé. Waar muziek voor veel kijkers doorgaans geldt als ideaal zapmoment, is het bij de Mike & Thomas Show juist een attractie. ‘We hebben zonder het te beseffen een soort deal met de kijker weten te maken: wij geven jullie grappen en in ruil daarvoor mogen wij muziek maken.’Die grappen zijn eigenlijk wisselgeld. ‘Voor mij wel. Ik zou heel graag een aflevering met alleen maar muziek maken. Maar ik denk niet dat ik Thomas zover zal krijgen.’Wat Thomas en jij doen, doet eigenlijk nog het meest denken aan Hans Liberg. ‘Die heb ik nog nooit een heel liedje horen zingen. Van alle muzikale cabaretiers vind ik hem de minst muzikale. Zo meedogenloos en gevoelloos als hij op een piano beukt* dat doet pijn aan mijn oren.’Het cabaret is, als het om muziek gaat, sowieso vrij armzalig bedeeld. ‘Cabaretiers lijken het modieus te vinden om slechte muziek te maken. Bij sommige collega’s denk ik: je teksten zijn zo goed, laat die muziek liever weg. Jeroen van Merwijk schrijft fantastische teksten, maar die muziek is zo intens saai. Die kun je beter weglaten.’Mike Boddé groeide op in Rotterdam, als jongste in een gezin met drie broers en een zus. Zijn vader was directeur van een groot softwarehuis. Boddé moet als nakomertje verwend zijn geweest, nu hij er over nadenkt. Sowieso had hij geen klagen: hij was goed op school, was muzikaal en had volop aanspraak bij de meisjes. En toch was hij een piekeraar. Vonden ze hem nou wel écht aardig? ‘Ik heb lang met de misvatting rondgelopen dat ik van alles moest kunnen en presteren om in de ogen van anderen oké te zijn.’ Misschien kwam dat ook doordat hij een nakomer was. ‘Ik had altijd het vage gevoel dat ik extra mijn best moest doen om serieus genomen te worden.’ Cabaret speelde thuis geen enkele rol. Boddés vader speelde jazz en Ierse volksliedjes op de piano, zijn broers luisterden naar Queen en Stevie Wonder. Vooral zijn oudste broer Harry liet hem met muziek kennismaken. Zeventien jaar verschilden ze van elkaar. ‘Hij opende de wereld voor me, vertelde over Seneca maar ook over vreemde indianenstammen. Van muziek tot wetenschap, hij wist overal van af. Hij was een sleutelfiguur in mijn leven. Iemand die me duidelijk maakte dat interesse de motor van het leven is. Alles wat je aandacht geeft, wordt vanzelf interessant.’ Harry was farmacoloog, gespecialiseerd in transdermale overdracht van medicatie. ‘Hij zocht naar stoffen die het transport door de huid vergemakkelijken.’ Totdat hij ziek werd. Boddé was bij zijn ouders toen daar het fatale telefoontje binnenkwam: slokdarmkanker. Nog geen vijf maanden later was hij dood. Gestorven op zijn 45ste. ‘Onbegrijpelijk. Hij rookte niet, dronk nauwelijks. Gezin met jonge kinderen. En dan overkomt je zoiets*’Wrang dat iemand die zijn leven in dienst stelde van het zoeken naar medicijnen, zelf geen medicijn kon vinden. ‘Dat was voor hem ook onverteerbaar. On-ver-teer-baar. Dag en nacht was hij bezig voor de wetenschap. Midden in de nacht stond hij op om stukken te schrijven. Hij heeft bijna honderd medische artikelen op zijn naam. Dat hém dit moest treffen, heeft hij echt als verraad van het lot gevoeld. ‘Er is door zijn dood veel veranderd. Toen ik hem zag sterven, verdween mijn eigen doodsangst. Ik zag ’m wegglijden, zo rustig en vreedzaam. Ik dacht: als dit sterven is, dan moet ik het ook kunnen.’ Het is inmiddels dertien jaar geleden. Maar gek genoeg is het verdriet nog steeds niet echt gedempt, zegt Boddé. ‘Als ik af en toe weer rouw om zijn dood, dan is het exact zoals toen. Verdriet slijt niet. Het steekt alleen wat minder vaak de kop op. Ik voel het vooral sterk als ik muziek draai waarvan hij hield. Hij was stapeldol op het Derde Pianoconcert van Rachmaninov. Als ik dat draai, dan is het of hij naast me zit. Daar zit Harry helemaal in. Aan sommige dingen wen je nooit. Het blijft verbijsterend dat hij mijn kinderen niet kent (Boddé heeft een dochter van 5 en een zoon van 3). Terwijl ik in hen veel van hem terugzie. Mijn dochter Hanna heeft bij vlagen diezelfde ernst. Dat is soms beangstigend. Ze was een keer ontzettend ziek en zat rechtop op de bank. En ik zag mijn broer zitten; dezelfde zwaarmoedigheid, precies diezelfde trage bewegingen. Daar kreeg ik kippenvel van.’Het was ook Harry die hem ooit op het spoor zette van de jazz. Hij was 19 toen hij naar de Verenigde Staten reisde om daar jazz te leren spelen. Maar een definitieve keuze voor de muziek zat er niet in. Boddé bleek te lijden aan lawaaidoofheid, veroorzaakt door beschadigde gehoorbeentjes. ‘Als het geluid boven de zoveel decibel komt, ga ik bijgeluiden horen. Geruis en gekraak.’ Aanvankelijk dacht hij nog dat er een schroefje in zijn vleugel los zat. Het bleek een schroefje in zijn hoofd te zijn. ‘Vrij dramatisch voor iemand die graag muziek maakt. Het stond mijn droom behoorlijk in de weg.’ Hij koos voor een studie Chinees aan de Universiteit Leiden. Een volstrekt willekeurige keuze. ‘Ik had gewoon geen idee wat ik moest doen.’Je bent afgestudeerd sinoloog. Ben je ooit in China geweest? ‘Nooit.’ Toch een beetje een kok die nog nooit een keuken van dichtbij heeft gezien. ‘Eigenlijk bespottelijk, ja. Maar mijn afkeer van China werd gaandeweg steeds groter. Ik heb weinig affiniteit met het land.’Op een gouden weg, de drie meter lange schaduw van een mens. ‘Mooi gedicht, hè? Van Zhu Xiang, een Chinese dichter op wie ik ben afgestudeerd. Maar dit was ook meteen het mooiste gedicht uit zijn hele oeuvre. De rest sprak me nauwelijks aan.’Hoe kijk je naar de actie van collega-cabaretier Erik van Muiswinkel, die zich tegen de Olympische Spelen in Peking uitspreekt? ‘Dat volg ik zijdelings. Ik heb sympathie voor de manier waarop Erik een discussie probeert los te maken. Maar een boycot vind ik niet zinvol. Als je dat als land alleen doet, is het sowieso totaal zinloos. En als je het met z’n allen doet, schoffeer je China zo dat je een jarenlange verkilling van het contact riskeert.’De studie sinologie had voor Boddé één voordeel: hij kwam erdoor in contact met Thomas van Luyn, die ook Chinees studeerde. Verlegen jongens waren ze in die dagen. ‘Allebei sociaal een tikje gehandicapt. Thomas was, net als ik, nogal zweverig. Erg in de ban van zenboeddhisme en tai-chi. Een ontzettende dromer, iemand die een beetje los van de wereld stond. Ik signaleerde bij Thomas net zo’n onbestemd verlangen naar aandacht als bij mezelf. Bovendien voelden we allebei een enorme ambitie. ‘Ik moet later iets gewéldigs gaan doen.’’ Boddé en Van Luyn wonnen onder de naam Ajuinen en Look in 1991 het Groninger Studenten Cabaret Festival, en kort daarna het Amsterdams Kleinkunstfestival. Groot succes, bedje gespreid. En toch voelde Boddé zich niet gelukkig. Hij was doodmoe, was nauwelijks vooruit te branden, ‘alsof er voortdurend zand in de machine werd gestrooid’. Alles, letterlijk alles viel hem zwaar. Hij was nog niet opgestaan of hij wilde het liefst direct weer naar bed. Aanvankelijk werd aan de vermoeidheidsziekte ME gedacht. ‘Totdat ze erachter kwamen dat het een verscholen depressie was.’ De psychiater schreef hem medicatie voor. En voilà: de vermoeidheid verdween ogenblikkelijk. Maar de bijwerkingen waren monsterlijk. Hij kon wekenlang niet slapen, kreeg heftige angstaanvallen. Er zat niets anders op dan met de medicijnen te stoppen. Daarna sloeg de depressie in alle hevigheid toe, zegt Boddé. ‘Aanvankelijk wil je het niet erkennen.’ Met een quasi-grappig cabaretstemmetje: ‘Lieve mensen, een Mike Boddé is toch niet gék?’ Daar moet je eerst doorheen. En vervolgens verdwijn je in een inktzwart gat.’Had het met de dood van je broer te maken? ‘Nee. Ik was al depressief voordat hij ziek werd.’Hoe ziet een depressie er van binnen uit? ‘Het is een eindeloze achtbaanrit door de hel. In mijn geval ging het om een geagiteerde depressie, met straatvrees en overgevoeligheid voor zintuiglijke waarnemingen. Alles maakt gigantisch veel indruk op je. Je leven wordt geregeerd door verschrikkelijke angsten. Als je een stoel voor me neerzette, kon ik daar al volslagen van in paniek raken. Mijn lichaam stond onophoudelijk in de angststand.’Besefte je dat het irreële angsten waren? ‘Dat is het lullige, zoiets besef je heel goed. Dat maakt het alleen maar moeilijker. Je weet: ik heb geen reële kijk meer op de dingen. Zo is het dus om gek te zijn.’Gesprekstherapie hielp niet. Boddé liep anderhalf jaar bij een therapeut, zonder noemenswaardig resultaat. ‘Uiteindelijk zei die man: ‘Jij bent duidelijk iemand waar pillen in moeten.’ Pas bij de vijfde pil gebeurde er iets.’Wat merkte je dan? ‘Ik had zomaar weer zin om een vriend op te bellen. En ik merkte dat ik opeens buiten op straat stond zonder in paniek te raken.’Wat heb je als eerste gedaan? ‘Ik ben van het huis van mijn ouders naar het centrum van Rotterdam gelopen. Als test ben ik heen en weer gaan wandelen door de koopgoot. Voorzichtig in winkels gaan kijken. Af en toe bleef ik even staan: word ik al bang of niet? Maar het lukte me. Uiteindelijk ben ik zelfs ergens een kop koffie gaan drinken. Ook toen raakte ik niet in paniek. Zelden zo genoten van een kop koffie.’ Het klinkt misschien overdreven, maar die dag was voor hem niets minder dan een wedergeboorte. ‘Het was echt een waanzinnig gevoel. Ik had mijn leven heroverd. Opeens had ik de sleutel tot de wereld weer in mijn zak. Daarna ben ik wel bijna een jaar euforisch geweest.’ Optreden was er aanvankelijk absoluut niet bij. Die stap was veel te groot. ‘Ik moest mijn zelfvertrouwen weer vanaf het vriespunt opkrikken.’ Op zijn verjaardag is hij voor vrienden voorzichtig weer eens liedjes gaan zingen. ‘Het was enorm onwennig. Ik was zo diep in mezelf weggedoken geweest, dat het ontzettend moeilijk was om weer iets extraverts te doen. Ik heb er wel een paar jaar voor nodig gehad om weer uit mijn schulp te kruipen.’