Twitter neemt wetenschap steeds meer de maat
© Altmetric.com

Twitter neemt wetenschap steeds meer de maat

Hoe invloedrijk is een wetenschappelijk artikel? Sociale media zijn een serieuze aanvulling aan het worden op de traditionele manieren om te tellen hoe vaak een artikel wordt geciteerd.

Wiley, Springer, Elsevier: grote wetenschappelijke uitgevers hebben groeiende belangstelling voor het inzetten van sociale media als Twitter om de wetenschap de maat te nemen. Zogeheten altmetrics beginnen een serieuze aanvulling te worden op de traditionele citatie-indices die aangeven hoe vaak een gepubliceerd artikel wordt aangehaald in andere artikelen.

'We hebben met alle grote partijen inmiddels wel een keer aan tafel gezeten', zegt nieuwe-mediawetenschapper dr. Paul Groth van de VU. De Amerikaanse uitgever MacMillan ging tot nog toe het verst en begon een nieuw bedrijf, Altmetric.com, dat snel de wetenschap doorlicht op basis van wat er gaande is in online sociale netwerken.

Op een moderne manier monitoren
In 2010 was Groth een van de namen onder een internationaal manifest waarin werd opgeroepen om hedendaagse wetenschap ook op een modernere manier te monitoren: via sociale media; van Twitter tot speciale netwerken. Andere initiatiefnemers kwamen van Wikimedia en het grootste open access-tijdschrift PLOS.

Ruim twee jaar later, zegt de Amsterdamse onderzoeker, is altmetrics een serieus begrip aan het worden. 'De traditionele bibliometrie is te traag en te beperkt. Citaties komen pas na jaren. En het gaat alleen over artikelen. Terwijl er zoveel meer is: boeken, blogs, software, datasets. Nu zie je echte altmetrics-tools op de markt komen die de waardering daarvan snel kunnen meten, tips leveren en trends onderkennen.'

Altmetrics, onderstreept Groth wel, is een aanvulling op de traditionele methodes om de impact van artikelen via citaties te meten. 'Een tweet over mijn werk weegt natuurlijk niet zo zwaar als een formele referentie. Maar inmiddels is er ook serieus onderzoek dat laat zien dat er een verband is tussen de intensiteit van het gesprek op sociale media, en belangrijke publicaties in de traditionele zin. Het is het enthousiaste gesprek van de dag bij de koffiemachine, dat je via Twitter opeens meeluistert.'

De grote uitgevers, verklaart Groth de vlotte opmars van altmetrics, hebben niet zozeer belang bij het uitgeven zelf, maar vooral bij het leveren van toegevoegde waarde voor hun gebruikers. 'Snelle indicatoren voor wat er toe doet en wat niet, past helemaal in hun verdienmodel', zegt hij. De technologie van altmetrics.com wordt inmiddels ook toegepast op alle tijdschriften van Elsevier.

Eigen online-gemeenschap
Andere initiatieven gaan alweer een stap verder. Bijvoorbeeld het nieuwe webdepot Mendeley.com is nadrukkelijk niet alleen een opslag voor gepubliceerde en nog ongepubliceerde artikelen, maar ook een eigen online-gemeenschap van onderzoekers. Mendeley analyseert het aangeleverde materiaal en zoekt naar trends, steekwoorden, verbanden, referenties. Individuele deelnemers krijgen suggesties voor artikelen en onderzoekers die relevant lijken voor wat ze zelf doen. Ook heel interessant, zegt Groth, is de mogelijkheid om te zien wie er je artikelen leest. 'Dat is nog geen citatie, maar toch belangrijke informatie.'

Groth geeft dinsdag een lunchlezing in Amsterdam in het kader van de jaarlijkse Open Access week, die aandacht vraagt voor alternatieven voor de traditionele uitgeefwereld. Al dan niet onder druk stappen steeds meer uitgevers over op open access; de artikelen zijn dan vrij toegankelijk, de publicatie wordt betaald door auteurs en hun financiers zelf.

Een ontwikkeling die de opkomende altmetrics zeker in de kaart speelt, zegt Groth. 'Een artikel dat je gewoon kunt aanklikken zonder betaalmuren of gedoe, is in de context van de sociale media natuurlijk in het voordeel, daar kun je gemakkelijk over twitteren. En het omgekeerde geldt: naarmate waardering via Twitter belangrijker wordt, is het ook belangrijker om je artikelen in open access te publiceren.'