'Verdomme, hier ben ik groot geworden, dit is alles voor mij'

In het eerste deel van een wekelijkse serie: het verdriet van Piet Fransen....

'Kijk, daar hang ik', zegt hij trots. In het noodgebouw waar de administratie van FC Groningen huist, hangt hij aan de muur. Een zwartwitfoto waarop Piet Fransen in de jaren zestig een bal toucheert.Nog steeds hangt er in het Oosterpark een sfeer die niet bij de 21ste eeuw past. Bij de hoofdingang een emmer zand met daarbij een 'Peuken hier'-kartonnetje. Naast de kleedkamer een krijtbordje waarop de volgende thuiswedstrijd staat aangekondigd.Even later in de tien jaar oude businessruimte, waar een stortbui het gesprek overstemt: 'Ik loop hier al 48 jaar rond.' Niet gek dat hij inmiddels de titel 'Mister FC Groningen' op zijn naam heeft staan, wil hij maar zeggen.'Verdomme, zei ik toen ik hoorde dat we hier weg moeten. Hier ben ik groot geworden, dit is alles voor mij.' Als klein jochie groeide Fransen op in de Oosterpark-buurt, het sportpark was zijn speelterrein. Zijn vader, bekend als Schele Geert, speelde bij Velocitas, een van de voetbalverenigingen in Groningen en rivaal van GVAV (de voorloper van FC Groningen) en Oosterparkers, die beide in het stadion speelden.Fransen jr. werd ook lid van Velocitas - 'Ik had geen keuze' - en wordt nog steeds als verrader beschouwd. 'Ze hebben me hier altijd scheef aangekeken, we zijn nooit echte vrienden geworden. Als Oosterparker voetballen bij Velocitas kon absoluut niet.'Toen hij in 1956 overstapte naar GVAV, dat eredivisie speelde, zag Velocitas hem ook weer als verrader. 'Toen ik nog eens terugkwam vroeg men 'wat doe je hier, je bent een GVAV'er'. Nu vragen ze me wel eens om op de ouderen-soos te komen, maar dat doe ik niet meer. Dit is mijn club.'Hij ervoer de rivaliteit tussen de drie clubs aan den lijve. Maar vanaf het moment dat hij zijn eerste stappen bij GVAV zette, kreeg de club een speciale plek in zijn hart. 'De buurt - bijna allemaal duivenliefhebbers -, het stadion, koffie drinken op straat, het was net een dorp.' Drie jaar lang speelde hij bij Feyenoord (1964 tot 1967) en maakte met zes interlands zelfs even furore in het Nederlands elftal.De voetballer had geen tijd om heimwee te hebben, maar zijn vrouw - ook een echte Oosterparkse - verpieterde in Rotterdam. 'Ik had de keuze: afscheid nemen van mijn vrouw en kinderen of teruggaan naar Groningen. Ik heb voor het laatste gekozen, maar het was even slikken. Die laatste zondag stond ik zelfs opgesteld bij Feyenoord-Telstar én GVAV-ADO.' Hij slaat met z'n vuist op tafel: 'Ik heb voor GVAV gekozen.'Het voelde als thuiskomen. Hij bloeide op het veld helemaal op, evenals zijn vrouw thuis. Fransen geeft toe, het Oosterpark laat een mens beter voetballen. 'Hier kon ik alles. Het publiek is zó fanatiek, daar kreeg ik een kick van. Dertienduizend supporters in de eerste divisie', benadrukt hij. 'In de jaren zestig had men het zelfs over het GVAV-kwartiertje.'Op zijn 37ste nam hij in een door hemzelf georganiseerde wedstrijd tegen FC Brugge afscheid. 'Frans Derks trok expres een rode kaart en ik vertrok. Dan huil je als een kind. Afscheid nemen van dat veld, mijn veld, ik vergeet het nooit meer. Als ik nu het veld oploop voel ik dat nog steeds zo. Mensen noemen me dan weer Pietje.'Hij is nooit meer weggegaan. Na het einde van z'n loopbaan kwam hij in de scouting terecht. Als 69-jarige doet hij dat nog steeds, evenals het chauffeuren van jonge talenten. Fransen geniet ervan, maar zijn gezicht betrekt als het woord 'afscheid' valt. 'Ik kan me niet voorstellen dat hier woningen gebouwd gaan worden. De wijk Oosterpark zonder stadion is Oosterpark niet meer.'