‘Het verbijsterende is dat die depressie van mij eigenlijk nergens over ging; ik had geen trauma’s die ik moest verwerken, had geen schrammen op mijn ziel. Het had puur te maken met chemische stoffen, met een onbalans in mijn chemiehuishouding. Met de juiste medicijnen herstel je die balans.’Zorgen die pillen ervoor dat je jezelf bent of maken ze je een ander van je? ‘Ze zorgen ervoor dat ik meer mezelf ben. Mijn gevoelsgrafiek is min of meer opgetild. Vroeger lagen de pieken nog onder nul. Nu zijn zowel de pieken als de dalen omhooggetild. Je houdt ups en downs. Maar niet meer zo vaak en ook niet meer zo extreem.’Vlakt je gevoelsleven er niet door af? ‘Nee. Ik kan nog steeds huilen om kleine dingen, en ook zielsgelukkig zijn om andere dingen.’Zijn die depressieve jaren uiteindelijk verloren jaren geweest? ‘Voor mijn gevoel niet. Ik heb toen een fundament onder mijn bestaan gelegd. Ik weet hoe het is om op de bodem te staan. Maar ik ben er doorheen gekomen. Ik heb de beproeving van zeven jaar wanhoop en ellende doorstaan. Dan weet je dat je je verdere leven aankunt.’Is er enig voordeel uit die periode te peuren? ‘Je bent niet meer zo snel van je stuk door leed en ellende. En je kijkt niet gauw meer op van vreemde bokkensprongen van andere mensen. Ik veroordeel anderen niet snel, omdat ik weet hoe diep een mens kan zinken.’Na een onderbreking van bijna tien jaar kwamen Boddé en Van Luyn in 2004 weer bij elkaar. Ze bleken allebei behoorlijk te zijn veranderd. ‘Vroeger was ik de voortrekker in onze verstandhouding. Ik schreef de meeste sketches, regelde bijna alle dingen. Inmiddels heeft Thomas het voortouw genomen. Hij heeft zich ongelofelijk veel kwaliteiten eigen gemaakt. Hij is goed gaan zingen, gaan imiteren en is prachtige liedjes gaan schrijven. Zijn aandeel is veel groter geworden.’Ze hebben net de opnamen afgerond voor een cd die eind dit jaar uitkomt. ‘Opgenomen met Tjeerd Oosterhuis. Het is heel mooi geworden.’ Van Luyn en hij vullen elkaar perfect aan, vindt hij. ‘We dagen elkaar uit, voegen iets aan elkaar toe. Ook in muzikaal opzicht. Thomas maakt veel mannelijke bewegingen in zijn muziek. Als hij kans ziet om een noot hoger uit te komen, zal hij dat altijd doen.’Waarom is dat mannelijk? ‘Daar zit een fallische lading in. Het geeft een soort energie aan je muziek. Ik heb een sombere kant, ben een dramazoeker. Thomas zoekt altijd het zonlicht. Als je die dingen samenvoegt ontstaat er een mooie balans.’Toch zei Thomas: ‘Het zou mij niks verbazen als Mike uiteindelijk toch kiest voor de muziek.’ ‘Dat zou goed kunnen. Ik studeer sinds anderhalf jaar compositieleer aan het conservatorium. Er is een wereld voor me opengegaan. Daar zou ik me op den duur graag helemaal in storten.’Waar is Mike Boddé over tien jaar? ‘In een boerderijtje in de polder, met mijn vrouw Ineke aan de open haard. En in een klein studiootje bezig met muziek.’Weg van het theater? ‘Ik zal vast nog weleens wat doen. Maar voor mij is het geen heilig moeten meer. Dat is wel veranderd in mijn bestaan. Ik kan genieten van kleine, gewone dingen. Thomas durft nog ongebreideld te dromen. Die gaat nog steeds voor trapezes en olifanten. Ik droom ervan om met een campertje door Ierland te tuffen.’