Babysterfte in Nederland daalt, maar is nog steeds hoog
© THINKSTOCK

Babysterfte in Nederland daalt, maar is nog steeds hoog

De babysterfte in Nederland blijft relatief hoog. Uit een Europees onderzoek blijkt dat ons land de op vijf na hoogste babysterfte heeft. Vijf jaar geleden had Nederland nog de op twee na hoogste babysterfte.

In het grote vijfjaarlijkse Peristat-onderzoek gaat het om de sterfte in 2010 van kinderen voor, tijdens of in de eerste vier weken na de geboorte, na een zwangerschap van 22 weken of langer. 29 landen en regio's in Europa werden onderzocht.

In Nederland daalde deze zogenoemde perinatale sterfte met 14 procent: van 10,5 per duizend baby's in 2004 naar 9 per duizend in 2010. Daarmee stijgt Nederland van de derde plaats van onderen naar de zesde plaats van onderen. Alleen de regio Brussel, Frankrijk, Hongarije, Roemenië en Letland doen het slechter. Cyprus, IJsland en Portugal hebben de laagste babysterfte.

Middenmoot
Het onderzoeksinstituut TNO, dat het Nederlandse deel heeft verzorgd, vindt de cijfers beter vergelijkbaar als andere normen worden gehanteerd. Als wordt gekeken naar de sterfte voor de geboorte na 28 weken zwangerschap en sterfte na de geboorte na minimaal 24 weken zwangerschap, belandt Nederland in de Europese middenmoot.

Nederland heeft al jarenlang een van de hoogste babysterftecijfers van Europa. Als verklaring wordt vaak het systeem genoemd waarin verloskundigen en gynaecologen gescheiden werken en weinig van elkaar moeten hebben. In noodgevallen zou de overdracht tussen verloskundigen en de gynaecoloog in het ziekenhuis slecht verlopen.

Critici wezen ook naar de typisch Nederlandse thuisbevalling, al werd nooit aangetoond dat die gevaarlijker zou zijn dan het ziekenhuis. Wel bleken veel eerste thuisbevallingen door problemen alsnog in het ziekenhuis te eindigen.

Weinig verbetering
De slechte cijfers leidden tot veel ophef. Eind 2009 omarmden alle betrokken partijen een maatregelenpakket om de babysterfte terug te dringen. Dat de nieuwe cijfers uit 2010 weinig verbetering laten zien, is volgens hoogleraar Koos van der Velden, voorzitter van de stuurgroep die het pakket bedacht, niet vreemd. 'Je kunt niet verwachten dat het in een jaar al beter is.'

Er is al veel ten goede gekeerd, stelt hij. 'Er wordt beter samengewerkt, er worden betere afspraken gemaakt. Maar wat nog beter moet, is de zorg voor vrouwen in achterstandswijken. 'Ook de perverse financiële prikkel die verloskundigen stimuleert bevallende vrouwen langer thuis te houden, is volgens hem nog altijd niet gestopt.