Archieffoto.
Archieffoto. © anp

Puberbrein is best tot kamer opruimen in staat

Pubers die zeggen dat ze hun huiswerk niet kunnen plannen en hun kamer niet kunnen opruimen, omdat ze nu eenmaal een 'puberbrein' hebben dat tot zulke dingen niet in staat is, kunnen dat excuus niet meer aanvoeren. Als ze er het nut van inzien, kan hun brein het prima aan.

Dit blijkt uit onderzoek van de Leidse hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie Eveline Crone, dat het wetenschappelijke tijdschrift Nature online heeft gepubliceerd.

Crone zette samen met een Amerikaanse collega al het eerdere neurowetenschappelijk onderzoek naar de hersenen van jongeren op een rijtje. En wat blijkt: het is niet zo dat de zogeheten prefrontale cortex (het hersengebied achter het voorhoofd dat belangrijk is voor de beheersing van impulsen, het nemen van besluiten en het maken van plannen), bij jongeren gebrekkig functioneert. Tot nu toe stellen wetenschappers dat dit nog 'onrijpe' gebied wordt overstemd door het sterkere emotionele systeem in de jonge hersenen. Dat zou leiden tot 'typisch pubergedrag', zoals emotionele beslissingen, impulsief reageren en riskante situaties opzoeken.

Jongeren gedragen zich volgens deze redenering vaak ondoordacht en onverantwoordelijk, omdat in hun brein het verstand simpelweg niet is opgewassen tegen hun emoties. Dat klopt dus niet. Uit Crones analyse blijkt dat het emotionele systeem in de puberhersenen inderdaad extra gevoelig is. Maar voor de prefrontale cortex geldt dat jongeren die soms wel gebruiken, en soms niet. Ze zetten die in als ze gemotiveerd zijn om iets te doen. Crone concludeert dat het cognitieve controlegebied bij jongeren niet onrijp is, maar flexibeler dan bij volwassenen. Het gebruik ervan moet voor jongeren lonend zijn, en die beloning ligt vaak in de sociale sfeer.

Hoogleraar hersenen, gedrag en educatie Jelle Jolles (VU), gespecialiseerd in neuropsychologisch onderzoek bij jongeren en niet betrokken bij Crones studie, noemt het onderzoek 'indrukwekkend'.