(Het kind op de foto komt niet voor in het verhaal) © anp
(Het kind op de foto komt niet voor in het verhaal) © anp © UNKNOWN

'Jeugdzorg te afwachtend bij kindermishandeling'

AMSTERDAM - Jeugdzorginstellingen blijven te lang hopen op de medewerking van ouders. Daardoor zijn zij onvoldoende in staat om adequaat in te grijpen bij meldingen van mogelijke kindermishandeling.

Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid, onder leiding van Pieter van Vollenhoven, na het bestuderen van 27 gevallen van kindermishandeling met een fatale of bijna fatale afloop. De overheid kan haar verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het kind hierdoor onvoldoende waarmaken, schrijft de raad in een kritisch rapport dat vandaag is verschenen.

Terughoudend
Volgens de onderzoeksraad stelt de jeugdzorg in Nederland zich te terughoudend op bij het ingrijpen in de privésfeer van gezinnen. Jeugdzorgmedewerkers moeten zich bij een melding niet afhankelijk opstellen van medewerking van de ouders, adviseert de raad. Om een risico-inventarisatie van de gezinssituatie te kunnen maken, moeten ze immers kunnen beschikken over alle relevante informatie.

Daarnaast vindt de onderzoeksraad dat de overheid de regie wat meer naar zich toe moet trekken door jeugdzorginstellingen nauwer te laten samenwerken met andere professionals, zoals bijvoorbeeld forensisch deskundigen en medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdiensten.

De raad adviseert minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en minister Opstelten van Veiligheid en Justitie om met de betrokken instellingen om tafel te gaan zitten.

Tuchtrecht
Eind 2009 kondigde toenmalig minister Rouvoet van Jeugd en Gezin aan dat hij het tuchtrecht wil invoeren voor medewerkers in de jeugdzorg. Zij moeten dan voor de tuchtrechter verschijnen als ze in hun werk ernstige fouten maken. Volgens de Onderzoeksraad is dat echter geen goed instrument, omdat 'de professionaliteit in de jeugdzorg nog in de kinderschoenen staat'. Bovendien is het tuchtrecht teveel gericht op het individu en blijven instellingen buiten beeld, meent de raad.

De Onderzoeksraad pleit er wel voor dat er standaard een systematisch onderzoek wordt gedaan naar de oorzaken van - al dan niet fatale - voorvallen. Bij 5 van de 27 door de raad onderzochte gevallen is een openbaar onderzoek gestart. Volgens de raad moet dit standaard gebeuren, zodat de betrokken instellingen beter leren van de eventueel gemaakte fouten. Nu is het volgens de raad nog zo dat de betrokken instellingen de geleerde lessen nog niet of nauwelijks met elkaar delen.

In Groot-Brittannië is een openbaar onderzoek verplicht als een kind overlijdt of ernstige gewond raakt en er een vermoeden is van mishandeling of verwaarlozing.