Kunst brengt nieuwe rituelen rondom de dood

In fort Vijfhuizen in Haarlem is gisteren de eerste grafsteen gelegd voor een kunstproject van Hans van Houwelingen. Van Houwelingen hoopt ongeveer 250 grafstenen bij elkaar te brengen op een wal achter het 19de-eeuwse fort, dat sinds een paar jaar dienst doet als expositieruimte....

De grafstenen worden ‘gerecycled’: Van Houwelingen vraagt via begraafplaatsen aan nabestaanden of grafstenen van geruimde graven gebruikt kunnen worden. ‘Moreel en juridisch is alles doorgesproken.’ Bij de eerste ‘steenlegging’ hadden de nabestaanden bloemen meegenomen. Volgens Van Houwelingen, die veel bekende kunstwerken in de openbare ruimte heeft gemaakt, ervaren de nabestaanden dat de steen ‘nu pas echt rust heeft gevonden’.Het project Sluipweg (waar langs de dood heeft weten te ontsnappen) (www.kunstfort.nl) verwijst volgens de kunstenaar in eerste instantie naar het fort zelf: een plek gemaakt om te vechten en te sterven, maar waar in werkelijkheid niets is gebeurd. ‘Om de romantische mythe te bestendigen, wilde ik er de dood introduceren.’ Daarnaast gaat het Van Houwelingen om ‘na te denken over de dodencultuur in Nederland’. Herdenken en herinneren is ingewikkeld geworden, en ‘eeuwige rust erg betrekkelijk’: ‘Je kunt geen graf meer kopen, alleen nog huren voor tien, misschien twintig jaar. Daarna wordt het geruimd.’ Grafstenen, die nabestaanden ter beschikking stellen, krijgen op zijn Sluipweg wel een permanente plek, zodat er een ‘eigen cultuur’ omheen kan ontstaan. Volgens Ellen Klaus van Stichting Kunst in de Openbare Ruimte (SKOR) is er ‘een toenemende belangstelling vanuit de kunst voor het overlijden en afscheid nemen’. Zo worden steeds vaker, ook dankzij versoepelde wetten rondom begraven, kunstenaars ingeschakeld bij begrafenissen. Vandaag heeft SKOR een reis georganiseerd langs begraafplaatsen in Nederland waar kunstenaars werk hebben gemaakt. Niet alleen grafobjecten, met als bekendste voorbeeld de sculptuur bij het graf van Roxy-oprichter Peter Giele, maar ook nieuwe rituelen en zelfs herdenkingsruimten. Als voorbeeld noemt zij een performance van Ida van der Lee op de Amsterdamse begraafplaats de Nieuwe Ooster, dat nu in gewijzigde vorm door de begraafplaats is overgenomen. Van Houwelingen vindt het niet vreemd dat kunstenaars vaker bij het herdenken worden ingezet: ‘Ik zoek al vijftien jaar naar nieuwe formules en rituelen voor herdenken. In het modernisme werd dat minder belangrijk gevonden. Maar Nederland schreeuwt om identiteit.’