De Nederlandse huizenmarkt koelt af

De huizenprijzen zullen ook dit jaar weer stijgen, denken de NVM en de Rabobank. Het wordt spannend of de huizenmarkt de inflatie kan verslaan.

Het IMF hield bijvoorbeeld geen rekening met de mogelijkheid de hypotheekrente af te trekken, wat de woonlasten sterk omlaag brengt en de huizenprijzen opdrijft. Ook de krapte op de woningmarkt in het drukke Nederland, met zijn sterke toename van kleinere huishoudens, werd niet meegenomen in de conclusie dat sprake was van een ‘luchtbel’ in de huizenprijzen. De huizenprijzen zullen ook dit jaar weer stijgen, denken de NVM en de Rabobank, die kortgeleden met eigen huizencijfers kwamen. De makelaars denken aan 2 procent, de bank aan 3,25 procent. Het wordt spannend of de huizenmarkt de inflatie kan verslaan. Wel groeit het aanbod; huizen staan steeds langer te koop. In Amsterdam, waar eind vorig jaar de prijzen sterk stegen, was weer sprake van een prijsdaling. Tijd om te verkopen?
Nee, zegt Jeroen Stoop, directeur van Makelaarsland, een prijsvechter in de makelaardij. ‘De media zaaien snel paniek. Er is genoeg werkgelegenheid en bedrijven geven geen winstwaarschuwingen af. De beurs beweegt wel wat, maar dat wordt ook nog niet echt spannend. In de huizenmarkt gaan we naar een normaal evenwicht toe. Als sprake zou zijn van een serieuze economische neerval en de plotse oplevering van 120 duizend nieuwbouwwoningen, dan zou dat misschien enige invloed hebben op de prijzen. Maar beiden zie ik niet gebeuren.’Nu kopen dus?
In jaren met prijsstijgingen van 10 tot 12 procent had je ook kunnen beslissen om te wachten, zegt Hans André de la Porte, woordvoerder van Eigen Huis, een vereniging van huiseigenaren. ‘Toen leken de prijzen ook niet verder omhoog te kunnen. Achteraf gezien was het een goede beslissing om toen te kopen. De prijzen zijn niet meer gedaald. Dat zit er nu ook niet echt in. ‘De huizenmarkt ziet er beter uit. De markt is afgekoeld. Huizen staan langer te koop. Voor verkopers betekent dat meer onzekerheid. Kopers staan minder onder druk. Mensen hebben de tijd om het aanbod te vergelijken en een bouwkundige keuring te laten verrichten. Ze kunnen weer onderhandelen over de prijs, in tegenstelling tot de jaren negentig. ‘Voor courante huizen bestaat nog steeds veel belangstelling. Maar als het huis een nadeel heeft, of het nu gaat om de locatie, de omgeving, het onderhoud of de inrichting, dan staat zo’n huis veel langer te koop.’De kredietcrisis zal toch ook de Nederlandse huizenmarkt wel raken?
Econoom Martijn de Jong-Tennekes van de Rabobank: ‘Amerikaanse toestanden zijn hier niet waarschijnlijk. In Nederland zijn de hypotheken gefinancierd op het inkomen. In de VS werd ook gekeken naar de verwachte prijsstijging van een huis. Vervolgens bleef de prijsstijging uit en kwamen mensen in de problemen.’Wordt de vraag niet ingehaald door al die nieuwbouw?
Het aantal bouwvergunningen voor nieuwbouwhuizen stijgt, zegt een woordvoerster van OTB, een instituut voor bouw- en woononderzoek. ‘Maar die stijging is niet zo sterk dat we hiervan grote effecten op de huizenprijzen kunnen verwachten. In Nederland is het tekort aan huizen het grote probleem.’Eigen Huis-woordvoerder André de la Porte: ‘Vooral aan kwalitatief goede woningen is een groot gebrek. Men bouwt de verkeerde woningen, zoals appartementen. Dus het tekort wordt niet sterk ingelopen. Het grote probleem zit in de doorstroming. Starterswoningen blijven te lang bezet omdat de bewoners geen goed alternatief kunnen vinden. Voor starters is het dus moeilijk een huis te vinden.’Wat brengt de toekomst?
Econoom De Jong-Tennekes van de Rabobank: ‘Grote risico’s voor de Nederlandse huizenmarkt lijken er niet te zijn. Het tekort aan huizen is daarvoor nog steeds te groot. Ja, meer echtscheidingen zou de huizenmarkt onder druk kunnen zetten. Dat zou mensen kunnen dwingen hun huizen snel te verkopen.’Stoop van Makelaarsland: ‘Ik maak me geen zorgen. Onroerend goed is al vijftig jaar een goede belegging. Ik verwacht dat dat zo blijft. Van alle kanten hoor ik nog steeds dat er goed wordt verkocht. De vraag naar een eigen huis is in Nederland nu eenmaal veel groter dan in het buitenland. Er zijn ook nog steeds genoeg ouders die hun kinderen willen helpen met de aankoop van een huis. En, het klinkt misschien wrang, hun welvaart zal op enig moment ook worden overgedragen op een volgende generatie. Ook dat legt een bodem in de huizenmarkt.’