Rattle doorloopt Mahlers Zevende niet zonder trekkebenen

Symfonie nr 7 olv Simon Rattle. Amsterdam, Concertgebouw...

Verborgen in een kluis van het Concertgebouw ligt het manuscript van Mahlers Symfonie nr 7. Een oude schenking van Mahlers weduwe. Het Concertgebouw heeft gedaan wat Willem Mengelberg en de zijnen destijds moesten verzuimen: het heeft van deze Zevende een kleurenfacsimile laten drukken dat tot het fraaiste hoort dat op dit gebied te koop is.Als Simon Rattle, de dirigent die gisteravond met de Wiener Philharmoniker de Zevende met goed gevolg doorliep, zij het aanvankelijk niet zonder trekkebenen, er na afloop een gekregen heeft, dan heeft hij het verdiend. De Zevende doorloopt men niet zomaar, ook niet trekkebenend. Als Rattle een deel van zijn exemplaar heeft doorgegeven aan de tenorhoornist (het eerste deel), aan de koebellenbespeler (het tweede deel) en aan het gestopte trompettenpaar en de hobo's (ieder een paar bladzijden van het derde deel), dan had hij gelijk. Want die hielpen hem een eind op weg.Het was een mooie avond, maar niet zonder haken en ogen. Rechts achter de tenorhoornist, die zijn thema in het eerste deel (waarin 'de natuur toeoeoet zegt') als een ballon liet opbollen zonder hem te laten knappen, zaten vijf prachtige Weense hoorns. Sommige daarvan hadden het een ogenblik knap lastig. Er klonk een verslikking die er bij Mahler beslist niet staat, ook niet in het facsimile. De onvolprezen violen leken ook niet honderd procent op hun gemak, lieten in dit deel een kil geluid los, en intoneerden aan de hoge, soms al te hoge kant.Het tweede deel, een Nachtmusik, liet Rembrandtieke celli en contrabassen horen, en hemelse koebellen. En hoorns en violen die zich revancheerden in een lucide mars. Maar hier was de trompet toe aan een ongelukje, en dachten we dat Rattle eigenlijk zijn orkest van Birmingham had moeten meenemen.Het had er alle schijn van dat het verkwikkende van Rattles dirigeerkunst, gebaseerd op het muzikanteske credo 'jullie zijn er om míí van jullie noten te overtuigen', zich tegen Rattle keerde. Het ras voortmarcherende Allegro risoluto van het eerste deel klonk niet vastbesloten - eerder als een afwisseling op de schroomvalligheid die in de langzame passages werd geëtaleerd.Maar in het Scherzo, met zijn nachtgeesten die rondwervelen in de donkerte van het con sordino, bereikte Rattle de virtuositeit die hem voor ogen moet hebben gestaan. Zo'n klein kwartier waarin de hele mikmak vanzelf lijkt te gaan, was ook de tweede nachtmuziek, met de gitaar en de mandoline, waarin Rattle al aangevend, sussend, activerend, en accentuerend de stelling uitdroeg dat Mahler niet slechts negen symfonieën voltooide, maar ook een goed deel dicteerde van het oeuvre van Schönberg (Serenade, Pierrot lunaire).In de finale van de Zevende creëert Mahler, hand in hand met Richard Wagner, een soort tweede ouverture Meistersinger; het is een niet onomstreden finale, die door een landgenoot van Rattle, de Mahlervorser Deryck Cooke zelfs het etiket Kapellmeistermusik kreeg opgeplakt. Rattle had daar maling aan, joeg de Weners zonder over de schreef te gaan naar de toppen van hun kunnen, oogstte bravo's, en kreeg de kleurenkopie van een manuscript waarin hij in de eerste bladzijden kon lezen: Nicht schleppen.Roland de BeerMahlerfeest in Concertgebouw: vanavond Symfonie 9 olv Abbado. Mahlerfeest in tent: 10.00 film 12.30 lunchconcert, 14.30 documentaire Freud, 20.15 projectie Grote Zaal. Radio 4: 20.15 live-uitzending.