Roemeens arbeidskrachten telen in de zomer aardbeien in het Brabantse Galder.
Roemeens arbeidskrachten telen in de zomer aardbeien in het Brabantse Galder. © ANP

Vijf redenen waarom we bang zijn voor Bulgaren (en dat niet hoeven te zijn)

De meeste Nederlanders, minister Asscher (Sociale Zaken) incluis, zien het niet zitten, maar vanaf 1 januari mogen Bulgaren en Roemenen hier zonder vergunning werken. Zal dat problemen geven? Vijf redenen waarom we vaak bang zijn voor de komst van Bulgaren en Roemenen, terwijl dit lang niet altijd terecht is.

 
Er zijn al ongeveer vijftigduizend Bulgaren en pakweg evenveel Roemenen. Veel meer komen er niet, hooguit nog enkele duizenden.

1. Er komt een stroom migranten uit Bulgarije en Roemenië bij
Er zijn in Nederland ongeveer 350 duizend MOE-landers, migranten uit Midden- en Oost-Europa. De helft van hen komt uit Polen. 'Komen ze of zijn ze er al', zegt hoogleraar sociologie Godfried Engbersen van de Erasmus Universiteit Rotterdam. 'Er zijn al ongeveer vijftigduizend Bulgaren en pakweg evenveel Roemenen. Veel meer komen er niet, hooguit nog enkele duizenden. De angst voor een migrantenstroom is overdreven. In vergelijking met de Polen zijn er niet eens zoveel Bulgaren en Roemenen. Er zijn maar 7,5 miljoen Bulgaren. En ook toen de Polen in 2007 geen werkvergunning meer nodig hadden, leidde dat daarna niet tot een sterke stijging van het aantal migranten uit Polen.' De crisis heeft ook een dempende werking. 'Toen de Polen kwamen ging het economisch geweldig', zegt Albert Jan Maat van LTO Nederland. 'Maar zij waren al gewend om in Duitsland seizoenswerk te doen en trokken op een gegeven moment verder, naar Nederland. Roemenen en Bulgaren kennen dat minder.'

2. Arbeidsmigranten worden uitgebuit
Wereldberoemd in Nederland: de aspergeteelster in Someren die tot drie jaar cel werd veroordeeld wegens mensenhandel. Ze liet Roemenen, Polen en Portugezen zeven dagen per week tien tot veertien uur per dag werken voor minder dan het minimumloon en had erbarmelijke huisvesting geregeld. 'Dat kan natuurlijk niet door de beugel', zegt Engbersen. 'Maar gelukkig komt dit niet op grote schaal voor. Er wordt wel veel via schijnconstructies gewerkt, met name de bouw en het vrachtvervoer zijn daar gevoelig voor.'
Het aanpakken van schijncontructies is lastig, omdat ze via het buitenland lopen.

 
Gemiddeld genomen is er geen sprake van verdringing en er ontstaat er ook extra werkgelegenheid.

3. De overlast in steden neemt toe
'Er komen na 1 januari Bulgaren en Roemenen bij, dus als er problemen zijn zullen die niet kleiner worden', zegt Arjan Heyma, arbeidseconoom van SEO Economisch Onderzoek. 'Maar er wordt geen grote en snelle toename verwacht. Dat geldt vermoedelijk ook voor de bijbehorende problemen.'
De immigratie heeft zeker schaduwkanten, zegt Engbersen. 'Maar arbeidsmigratie is niet nieuw en er zijn steden die al drie stappen vooruit hebben gezet. En laten we de overlast niet overdrijven. Het gaat om wijken, plekken, plekjes. Waar bij een supermarkt veel bier wordt verkocht en mensen in het weekend dronken worden. Stotterend zie je gemeenten beleid ontwikkelen.'

4. Banen worden ingepikt
Er zijn 350 duizend arbeidsmigranten aan het werk, terwijl er bijna 700 duizend Nederlanders thuis werkloos op de bank zitten. 'Gemiddeld genomen is er geen sprake van verdringing en er ontstaat er ook extra werkgelegenheid', zegt arbeidseconoom Heyma. Zonder arbeidsmigranten zouden er in Nederland geen asperges en aardbeien meer worden verbouwd, stelt hij. 'Er treedt wel verdringing op door de Poolse klusser of de Roemeense schoonmaker, maar ook dat is heel beperkt.' Wel ontstaan er problemen als migranten voor minder dan het minimumloon werken.

5. De sociale zekerheid wordt misbruikt
Een kleine zesduizend MOE-landers deden in 2010 een beroep op WW en bijstand, volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 'De meeste arbeidsmigranten doen seizoenswerk en om voor drie maanden WW in aanmerking te komen, moet je 26 weken werken. Dat halen de meesten dus niet', zegt Heyma. 'Arbeidsmigranten die geen werk meer hebben gaan meestal terug, maar naarmate er meer blijven neemt het beroep op uitkeringen toe', zegt Engbersen. 'Maar wie vestigt zich hier? Dat zijn degenen die een stabiele baan hebben.'