Een rechtbanktekening tijdens de uitspraak in de eerste twee zaken tegen mensen die volgens justitie vanuit Nederland naar Syrië wilden om te vechten in de jihad.
Een rechtbanktekening tijdens de uitspraak in de eerste twee zaken tegen mensen die volgens justitie vanuit Nederland naar Syrië wilden om te vechten in de jihad. © ANP

Kabinet: 25 miljoen extra voor AIVD vanwege 'toegenomen dreiging'

Het kabinet trekt vanaf volgend jaar 25 miljoen euro extra per jaar uit voor de veiligheidsdienst AIVD. Minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) heeft dat aan de Tweede Kamer gemeld.

Het AIVD-rapport 'Transformatie van het jihadisme in Nederland' spreekt over een 'agressief Nederlands antiwesters jihadisme'

Het extra geld wordt vrijgemaakt vanwege 'toegenomen dreigingen', schrijft Plasterk in zijn brief. 'Jihadisten en terugkeerders uit oorlogsgebieden vormen een substantiële bedreiging voor ons land. Ook de onrust bij de buitengrens van Europa - zoals Oekraïne - en cyberdreiging zijn toegenomen.' Het dreigingsbeeld is sinds de start van dit kabinet in 2012 'steeds negatiever' geworden.

Eerder afgesproken maatregelen die moesten leiden tot een bezuiniging door efficiencyverbetering blijven wel van kracht, aldus Plasterk. Ook is het nog steeds de bedoeling dat de AIVD en de militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst MIVD samen in een gebouw komen te zitten.

Plasterks besluit, dat hij mede namens minister van Defensie Jeanine Hennis (verantwoordelijk voor de MIVD) bekendmaakt, komt nadat de AIVD maandagochtend meldde dat de afgelopen twee jaar al veertien Nederlandse jihadstrijders zijn omgekomen in Syrië en Irak. Volgens Dick Schoof, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), is de dreiging van teruggekeerde jihadisten in Nederland zorgelijker dan ooit.

'Veelomvattende' terroristische dreiging
De toezegging van Plasterk volgt op een brief van minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie. Hij liet vanmorgen weten dat Nederland alle beschikbare middelen zal inzetten om de 'veelomvattende' terroristische dreiging van jihadisten aan te pakken. De 'nadrukkelijke aanwezigheid' van de internationale jihadistische beweging in Nederland maakt dit volgens de minister noodzakelijk.

Nederland gaat de gevaren bestrijden door een zeer intensieve nationale en internationale uitwisseling van informatie over onder meer reisbewegingen van jihadstrijders. Dit gebeurt ook over contacten tussen extremisten.

Het risico van iedere persoon die terugkeert uit Syrië of Irak wordt in kaart gebracht. Op basis daarvan worden specifieke maatregelen genomen. Verder wordt het uitreizen van jihadgangers 'met alle beschikbare middelen' belemmerd. Dat gebeurt onder meer door het bevriezen van tegoeden en het intrekken van paspoorten.

Veel maatregelen moeten de serieuze dreiging op lange termijn tegengaan, laat de minister weten. Uit onderzoek van de geheime dienst AIVD blijkt dat die er is. De dienst bracht hierover maandag een rapport naar buiten.

Agressief Nerderlands antiwesters jihadisme
Het AIVD-rapport Transformatie van het jihadisme in Nederland spreekt over een 'agressief Nederlands antiwesters jihadisme'. De beweging heeft honderden aanhangers en enkele duizenden sympathisanten. Hoewel de focus nu, in daad en woord, ligt op de strijd in Syrië en Irak, is het volgens de dienst 'zeker voorstelbaar dat de beweging zich met geweld tegen de Nederlandse samenleving zal keren'.

Ze boeken geen enkele reizen meer, maar retourtickets om een vakantie of zakenreis te fingeren

Zo'n scenario is denkbaar als moslimjongeren het gevoel krijgen (of krijgen aangereikt door de jihadistische propaganda) dat ze stelselmatig worden vernederd en onderdrukt in Nederland. Of als Nederland nauwer betrokken raakt bij militaire conflicten in islamitische landen. Concrete aanwijzingen dat aanslagen in Nederland worden voorbereid, lijke NCTV en AIDV niet te hebben. De Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) handhaaft het dreigingsniveau op 'substantieel'.

