‘Slachterij kreeg dode dieren binnen’

‘Ik heb dode dieren aangevoerd zien worden, en beesten waarvan de poten waren gebroken,’ zegt voormalig keuringsassistent Robert Vreven.

‘Ik heb dode dieren aangevoerd zien worden, en beesten waarvan de poten waren gebroken.’ Twee jaar lang, tot anderhalf jaar geleden, was Robert Vreven (42) keuringsassistent bij vier slachterijen. Toen vorige week verhalen bekend werden over misstanden, over varkens die levend in kokend hete baden gaan, over kippen die niet goed worden geslacht, zodat ze levend worden versneden, besloot hij stichting Varkens in Nood te bellen. Wat doet een keuringsassistent?‘Ik heb voornamelijk bij een kalfsslachterij in Den Bosch gewerkt. Rond zeven uur begon de werkdag. Dan kwamen de beesten eraan. Ik stond met een collega op een bordes, niet groter dan een tafel, met sterilisatoren voor de messen – maar die stonden meestal niet aan. Per uur komen er tussen de 90 en de 110 geslachte kalveren langs die je moet keuren. Het opengesneden karkas hangt, erbij hoort een bak mee te lopen waarin de darmen zitten. Die moet je eigenlijk ‘palperen’, voelen of er afwijkingen zijn. Maar daar waren geen mensen voor. De lever, het hart en de kop moeten ingesneden worden. Soms kreeg je van zo’n slachterij te horen dat je niet in de lever mocht snijden. Kalfslever hebben ze liever heel, anders worden die veel minder waard.’ Wat ging er verder mis?‘We hebben beesten gezien waarvan we zeker wisten dat er iets mis mee was. Dat hebben we gemeld aan de dierenarts, die bevestigde dat. Dan worden die dieren apart gehangen. De volgende dag kwamen we terug, en die beesten waren weg.’ Verwerkt?‘Gewoon weg. Naar Italië ofzo. Gebeurt gewoon. Klaar.’Zag u wat er levend binnenkwam?‘We zijn wel eens wezen kijken, dat wil je niet weten. Als de beesten uit Polen kwamen, of uit het oude Oost-Duitsland, die zagen er niet uit. Uitgeblust. Volgens de norm mag je die niet slachten, die moeten 24 uur rusten, maar dat gebeurt niet. Ik heb ook wel dode dieren aangevoerd zien worden, en beesten waarvan de poten waren gebroken. Werden gewoon van de wagen afgegooid. Op zo’n transport, zonder water, waar het 20 graden vriest, daar kunnen ook jonge kalveren niet tegen.’ Was dat de uitzondering?‘Nee, standaard. Soms kwam wel de helft op een werkdag uit Polen of de Oekraïne. We slachtten er zo’n 700 per dag. Dat gaat grotendeels naar het buitenland.’En wrak vee, zieke of beschadigde beesten die eigenlijk niet getransporteerd mogen worden?‘Dat kwam ook binnen. Als een transporteur tegen zo’n boer zegt: dat neem ik niet mee, dan krijgt hij de rest ook niet mee. Dag geld. Zo gebeurt het.’ Is daar geen controle op?‘Nee, ook niet bij de slachterij. Zieke beesten worden aan het einde van de dag geslacht, zodat ze de lijn niet besmetten. De lijn wordt eerst schoongemaakt, nou ja, natgespoten en klaar. ’ Hoe was het gesteld met de controle op voedselveiligheid?‘Je moet een stuk uit de hersenstam snijden om te kijken of een rund BSE heeft. Dat moet naar het laboratorium. Maar op kleine slachterijen hebben de kalveren niet altijd oornummers. Dan stelt die controle niets voor, als je niet weet bij welk dier dat hoort. En als ik dat meemaak, dan zijn dat er meer.’ Wat deed u als er iets fout zat?‘Dan moet je maar eens proberen die lijn stil te zetten. Die mensen daar staan per stuk te werken, dan heb je zo een mes langs je lijf.’Heeft u geklaagd?‘Ja, maar daar werd niets mee gedaan. Iedereen die commentaar had, vloog eruit. Tegenwoordig is de controle in slachterijen in handen van KDS, een bedrijf van de sector. Maar dat bedrijf verzekert ook het vee, zodat het moet betalen als dieren worden afgekeurd.’