Immuun voor koket leed van Frisch

Slim is regisseur Cyrus Frisch zeker. De afgelopen weken keerde bijna iedereen - acteurs, pers en het eerste try-out publiek - zich tegen hem....

Dus omarmt hij vanaf het begin alle kritiek, als had hij die zelf geregisseerd. Frisch laaft zich aan tegenstand: 'Ik ben pas gelukkig als het slecht met mij gaat. Dan weet ik waar ik sta. Als mensen mij zien als een loser verwachten ze ook niks van mij.' Hij citeert passages uit de brief waarin Marjon Brandsma, Kees Hulst, Hein van der Heijden en Gunilla Verbeke besluiten zich terug te trekken: 'Wij kunnen noch de groep, noch het publiek opzadelen met iets waarvan wij overtuigd zijn dat het nonsens is.' En hij spot met acteur Roeland Fernhout, die Frisch een zieke geest toedichtte, na een pijnlijke filmscène in Namibië met mismaakte aidslijders. Frisch doet alsof hij het allemaal had verwacht.Frisch (32) is gefascineerd door lijden. Een perfecte jeugd en een oma die alle drama's op televisie verzachtte met 'het is niet echt' hebben hem verward. 'Waarom zijn wij immuun geworden voor het leed van anderen?' vormt de centrale vraag van Ik ben bang. Hij zoekt antwoorden in woord en beeld. Haalt feitjes aan over ons immuunsysteem, toont fragmenten uit zijn oeuvre, dat vooral bestaat uit slepende opnames van daklozen en verslaafden. Die vallen tegen.Zijn teksten worden met de minuut koketter. Hij spreekt in paradoxen: 'Het enige dat me interesseert is dat het me niet interesseert.' Terloops herhaalt hij het verzoek van artistiek leider Ivo van Hove om voor een salaris van 50.000 gulden deze voorstelling te maken en van De Bezige Bij om een roman te schrijven. Alsof hij God zelf is in zijn eigen wereldbeeld, dirigeert hij de zaal naar een collectief spreekkoor. Het is verbijsterend hoe de zaal hem gehoorzaamt. Slechts één 'boe' en zes boze opstappers. De rest papagaait: 'Hebben we dan geen recht, om het niet te hoeven zien?'.En zo werkt hij het publiek als in een - zij het trage - one-man-show naar een climax: de vertoning van de roadmovie Weg naar de hel met Fernhout en Ellen ten Damme in de hoofdrol. Daarin toont hij zijn klasse. Prachtig licht en landschappen in een surrealistisch spel met vertraging, snelheid en scherptediepte. Zijn alter ego (Fernhout), in hetzelfde blousje als Frisch op toneel, rijdt naar de Hoorn van Afrika en laat zich onderweg door niets en niemand raken. Niet door een (geënsceneerde) martelscène, niet door een drievoudige verkrachting van de gewonde liftster (Ellen ten Damme) met wie hij een romance begint. Pas aan het slot, tussen de beruchte stand-in-stervenden, stromen de tranen over Fernhouts verweerde gezicht. Deze werkelijkheid is geen reality maar gecultiveerd lijden.Dat lijkt het antwoord van Frisch: film het lijden, zet een camera tussen jou en de ellende, ensceneer het desnoods, zodat je bij alles kunt zeggen - in de geest van zijn oma - 'het is maar fictie'. En het publiek? Dat applaudisseert beschaafd met één eenzaam 'yeah' en drinkt zijn premièreborrel. Niemand boos, gekwetst of aangedaan. Het immuunsysteem van theaterliefhebbers draait op volle toeren.