Nederland bevalt te technisch

Gerard Visser ziet niet dat zijn benadering van de zwangerschap juist het probleem veroorzaakt dat hij probeert op te lossen, stelt Wendy Schouten....

Wij vrouwen lijden en masse aan: te grote kinderhoofden, te smalle bekkens, placenta’s die de weg blokkeren, gevaarlijke navelstrengen, luie baarmoeders, kinderen in ‘verkeerde’ houdingen of bokkige kinderen die niet willen indalen. Steevast krijgen moeders na afloop van een gecompliceerde bevalling te horen: ‘Gelukkig maar dat u in het ziekenhuis was. Alleen had u het nooit gered.’ Vrouwen bevallen in Nederland van oudsher op natuurlijke wijze maar krijgen daarvoor tegenwoordig vrijwel uitsluitend technische steun. Bij hun bevalling worden zij omringd door een leger aan technici die hun niet goed vertellen wat zij zelf kunnen doen en bij de minste hapering met het mes zwaaien. Verloskundigen worden opgeleid als hbo-gynaecoloog die bij een bevalling om de paar uur de technische stand van zaken opneemt en dan weer vertrekt. Hun exclusieve rol als ‘vroede’ (is wijze) vrouw die vrouwen vertelt wat zij kunnen doen en hun steun en toeverlaat is in bange uren zijn zij al lang kwijt. Gerard Visser erkent dit gebrek in de zorg, maar hij lijkt zich er niet van bewust dat het juist aan de technische, probleemgerichte visie van wetenschappers als hem te danken is dat het vak van verloskundigen steeds meer is uitgehold. De wetenschap overschreeuwt het belang van liefdevolle zorg gebaseerd op ervaring en gevoel al decennialang met haar rationele aanpak. Daardoor ontbreekt in de moderne verloskunde de positieve basiszorg die vrouwen het hardst nodig hebben. Als reactie hierop is een aantal jaren geleden de ‘doula’ opgestaan om deze basiszorg te verlenen. Zij is een bevallingscoach die zich volledig in dienst stelt van de bevallende vrouw. Doula betekent in het Oud-Grieks dienende vrouw. Die term legt precies bloot waar het de moderne verloskunde aan ontbreekt: mensen die zich in dienst stellen van de vrouw die bevalt. Nog meer technisch ingrijpen biedt op zijn allerbest een marginale vooruitgang. Daar staat tegenover dat het enorm veel geld en inspanning kost en dat veel vrouwen en kinderen onnodig lijden aan de agressieve aanpak. Veel grotere stappen voorwaarts zijn te behalen als we de kern van het probleem aanpakken en vrouwen beter gaan ondersteunen in het natuurlijke proces van bevallen. Dit zal leiden tot daling van de sterftecijfers, ziektekosten en van het lijden van vrouwen en kinderen.