Begin vorig jaar waarschuwden de diensten al voor in Syrië ideologisch en militair geschoolde jihadstrijders, die bij terugkeer een gevaar vormen voor Nederland (en ander Europese landen). De aanslag in mei op het Joods Museum in Brussel, waarvan de Franse Syriëganger Mehdi Nemmouche wordt verdacht, toont aan dat de risico's reëel zijn. Europese jihadstrijders kunnen worden aangestuurd door terreurgroepen met een mondiale agenda die actief zijn in Syrië en Irak, zoals Jabath al-Nusra en ISIS, en die hen 'tasken' voor aanslagen in het Westen.

Jihadi's kunnen volgens de AIVD ook op eigen initiatief, uit haat of traumatisering, overgaan tot het plegen van aanslagen. Die kunnen gericht zijn tegen de Nederlandse overheid, de Nederlandse samenleving, of specifieke bevolkingsgroepen als joden, sjiieten (die in hun propaganda  vaak worden aangeduid als hun 'grootste vijanden, erger dan de ongelovigen'), en gematigde moslims die zich verzetten tegen het jihadisme.

Getraumatiseerde jongeren
Ook kunnen getraumatiseerde jongeren crimineel gewelddadige gedrag gaan vertonen. Eind mei arresteerde de Haagse politie een 21-jarige teruggekeerde Syriëganger, die bezig zou zijn geweest met voorbereidingen voor een gewapende overval.

De huidige generatie jihadi's gaat veel professioneler te werk dan de jongeren die zo'n tien jaar geleden actief waren in het Hofstadnetwerk. Door de internationale contacten en de intensieve uitwisseling van informatie op internet en via sociale media beschikken ze over veel meer en betere kennis. Ze boeken bijvoorbeeld geen enkele reizen meer, maar retourtickets om een vakantie of zakenreis te fingeren. Jongeren die weten dat ze door de diensten in de gaten worden gehouden, vragen nieuwe, nog niet bij internationale autoriteiten bekende reisdocumenten aan.

Jihadi's die Syrië hebben bereikt, geven tips door aan hun 'broeders' in Nederland. Zo circuleerde, kort nadat de eerste groep Hollandse strijders begin 2013 in Syrië was aangekomen, in Nederlandse jihadkringen een A4'tje. Daarop stond de reisroute naar Syrië via Turkije en telefoonnummers van faciliterende 'broeders' en andere relevante internationale contacten.

Ze opereren ook veel openlijker en zelfverzekerder in allerlei digitale vormen. Die jihadistische propaganda heeft een aanzuigende werking op moslimjongeren in Nederland. Maar, waarschuwt de AIVD, die openheid is voor een deel ook een façade. Heimelijkheid is nog net zo belangrijk. Ervaren 'broeders' zijn veiligheidsbewust, weten dat ze gevolgd worden op internet, zoeken de grenzen op van de wet, en instrueren jongeren die nog groen zijn in de beweging.  

Toegenomen professionaliteit
Door die toegenomen professionaliteit worden overheidsinterventies bemoeilijkt, stelt de AIVD. Tegelijkertijd constateert de dienst dat de weerstand van zowel overheidsinstanties als de moslimgemeenschappen tegen radicalisering is afgenomen. Na afsluiting van het Actieplan Polarisatie en Radicalisering in 2011 verslapte de aandacht van de politiek. De financiering van specifieke projecten en trainingen stopte, terwijl de radicalisering onderhuids doorging.

Zo konden jonge, niet aan moskeeën gelieerde onafhankelijk salafistische (ultra-orthodoxe) predikers, vrijwel onopgemerkt het land doorreizen. Lessen aanbieden aan jonge kinderen en zo 'onverdraagzame en zelfs jihadistische geloofopvattingen' overdragen. De AIVD heeft aanwijzingen dat dergelijke lessen op verschillende plaatsen in het land worden gegeven in onder andere buurthuizen.