© thinkstock
© thinkstock © UNKNOWN

Nederlanders in buitenlandse cel onvoldoende bijgestaan

Nederlanders die in het buitenland gevangen zitten, worden onvoldoende bijgestaan door de eigen overheid. Misstanden worden door diplomaten maar zelden aan de kaak gesteld. De financiële steun die de ongeveer 2.500 gevangenen ontvangen, is veel te willekeurig.

Dat meldt de Volkskrant vandaag op basis van een onderzoek van de IOB, de organisatie die het internationale beleid van alle ministeries inspecteert. De inspectie heeft de indruk dat ambassades en consulaten de lokale autoriteiten 'soms liever niet aanspreken op misstanden en ongelijke behandeling' van gevangenen. Dat zou vooral gebeuren omdat diplomaten meer waarde hechten aan een goede relaties met gezaghebbers.

Te weinig bezoek
Het bezoek dat diplomaten afleggen aan gedetineerde Nederlanders schiet volgens de IOB tekort. Ambassades en consulaten worden verondersteld iedere gevangene tweemaal per jaar te bezoeken. Dat werk wordt nu goeddeels overgelaten aan Reclassering Nederland en aan de particuliere hulporganisatie Epafras.

Zakgeldbeleid
De IOB heeft ook kritiek op het 'zakgeldbeleid' dat Buitenlandse Zaken hanteert. Alleen gevangenen buiten Europa ontvangen 30 euro per maand. Voor die toelage zouden de detentieomstandigheden bepalend moeten zijn, vindt de IOB, en niet het land waar de gevangene zich bevindt.

Het IOB-onderzoek wordt binnenkort, met de reactie van minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken, naar de Tweede Kamer gezonden.